Maria’s Mooie Mensen 446

Ieder huishouden kent zijn frustraties en ik denk dat er geen paar samen leeft zonder ergernis. Van die kleine dingetjes waar je meestal om kan lachen, waarvan je vaak denkt: ‘echt iets voor hem/haar’, maar waar je soms helemaal gek van wordt. De rommel in huize Wijnands kan me meestal weinig deren, maar ik heb van die dagen dat ik niet stop met opruimen. Ik zet op dat soort dagen een waar offensief in waarbij de kinderen meerdere keren horen dat spullen niet overal rond horen te slingeren. ‘Gooi niet alles achter je kont neer’, ‘slinger je spullen niet zo om’; dat soort ongezellige kreten. Mijn gezin is absoluut kampioen rommelen met manlief als groot aanvoerder. Heeft hij thuisgewerkt dan gaan belangrijke papieren wel weer mee naar kantoor, maar kun je er donder op zeggen dat gebruikte pennen en kladblokken doodleuk nog dagen op de eettafel blijven liggen. Oudste dochterlief heeft op deze zelfde tafel haar eigen ‘rommelhoek’; een soort winkel van Sinkel waar ze van gevonden vogelveren tot haar afgescheurde moppen van de kalender bewaart en waar zodra ik heb opgeruimd toch weer een nieuwe bult verrijst. Sokken en te warme kleren worden neergegooid dáár waar ze uitgetrokken worden en ik kan wel zeggen: dat is niet vaak bij de wasmand. De hond heeft al menig sok proberen te verorberen, maar ik heb zelf ook wel eens bijna een been gebroken door een uitglijder over zo’n rondslingerend kledingstuk. Daarom zijn knikkers beneden ook ten stelligste verboden. Net zoals gereedschap waar manlief graag een spoor van achter zich aan creëert. De laatste keer dat hij een nijptang zocht was onze jongste dochter bijna haar vingers aan het amputeren hiermee en kon ik wel afgevoerd worden naar de Eerste Hulp met een hartaanval. Vol verwondering stap ik soms andere huizen binnen waar ook gezinnen met kinderen leven en het aanrecht gewoon leeg blijkt en de eettafel gedekt kan worden voor een maaltijd zonder deze eerst leeg te ruimen. ‘Ons huis is om in te leven’ is ons credo en daar heb ik me maar bij neer gelegd. Afgelopen week kreeg manlief het zowaar eens op de heupen. Hij had besloten de waarde van het huis te laten bepalen en sloeg mijn opmerkingen dat we de inhoud van het huis er niet bij gaan verkopen – sterker nog: we gaan het huis zelf ook écht niet verkopen – volledig in de wind. Zeker een uur lang ging hij als een malle door het huis en presteerde zo goed als álles wat rondslingerde een plekje te geven. Een waanzinnige prestatie ware het niet dat hij daarbij één ding over het hoofd zag. De hond had hij ‘even’ de tuin in gegooid, die vond het wel erg lang duren allemaal en nam het hazenpad. Ondanks ons net opgehoogde hek – 1.20 meter hoog – en alle hermetisch afgesloten sluiproutes wist ons hondje toch weer een weg te vinden naar vrijheid. Pas dik een uur later toen ik met kinderen weer thuis welkom was en oudste dochterlief verbaasd opmerkte dat er een hond buiten liep – nee sterker: het is ónze hond!!- werd onze ‘Houdini’ gemist. Gelukkig weet ik nu dat manlief heel gedegen te werk kan gaan. Kan hij zich eerst storten op de tuin ontsnappingsvrij maken.