Maria’s Mooie Mensen 441

Het zat er een keertje aan te komen: een verkoudheidje. Normaal niet iets waar we van verschieten, maar in de wereld waarin we nu leven is een snotneus of een kuchje niet in de gratie. Ook niet als je nog maar vier jaar oud bent en je normaal gesproken minstens de halve winter een snotneus hebt. Terecht natuurlijk, zult u zeggen, en daar ben ik het mee eens. Ware het niet dat je als ouder amper bekomen van elf lange weken dat ze thuis waren en de voorjaarsvakantie die direct alweer om de hoek kwam kijken, echt niet staat te springen om het thuishouden van je kinderen. Normaal zou ik ze voor een snottebel zeker niet thuis houden. En ook het serieuze hoestje wat de jongste twee ontwikkelden zou normaal geen reden zijn ze niet naar school te sturen. Maar goed, ‘normaal’ is er weinig aan het leven van nu. En dus besloten we afgelopen week: we houden ze een dagje thuis, stoppen ze goed vol met vitamientjes en dan kunnen ze vast wel weer. Dat was de maandag. En zo’n eerste dagje thuis went alweer snel. De dames zette ik achter één of ander werkboekje met letters en cijfers en zelf klapte ik de laptop maar weer open. Helaas, helaas, maandagavond leek er weinig verbetering in het hoestje. Balend hoorde ik zelfs ’s nachts vanuit de bedjes gekuch en geproest. De dinsdag dan toch ook maar thuis; zo’n tweede dag bleek ook te doen. Jammer alleen dat ik compleet vergeten was dat wij de hele ochtend geen stroom zouden hebben en dan kan je dat thuiswerken wel op je buik schrijven. Ik zette het hele spul in de auto, installeerde ze op de bank in ons kantoor en verbood ze het kantoor te verlaten. Knuffelen met wie dan ook op het werk, daar stond de hoogste straf op. De dames echter waren zo min dat zij het prima vonden daar op die bank. En dus brak ook de woensdag weer thuis aan. Die nacht was er oorpijn aan ons repertoire van ellende toegevoegd en gebroken na zeker zes keer mijn bed te verlaten door de nacht heen, merkte ik hoe het weekje thuis zijn tol begon te eisen. Terwijl de dames liepen te zingen, de oudste zich klaarmaakte voor school en op zoek was naar haar laarzen, wilde manlief mijn pincode weten. In de drukte dreunde ik drie keer mijn privé code op in plaats van de zakelijke en blokkeerde zo mijn pas. Mijn levenslijn met onze boekhouding die ervoor zorgt dat ik overal kan werken, was uit de roulatie. Langzaam schoven verwachtingen op. Dat ene dagje thuis om aan te sterken werden er vier waarvan de laatste duidelijk het kantelpunt was. De dames braken het huis af, zetten het schoolplein op stelten en hadden zelfs na een uurtje bos nog genoeg energie om vrolijk het huis nogmaals op de kop te zetten. Zíj maar ook ik waren er weer aan toe. Ik zei: het was gezellig, ik ga je missen, maar zwaaide ze vrijdag vrolijk uit. Even weer normaal. Voor zover er nog iets normaal is momenteel en voor zolang als het duurt. Want hoorde ik oudste dochterlief daar nou kuchen in haar bed?