Maria’s Mooie Mensen 401

Misschien doe ik mezelf tekort, maar ik denk dat je me best sociaal onhandig kunt noemen. Ik ben zo iemand die dus het geslacht van een pasgeboren baby verkeerd gokt – waarom waag ik me daar toch aan? – of hardop een hobby als modelbouwen afkraakt om vervolgens een groot modelschip op het dressoir te ontwaren. Het heeft er misschien mee te maken dat ik graag en veel praat – volgens manlief in elk geval – en daarbij ook nog heel eerlijk ben. Die onhandigheid betekent ook dat ik zo iemand ben die aan de verkeerde kant begint met het geven van drie zoenen of aan de kant wil stappen en precies nét die kant op stapt die niet handig is. Misschien zouden we in het licht van dit alles kunnen zeggen dat de hele corona-lockdown ergens een verademing is. Er zijn geen winkels om zonder mandje toch nét even teveel spullen mee te pakken of een rij bij de kassa om aan de verkeerde kant aan te sluiten. Het leven was, vooral sociaal gezien, érg overzichtelijk. Manlief was de enige die de deur uit ging, dus hij werd degene die een hoognodig boodschapje ging doen. Je blijkt dan opeens heel goed zonder heel veel dingen te kunnen. Een tube tandpasta gaat veel langer mee als het vooruitzicht op een nieuwe vooral problemen oproept en ergens was er natuurlijk ook wel de drive om manlief wat te ontlasten. Toen hij vervolgens in de eerste week van de corona-maatregelen besloot direct vier (!) winkels bij langs te gaan – ik vraag me dan af wat mannen niet begrijpen aan ‘doe alleen het noodzakelijke’ –  voor het hamsteren van pakken paracetamol welke hier toch al ruim op voorraad lagen, was het helder dat dat ontlasten van hem geen nut had. Naarmate de tijd vorderde, stuurde ik hem voor meer en meer op pad. Nieuwe slippers voor de kinderen, drinkbekers voor school, leesvoer voor mij; hij had er zijn handen vol aan. Telkens gewapend met ontsmettingsmiddel in de auto en telefoon in de hand om mij de opties door te sturen. Zo kwam het ook dat ik een collega liet weten een ontspannend cadeaupakketje te pakken – oeps, dat appje was dus voor manlief die een cadeau voor onze oppas moest halen. Inmiddels kom ook ik weer buiten de deur. Het voelde gewoon vreemd om überhaupt weer een onbekend mens van dichtbij te zien. En eerlijk: het is ook weer een verademing. Maar sociaal gezien blijf ik dan onhandig en is vooral die anderhalve meter wel een dingetje. Ik vraag me af: mag ik met iemand aan het schoolplein kletsen en kunnen we al pratend naar de auto lopen? Of moeten we dan in colonne lopen, extra hard voor ons uit pratend omdat de achterste persoon anders de helft niet mee krijgt? En als iemand dichtbij komt, zal ik dan toch maar even die stap opzij zetten of is dat té demonstratief? Inmiddels heb ik een trucje. Íedereen is in principe een risico. Inschatten of iemand er gezond uitziet, heeft in dit tijdperk van perfecte selfies geen zin. En lukt dit sociaal onhandige mens ook niet. Dus: iedereen is ‘vies’. Werkt perfect. Sorry alleen voor als mijn gezicht soms boekdelen spreekt. Ik bedoel het niet persoonlijk, maar ben dus slechts sociaal onhandig.