Maria’s Mooie Mensen 442

Je zou denken dat we er zo langzaamaan wel wat aan gewend zijn; die weekenden zonder enige uitschieter. Amper een boodschap te doen, een uitje is al helemaal niet meer voor te stellen en bezoek is ook alweer lang geleden. Inmiddels gaan verjaardagen weer voorbij zo stil als ze gekomen zijn en weten we allang niet meer hoe het voelt om uit eten te gaan. We zouden kampioen thuis-vermaak moeten zijn, maar we merken het tegenovergestelde. Deze week verwoordde iemand dat je van zo lang thuis zitten juist niet fitter, actiever, productiever, uitgeruster of blijer wordt; en inderdaad, die lijkt weleens de spijker op zijn kop te slaan. Dacht je eerder dat je wel baat zou hebben bij weekenden lang zonder enige verplichting, nu blijkt dat de lijst met klusjes nooit echt afgerond wordt en dat uitslapen nooit echt voldoet. Ik prijs me gelukkig dat we een mooi en fijn huis hebben op een heerlijke plek, maar stiekem verlang ik naar het zien van dierbaren, winkelen of uit eten gaan. We zouden wel weer eens naar de dierentuin willen of op vakantie. Ik merk: hier in huis zijn we wat uit het lood geslagen. Een weekend geleden alweer ging mijn tweede verjaardag in lockdown voorbij. Met dank aan een op school opgelopen verkoudheid wat zorgde voor hoestende kinderen werd dit een tweede verjaardag zonder bezoek. Cadeautjes die aan de deur werden afgegeven, geen drie zoenen of knuffel en geen samen zijn. Het extra gebakje wat we dan maar zelf op aten smaakte nog nooit zo slecht. Het was buiten koud en winderig; de dag ging verlangend naar betere tijden voorbij. Extra knuffels van de kinderen, lekker eten laten aanrukken; het is allemaal rijkdom, maar ergens wringt het wel. Afgelopen weekend een nieuwe poging om beter te waarderen wat we allemaal hebben. Er is nog wel een klusje te doen, we hebben een heerlijke tuin en een prachtige omgeving. Ik draaide tig wasjes, streek me een ongeluk en zag hoe de ene na de andere hagelbui naar beneden kwam. Toen het zonnetje tevoorschijn piepte, stapten wij dwangmatig toch de deur uit. Om onder de hagelstenen en aardig verkleumd krap tien minuten later maar weer naar binnen te trekken. Er werd nog wat gepoetst en we speelden het zoveelste spelletje, want na al die weken blijken we ook wel wat uitgeknutseld. Na een slechte nacht waarin één van de dames liep rond te spoken op zoek naar een beest – nooit gevonden ook -, ging de klok een uur vooruit. Normaal hebben we daar een hekel aan, maar dit keer hebben we het maar omarmd. Weer een uurtje dichterbij ‘normaal’. We moeten nog wel even doorbijten. Ik tel de dagen alvast af. Tot dat dagje dierentuin, dat volle huis op een verjaardag of uit eten gaan. Ik weet ook heel goed waar we het voor doen. Een moeder met longproblemen hou ik liever uit de buurt van corona. Zelf heb ik ook geen behoefte dit ongrijpbare virus uit te proberen. Dan liever verveeld thuis zitten. Een extra knuffel van de dames en nog maar een extra wasje draaien.