Maria’s Mooie Mensen 445

De jongste dames zijn jarig geweest. Die twee piepkleine baby’s die ooit vijf weken te vroeg geboren werden, zijn nu blakend van gezondheid en vijf jaar oud. Het voelt als een dingetje: die vijf jaar, want ik heb officieel het gevoel dat we uit de kleine kinderen zijn. Ze zijn al bijna ‘groep twee’ers’ en gaan zo hard vooruit. Ik weet nog goed hoe ze nog zo klein waren dat ze samen in een box pasten en maar langzaamaan lieten zien wat ze allemaal in zich hadden. Zo vaak keek ik naar die twee identieke koppies en dan was ik zo benieuwd wat er van ze zou worden. Grappig is: ze blijken grotendeels zo te zijn als ik in de buik al had aangevoeld. ‘Nummer I’ net iets groter en sterker, rustig – bijna lui -, trekt zich nergens wat van aan. ‘Nummer II’ wat kleiner, een knokker. Moet er altijd even harder voor werken. Een tutje, zoals ik ooit had gedacht. Haar tweelingzus van de grapjes, zij super lief en zorgzaam. Ongelooflijk hoe ze nu rondlopen, me rond commanderen (liever niet) of samenspannen. En nog altijd kijk ik naar ze; benieuwd wat er van ze gaat worden. Na veel discussie hebben ze daar zelf al wel een heel helder beeld bij. Zo hebben ze samen besloten dat de ene later bij opa en oma gaat wonen en de ander toch liever bij ons blijft. Oudste dochterlief hoort aan hoe haar zusjes elkaar vertellen over wat voor eten ze opa en oma danwel papa en mama gaan voorzetten (het is blijkbaar ondenkbaar dat we dan nog zelf koken), en besluit zelf in elk geval hoe dan ook het ouderlijk huis te verlaten. Over haar toekomst is ze helder: zij gaat later planten redden. Ze heeft gezien hoe verpieterd de plantjes op kantoor erbij staan en heeft het tot haar levensmissie gemaakt om deze in leven te houden. Momenteel zit deze dame weer in een ‘natuur-fase’ en dat komt goed uit als ze mee moet de hond uitlaten. Waar haar zusjes bij tijden moeizaam voor dit vaste momentje te porren zijn, gaat oudste dochterlief in elk geval zonder problemen mee. Onderweg deelde ze steevast complimentjes uit. Niet voor mij en haar zusjes; nee, bomen krijgen een klopje en worden bedankt voor de zuurstof die ze delen. Ik verwonder me slechts, haar zusjes besteden er geen aandacht aan. Zij fantaseren elke wandeling weer verder over hun toekomst. Onderweg zijn ze ‘Polly Pocket’ of een andere superheld en oppermachtig. Een toekomst als superheld klinkt deze twee dames ook als muziek in de oren. De langgekoesterde droom om dierenarts te worden, hebben ze in elk geval losgelaten. ‘Veel te veel bloed’, hebben ze samen geconcludeerd. Eén van beide heeft inmiddels ook nog andere plannen met haar leven: ze heeft besloten dat ze patatbakker wil worden. Groot voordeel: kunnen wij allemaal gratis patat komen halen bij haar. Onze jongste dame heeft nog niet een duidelijk beroep voor ogen. Zij wil later het liefst de hele dag bakken. Taart, koekjes en cake; misschien doet ze ook nog wel mee met Heel Holland Bakt als ze daar tenminste tijd voor heeft. Heerlijk die dromen. Voorlopig is dat genoeg. Over een twintigtal jaren verder zullen we wel zien wat het echt gaat worden.