Maria’s Mooie Mensen 387

Een bizarre parallel voltrok zich in ons leven. Nog onwetend van wat er komen ging, stond het begin van vorige week nog in het teken van heel ander nieuws. Onze kleine dames staan er momenteel niet zo goed op bij de peuterspeelzaal. Al een poosje klagen ze zelf steen en been: een verandering van locatie, het vertrek van vaste vriendjes en vriendinnetjes en de komst van frisse, nieuwe, maar ook heel jonge en dus bij het afscheid huilende kindjes, konden ze niet goed plaatsen. Schuchter schoven ze ’s ochtends het nieuwe gebouw binnen om al in de gang te constateren: ‘mamaaaa, de huilende kindjes zijn er ook weer’. Hun gefronste gezichtjes hoorden dan ongeduldig aan hoe ik ze uitlegde dat deze kindjes vanaf nu altijd op school zullen zijn en dat ook zij moesten huilen de eerste keren dat ik ze achterliet. Ze blijken een wonderlijk staaltje van de tweeling-verbondenheid te laten zien. Nu ze niet zo goed in hun vel zitten en zich minder op hun plek voelen, trekken ze samen op. De gelederen sluiten zich; samen staan ze sterk. Ze komen voor elkaar op, vullen elkaar opeens moeiteloos aan en vormen niet alleen figuurlijk maar ook letterlijk een front als het nodig is. Als moeder is het aan de ene kant fascinerend en fantastisch te zien hoe ze nu elkaar vinden en bijstaan. Maar als je er vervolgens op gewezen wordt dat leidsters niet blij zijn met dit uitdagende gedrag, vergaat het lachen je wel even. Thuis blijven we maar lachen; helemaal als ze zelf na elke ochtend op de peuterspeelzaal in geuren en kleuren vertellen hoe de één ruzie kreeg met een ander kind, de ander vervolgens in de bres springt en ‘stop-hou op’ roept en de ene dan maar de juf opsnort. Hilarisch werd het toen ze beiden met klem melden dat één van de andere moeders ze had uitgescholden. ‘Poepmevrouwtje’ had ze hun genoemd en daar waren ze absoluut niet van gediend. Een betere oplossing dan ‘wat je zegt, ben je zelf’ wist ik even niet uit mijn hoed te toveren, tot ik later hoorde dat deze uit Syrië afkomstige moeder een wat moeilijkere uitspraak heeft en een pop meestal ‘poep’ noemt. Inmiddels zijn deze problemen meer dan achterhaald. De peuterspeelzaal is immers gesloten, evenals scholen, sportclubs – en daar ging mijn oudste dochters’ afzwemmen -, bibliotheken en horeca. Het lijkt of de wereld in brand staat en onze gevoelens gaan heen en weer tussen angst voor deze ziekte en angst voor de economische gevolgen. We treffen voorbereidingen om allemaal eventueel thuis te kunnen werken en worstelen met vraagstukken of de krant nog fysiek rondgebracht kan worden. En dan zie ik het ook thuis en op kantoor gebeuren: we sluiten de gelederen. Samen staan we sterk, concluderen we. Vrije tijd is in ons zelfverkozen isolement hier in huis waar het overigens prima toeven is. Werk: op kantoor waar we allen kritisch blijven op elkaar, maar vooral gedreven zijn hier zo goed mogelijk doorheen te komen. Dus ook vandaag weer een krant in de bus, want geïnformeerd worden, is belangrijker dan ooit. Hopelijk vanaf deze plek gewoon weer tot volgende week. Sluit de gelederen; blijf sterk.