Maria’s Mooie Mensen 451

Meestal is de sfeer wel goed in huize Wijnands. Met drie dochters is het zelden stil en klinkt er meestal geklets achter onze voordeur. Het woordje ‘mama’ valt nog altijd vaker dan me lief is (mama, weet je? mama, waar is? mama, mag ik?) maar beter teveel praat dan doodse stilte. Heel soms echter, slaat de sfeer om. Een slechte nacht, een matig dagje op school, stress op het werk, zeg het maar, maar soms zijn we gewoon stikchagrijnig. En als er eentje begint, duurt het niet lang of we doen allemaal mee. Afgelopen week begon oudste dochterlief. Ze was druk met een tekening die totaal niet naar haar zin vorderde. ‘Het moet perfect’ vond ze en tja, ‘perfect’ bestaat niet. Al mopperend ging het eerste papiertje de prullenbak in, een tweede leeg vel werd aangerukt. Deze grootte was niet naar haar zin, bijknippen ging te scheef, de kleuren die ze koos waren telkens nét niet de goede. Vol verbazing keek ik naar mijn zevenjarige meisje die hele prima tekeningen produceerde, maar er zelf ab-so-luut niet blij mee kon zijn. Op mijn vraag of het wat minder boos kon, had ze een duidelijk antwoord: ‘dat lukt me niet meer’. Kan gebeuren, maar zal je altijd zien: zo’n boze bui blijft nooit bij één slachtoffer. Het duurde maar even of één van de andere dames ging meedoen. Deze is echt kampioen in chagrijnig zijn; als zij moe is, moeten we vaak met zijn allen lijden. Inmiddels heb ik haar geleerd dat als ze moe is, daar gewoon aan toe te geven. In plaats van ruzie te maken, lukt het haar steeds beter dan lekker voor de tv te kruipen en haar zusjes met rust te laten. Voor een vijfjarige al een wereldprestatie, maar dit bleek niet de middag voor wereldprestaties. En het duurde maar even of ik hoorde nog een meisje die al haar tekeningen ‘té lelijk’ vond, ze foeterde dat de radio alleen maar ‘stomme muziek’ speelde en de snoepjes die ik als leedverzachter inzette, waren sowieso allemaal vies. Haar zusje zong vals en de hond was te druk. Tja, zo’n bui is lastig op te lossen. Oudste dochterlief moest naar gitaarles en klaarde gelukkig wat op, maar haar zusje zette het mopperkanon lekker voort. Zij wilde niet plassen voor we weggingen, want plassen was alleen voor baby’s, ze wilde geen jas aan omdat alle jassen te warm waren (het was 12 graden) en ze wilde alleen mee als ze voorin de auto mocht, omdat achterin sowieso niet lekker zat. Ze wilde niet bij ons lopen, want wij waren ongezellig en toen ik tegen haar tweelingzusje verkondigde dat haar zus niet zo’n goede middag had, ging ze er zelf over heen dat ze ‘nooit een goede middag heeft’. Haar bui hield nog even stand tot er alleen nog maar tranen over waren en ze eigenlijk liever sorry zou zeggen. Pas ’s avonds in bed kreeg ze dan toch over lippen dat ze me toch wel leuk vindt. En gelukkig viel ze daarna snel in slaap. De dag daarna keken we argwanend hoe ze wakker werd. Maar gelukkig: ze stapte nu wél met het goede been uit bed.