Maria’s Mooie Mensen

Na heel wat jaartjes waarin maanden van discipline opgevolgd worden door maanden van laat maar gaan, weet ik het wel zeker: ik ben een echte jojo. Mijn gewicht schommelt al jaren heen en weer tussen 4 kilo teveel en 4 kilo minder. Nou denkt u: er zijn echt wel ergere dingen in de wereld en zeker, dat is helemaal nu meer dan waar. Maar ergens zit toch genoeg eergevoel om me te irriteren aan die 4 kilo’s, maar vaak net te weinig daadkracht om me te verzetten tegen al het lekkers op deze wereld. Want waar die kilo’s vandaan komen, is me volstrekt helder. Achter ons liggen de maanden van suikergoed, pepernoten, overgebleven chocoladeletters, Kerstkransjes, roomboterletters, gourmetavondjes, lekkere toetjes; moet ik nog doorgaan.? Mijn maag rommelt alweer wat en dan heb ik het nog niet gehad over de lockdown. Zeven lange weken waren de kinderen bij huis en om te compenseren voor alles wat ze moesten missen, probeerden we er een feestje van te maken met pannenkoeken bij de lunch, gebakken eitjes, een extra koekje of een borrelzondag. Draait alles om eten bij ons thuis? Nee zeker niet, maar we mogen wel graag eten en met groente en fruit hebben wij allemaal weinig op. Zeker, ik prop er consequent de nodige vitamientjes in en waag mezelf ook wel eens aan een bakje aardbeien, maar de koekjes vervangen door rauwe paprika of een eetwissel zoals dat mooi heet waarbij we ons geliefde chocolaatje inruilen voor een avocado? Nou nee. Eén ding weet ik wel en heb ik al geleerd de laatste jaren: wie zijn billen brandt, moet op de blaren zitten. Of nou twee dingen eigenlijk, want ik weet ook: ieder pondje gaat nou eenmaal door het mondje. Er komt onvermijdelijk dat moment dat de weegschaal je vertelt dat je zelf wel alles goed kan praten met een blik op de spiegel, maar dat die kilo’s er toch echt wel weer aan zitten. En misschien zit die broek dan toch niet zo strak door mijn matige huishoudelijke kwaliteiten, maar door mijn liefde voor lekkers. Inmiddels is de weegschaal letterlijk en figuurlijk weer de andere kant op aan het slaan en mijn lijdensweg terug naar dat gewenste gewicht weer begonnen. Dat betekent trouw die hometrainer voor de tv ’s avonds, een extra rondje met de hond en vooral ver wegblijven van die snoepkast. Lijdzaam zie ik hoe de kinderen een koekje soldaat maken, terwijl ik het met een droog crackertje moet stellen. Chocola leg ik heel verstandig op een plek waar ik alleen in noodgevallen aan zou denken en de cappucino’s heb ik in elk geval in mijn hoofd al ernstig gerantsoeneerd. Nog even en dan voeg ik ook nog de gekste oefeningen aan mijn repertoire toe, zodat zelfs de hond verbouwereerd bekijkt hoe ik elke avond probeer weer strakker in mijn vel te zitten. Is het een hopeloze strijd? Zeker niet. Elk jaar lukt het me weer. Dat zal nu niet anders zijn. En als die kilo’s er eenmaal af zijn, smaakt zo’n koekje weer extra lekker en eet ik straks zonder schroom in de zomer alle ijsjes mee. Om na de zomer waarschijnlijk me weer te wagen aan dat suikergoed en die pepernoten. En dan begint het jojo-en ongetwijfeld weer opnieuw. Want dát is wel een hopeloze strijd.