Maria’s Mooie Mensen 435

Misschien is het een tik van de molen, misschien is er een mooi etiketje voor te bedenken, maar ik ben nogal van het georganiseerde. Het lukt me prima dat meestal los te laten – ook wel noodzakelijk op het moment dat je een tweeling op de wereld zet -, maar ik merk dat na acht weken thuisonderwijs de rek er wel een beetje uit is. De laatste weken was het vooral overleven. Passen en meten om tijd te vinden voor je eigen werk, opgesloten in huis zitten en proberen het gezellig te houden. De kinderen gingen van vakantiemodus naar ‘geen zin-modus’ naar gefrustreerde buien, dan weer reageerden ze het op elkaar of mij af. Het is fijn om thuis te zijn als je drukke weken op school hebt gehad, maar als je acht weken zo goed als alleen maar thuis bent, dan ben je een keertje uitgeslapen, uitgespeeld en uitgeknutseld. Je zou denken dat het bericht dat de scholen weer open gingen, hier alleen maar pure opluchting met zich meebracht, maar mijn georganiseerde kant moest even schakelen. De routine is er weer uit en het ochtendritueel lijkt na acht weken nergens heen te moeten opeens een onmogelijke opgave. Hoe deed ik dat ook alweer: drie dames op tijd en netjes in de kleren, met gekamde haren en gepoetste tanden en compleet met gevulde bakjes en bekers, afleveren aan het schoolplein? Bovendien hing er het vooruitzicht van een heuse sneeuwstorm als extra uitdaging boven ons hoofd. Het kostte me wat moeizame nachten waarin doemscenario’s voorbij kwamen. In een nachtmerrie hoorde ik oudste dochterlief eenzaam aan het schoolplein ons bellen: ‘papa en mama, komen jullie me wel halen?’. Het bange stemmetje echoode nog lang na in mijn hoofd. Gelukkig is die georganiseerde kant dan opeens wel een zegen. De zondag was niet alleen voor sneeuwpret, maar ook voor een militaristische voorbereiding. In de gang zette ik alles klaar: drie met gymkleren gevulde luizenzakken, drie rugzakken voor eten en drinken en een tas met alle boeken van oudste dochterlief. Ernaast drie stapeltjes met voor iedereen handschoenen, een sjaal, een muts en warme buitenbroek. Pantoffels stonden naast de sneeuwlaarzen om mee te nemen voor in de klas. Zelfs de tijden van vertrek waren gepland. Aan tafel namen de dames en ik door wat ze het meeste gemist hadden aan school. Ja, ze hadden er echt heel veel zin in. Om een uurtje of zes krijgt mijn broer in Arnhem het bericht dat de scholen daar niet open gingen. ‘Maar’, appte hij terwijl ik verzuchtte dat dat wel een grote nachtmerrie zou zijn voor mij en de dames, ‘hier ligt ook wel veel meer sneeuw’. Angstvallig hield ik mijn telefoon in de gaten, maar hier geen bericht. Dus goed bericht. Hup, hup, dames snel in de pyjama, een boekje gelezen en tijd om het bed in te duiken, want: morgen weer vroeg eruit. Nog één keer wierp ik een blik op mijn telefoon. Helaas, toch ingehaald door de witte werkelijkheid. De school blijft toch dicht. ‘Mama’, klonk het vanuit één van de bedden, ‘je mag nu echt wel even vloeken.’ Ik koos voor een mopje: kennen jullie die drie meisjes die na weken weer naar school zouden gaan, zich daar al dagen op verheugen en wiens moeder alles tot in detail had voorbereid? Die gingen niet.