Maria’s Mooie Mensen 447

Het heeft even geduurd, maar inmiddels fietsen alle dames zonder zijwieltjes. De jongste van het stel besloot eigenwijs extra lang vol te houden op haar kleine fietsje met hulp, maar zoals ik al zei: ze kon het wel en fietste voor de winter ook weg. Waar haar zussen rustiger en over het algemeen geconcentreerder zijn, is deze dame van de kortere aandachtspanne dus had het leren fietsen even wat voeten in aarde. Zo ontdekte ze meerdere malen dat doortrappen ook echt doortrappen is en dat je niet na vijf tellen er weer mee op kan houden. Sturen behoefde ook enige oefening; al stond ze daarin niet alleen hier. Alle drie de dames leerden fietsen in onze achtertuin, heen en weer op het pad tussen het ene en het andere terras. Daarin zit een klein flauw bochtje die de eerste twee fietsers beide nogal eens vergaten. Zij pakten menigmaal het lampje mee wat daar in het perk stond. De jongste wist dit bochtje wel prima te maken, maar haar sturen was vaak zo abrupt en fanatiek dat ze het hele stuur compleet om gooide en ook zij uiteindelijk op deze plek in de bosjes belandde. Inmiddels ligt dit alles achter ons. Ze fietsen hele dagen door de tuin waarbij de stalen rossen soms veranderen in denkbeeldige rossen die nodig naar stal gebracht moeten worden. Bij het uitlaten van de hond neem ik mijn drietal regelmatig mee op de fiets. In vaste formatie fietsen ze over het lange fietspad waar we vlakbij wonen en blijven ze op de afgesproken plekken keurig op me wachten. Zo hebben ze ongemerkt heel wat fietsmeters gemaakt en nu het beter weer wordt, moeten we er maar eens aan geloven: het verkeer in. Nou ben ik zelf absoluut geen fan van fietsen en vind ik fietsen met de kinderen nog veel vervelender. Omdat ik absoluut niet met de kinderen achterop durf te fietsen, maar ook niet met de beide jongste tegelijk op pad wil, komt met de meisjes fietsen er niet altijd van. Zodra één van beide dus even weg is, pak ik met de andere het moment. Afgelopen week vertrok één van de dames naar oma en pakten de overblijvers en ik de fiets naar papa op kantoor. Een schieteindje in de auto van nog geen vijf minuten, maar op de fiets toch een dik kwartier. Oudste dochterlief voorop, mijn jongste meisje naast mij. Waar oudste dochterlief vroeger niet vooruit te branden was op haar kleine fietsje, had haar jongste zusje het tempo er goed in. Misschien deels ook doordat ze een grote voorliefde heeft voor staand fietsen waarbij ze elke keer als ze opstaat een slinger met het stuur maakt. Onderweg zie ik alles wat ze doen met klamme handjes aan. Ik krijg het er benauwd van als ze licht slingerend over dat fietspad voor me fietst, opeens compleet afgeleid wordt door een ooievaar in het veld en vervolgens bovenop een drempel voor een drukke straat staat te wiebelen op haar fiets. Ze barst van de verhalen en presteert ze het menigmaal middenin oversteekmanoeuvres opeens van alles op te halen: ‘mama, weet je nog…’. Ze test haar bel op de gekste momenten uit en schraapt nog even met haar trapper over de stoeprand. Toch komen we zonder kleerscheuren – uiteraard wel natgeregend – weer thuis. Zij met een grote lach, ik kilo’s lichter. Het begin is er.