Maria’s Mooie Mensen 488

Het hebben van een hond is heel gezellig. Met zijn onvoorwaardelijke liefde, de oneindige knuffels, gratis lebbers en de momenten dat hij denkt dat hij ondanks zijn 25 kilo en redelijk formaat toch een schoothondje is, doet onze Nero heel veel goeds voor onze mentale gezondheid. Daarnaast is hij ook erg goed voor onze lichamelijke gesteldheid. Elke dag lopen is voor hem een must. Je hoort hem niet mopperen als we een dagje overslaan, maar hij is oh-zo blij wanneer we wel gaan. Manlief en ik proberen trouw niet te verzaken en schakelen op de momenten dat het echt krap wordt om hond, bedrijf en kinderen te combineren regelmatig een hulplijn in voor het uitlaten. Blij hondje is blij baasje. En fit hondje is dus ook redelijk fit baasje. Wie elke dag een half uur stevig doorloopt met de hond – moeten de kinderen niet mee op het vaste rondje uitlaten, want dan is er van stevig doorlopen geen sprake -, bouwt zo lekker aan zijn conditie en gezondheid. De laatste weken echter lijkt het rondje meer een gezondheidsrisico dan een pluspunt. Het is namelijk nat, natter, natst op onze favoriete route en dat brengt zo zijn uitdagingen met zich mee. Als ik het eerste stuk door zompig grasland redelijk doorkom, wacht me altijd de uitdaging het trapje het bos in te bereiken over een plas van zeker een meter heen. Omdat één van de dames onlangs al plat hierin lag, enigszins geholpen door ons hondje die in volle vaart voorbij racete, ben ik op mijn hoede. Meestal kom ik zonder nattigheid het bos in, waar het glibberen en glijden kan beginnen. Het pad is meer modder dan aarde en dwingt me regelmatig langs de kantjes te klauteren. Tussen de bramen en de hulst door probeer ik niet te haken en belangrijker nog: niet per ongeluk te schuin te stappen. De laatste drie weken heb ik inmiddels drie keer mijn enkel toch verzwikt onderweg en elke keer weer ben ik bang dat als ik zo driest door blijf gaan, dat moment toch een keertje komt dat ik manlief moet bellen, omdat ik niet meer verder kan. Tot op heden nog niet nodig geweest en dus glibber ik door. Ik balanceer over grote takken die andere wandelaars als hulpmiddel in grote plassen leggen, zoek naar de plek om mijn voeten te zetten zonder vast te komen zitten en pak zo her en der een boom vast om steun te vinden. Grote motivatie om deze lijdensweg te vervolgen is ons hondje, die zo verschrikkelijk blij rond rent en juist in dit bos kan doen waar hij zin in heeft. Heel gek (of anderen blijken toch iets verstandiger), maar we komen zelden iemand tegen waardoor de noodzaak hem aan te lijnen er niet is en meneer rond kan racen zonder iemand omver te walsen. Enig pluspuntje voor mij: zo te voelen elke wandeling, is een rondje ronduit door de modder baggeren enorm goed voor de billen.