Maria’s Mooie Mensen 486

Er is wat mis met onze katten. Of eigenlijk, er is genoeg mis met onze katten. Eén van de twee is zonder twijfel de meest inspiratieloze kat van de wereld. Ze eet, slaapt en in heel zeldzame momenten van opleving speelt ze met een nepmuis. Dan komt ze dat ook luid mauwen melden, alsof ze een levende versie van het beestje uit de tuin heeft geplukt. Urenlang kan ze voor de hamsterkooi spenderen, maar de simpele conclusie dat dit beestje zich niet laat zien zolang zij er zit, is nog niet in haar opgekomen. Hoewel ik mijn taak als ‘vachtverzorger’ zeer serieus heb genomen dit jaar, heeft deze dame het gepresteerd van haar rug één grote aaneenschakeling aan klitten te maken. Al weken ben ik voorzichtig bezig dit te ontwarren me ondertussen afvragend hoe een kat die weinig meer doet dan eten en slapen dit toch voor elkaar heeft gekregen. Overigens doen we met alleen eten en slapen dit katje iets tekort; kotsen is ze ook erg goed in. Mevrouw heeft de neiging zich bij tijden te over-eten en omdat ze daarbij ook niet heel goed kauwt, komt haar maaltijd er daarna nog wel eens uit. Rampzalig is dit, maar elke avond valt oudste dochterlief met deze kat in haar armen in slaap en elke ochtend knuffelt dit harige monster alle kinderen wakker en dat maakt zo goed als alles goed. Naast dit ‘kotskatje’ hebben we er ook nog eentje met meer energie. Een zwart-wit pittig monster, iets achtergebleven in de groei, maar dat mag de pret niet drukken. In tegenstelling tot onze andere kat kan dit katje wel eten zoals het hoort, alleen is ze net als onze hond meer van het type: ‘ik eet alles’. Ik heb nog nooit eerder een kat gezien die werkelijk alles uitprobeert wat ze maar te pakken kan krijgen. Ze eet zonder problemen mee van het brood met pindakaas van de kinderen of eet een restje avondeten nog voor we het konden opruimen zomaar onder onze handen op. Ze drinkt zonder problemen van bekers met ranja, melk – ook de lactosevrije variant van mijn meisjes – of appelsap. Omdat we geen plek hebben voor een kattenluikje hebben we dit gekke beest geleerd zich te melden bij de deur als ze erin of eruit wil. Ze is nog niet slim genoeg gebleken om een serieuze vogel te vangen, maar het lukt haar wel dit systeem goed te begrijpen. Als het haar te lang duurt voor wij haar opmerken, begint ze met haar pootjes over het glas te krabbelen om extra aandacht te trekken. Ze zit nog vaker als een half spook indringend naar binnen te staren. Menigmaal jaagde ze ons de stuipen op het lijf door in volledige stilte zo te zitten wachten. Helaas voor ons neemt haar gedrag ietwat verwende vormen aan. Op een goede dag kan het zomaar zijn dat we tien tot twintig keer de deur bedienen voor mevrouw. En het erge is: de hond volgt haar voorbeeld met plezier. Ook die meldt zich om in en uit te gaan zoals het hem blieft en het liefst ook een keer of tien per dag. Dat hij inmiddels ook ontdekt dat de deurklink de oplossing is voor dit probleem, is nog niet per se een verbetering. Menigmaal schrik ik niet meer van die kat die voor het raam opdoemt als een spook, maar van de deur die openstaat omdat onze hond nog niet geleerd heeft deze achter zich te sluiten.