Maria’s Mooie Mensen 380

De tandarts en ik hebben niet zo’n goede verstandhouding. Tenminste: zolang ik er niet ben. En dat moment van naar de tandarts gaan, stel ik dan ook graag zo lang mogelijk uit. Als ik me dan na anderhalf jaar toch meld, valt het me altijd zo mee, dat ik nog net niet euforisch de praktijk weer verlaat. Zoals altijd zonder gaatjes, want dat ik een hekel aan de tandarts heb, is voor mij motivatie genoeg om elke dag goed te poetsen, fanatiek te flossen en zelfs met tandenstokers in de weer te gaan. Ik kan u inmiddels zeker zeggen: het werkt. Bijna 36 lentes jong ben ik en nog altijd zonder gaatjes. Ik ben gezegend met een paardengebit dus, maar toch bang voor de tandarts. De kinderen laat ik dan ook liever met manlief meegaan. Een gegeven wat zíjn tandarts ooit luid in lachen deed uitbarsten. Want het schijnt dat ook hij net als ik liever niet zijn mond opendoet als hij eenmaal in de stoel ligt. Tot op heden hebben wij onze schroom nog niet op de kinderen overgebracht. Alle drie gaan ze trouw elk halfjaar de stoel in. Vooral oudste dochterlief lijkt gezegend met mijn goede gebit. Haar ene zusje viel met anderhalf een zwarte tand en de ander doet zo moeilijk met poetsen dat ze regelmatig tegen een gaatje aan hangt. Maar onze oudste beschikt over een perfect stel tanden. Het duurde even – tot ongeveer zestien maanden zelfs – voor ze zich lieten zien, maar toen kwamen ze vrij moeiteloos en allemaal even prachtig door. Waar haar zusjes vanaf zes maanden oud elke tand begroeten met drie dagen en nachten huilen, lachte zij blij elke nieuwe aanwinst in haar mond bloot. Wij maakten ons dus ook totaal geen zorgen om het wisselen. Maar het kan natuurlijk ook niet alleen maar mee zitten en dus liep het onlangs letterlijk scheef in haar mond. De ‘grote mensen-tanden’ waren het wachten op een plekje beu en kwamen pardoes achter haar melktanden erdoor. Twee nieuwe blinkende tanden om gaatjesvrij te houden verschenen er, terwijl de melktanden vooraan stug bleven zitten. Het zorgde voor enige stress bij manlief en mij, want het gebitje zag er altijd juist zo prachtig uit en hoe konden we deze nieuwe tanden goed poetsen? Allerijl werd de tandarts gebeld en die sprak al over – horror voor onze oren – een beugel ooit en gaf maar één opdracht: wiebelen. Dochterlief blij, want die hoopte al maanden op de tandenfee. Het wiebelen echter, deed ze echt op de ‘meisjesmanier’ en ze kreeg in twee maanden amper beweging in die voorste tanden. De woorden beugel en verkleuring echoden na in het brein van manlief en mij elke dag dat wij probeerden de nieuwe tanden goed te poetsen. We konden het niet laten in te grijpen. Even goed wiebelen door manlief leverde al snel resultaat. Zelf kon ik niet aanzien hoe de tand langzaam losser en losser zat en alle kanten op kon. Ook dochterlief zelf vond het allemaal maar wat eng. Haar vader bood gelukkig opnieuw uitkomst en draaide uiteindelijk zo de allereerste tand eruit. Met ietwat enthousiasme werd hij begroet, makkelijker dan verwacht liet hij los. Ik zag hem zo door de lucht vliegen en tussen de kachel verdwijnen. Gelukkig voor de tandenfee is hij na lang zoeken boven water gekomen. Als een ware trofee heeft de tand een heuse tour langs de halve school en ons hele bedrijf gedaan. Even blij als het meisje dat hem liet zien, stonden haar vader en moeder daarachter te glimmen. En de tandenfee? Die heeft zoals door ons voorspeld de weg naar ons dorp nog niet kunnen vinden.