Maria’s Mooie Mensen 510

Funny is ontsnapt – deel 2. Als er een kop boven deze column zou staan, dan zou dit het zijn. Ik ben benieuwd hoeveel delen er nog volgen. Funny is dus de hamster van oudste dochterlief. Toen ze vorig jaar acht werd, leek me dat een prima leeftijd om de verantwoordelijkheid voor zo’n beestje te zorgen. En inderdaad: ze zorgt op tijd voor een ‘natje en een droogje’, verschoont het hok bij tijd en wijle en over liefde hoeft het beestje niet te klagen. Het sluiten van het deurtje echter, is wel eens een dingetje gebleken. De eerste keer dat deze openstond had onze hamster niks in de gaten en kon deze zonder ontsnapping weer dicht gezet worden, maar al snel volgde een volgende keer waarbij het diertje de vrijheid rook en verdween in het poezenhuis. Daar liep Funny wonder boven wonder niet tegen een kat aan – die lag er de hele tijd bovenop te slapen – maar kon ze ook de uitgang niet meer vinden, waardoor wij haar uren later veilig terug in haar kooi zetten. Het bleef niet bij zoveel geluk. Het is zondagavond 19.00 uur – ook wel bedtijd – als oudste dochterlief weer alarm slaat: het deurtje is ze weer vergeten te sluiten. En dat was al rond 11.00 uur. Gelukkig voor haar ontgaat mijn scherpe oog weinig en had ik al gespot dat onze kat verdacht onder het nachtkastje van manlief zat te loeren op iets. Ik vond het al gek dat deze poezendame niet naar buiten wilde iets daarvoor, maar met veel gemauw naar boven vertrok. Ik hoefde dus niet lang te raden waar Funny zou uithangen. Ik zette de dames aan het zoeken en besloot ze even in hun sop gaar te laten koken. Terwijl ik de bedden ging verschonen, hoorde ik achter onze slaapkamerdeur wanhopige pogingen de hamster te vinden. De kat was nu echt naar buiten gedirigeerd en oudste dochterlief meende met lieve woordjes haar hamster wel tevoorschijn te praten. ‘Fuuuunnnny!’ begon het wat venijniger toen ze weinig vorderingen boekte. Toen alle bedden verschoon waren, nam ik een kijkje in het zenuwcentrum waar een tas was klaargezet voor de hamster om in te kruipen en het voer in een spoor richting hok over de vloer leidde, maar van de hamster zelf nog geen teken van leven was. Oudste dochterlief kreeg het wat benauwd. ‘Fien – dat is de kat – lag wel heel lekker op bed net’, begon ze paniekerig. ‘Net alsof ze lag uit te buiken.’ Manlief en ik verlosten haar uit haar lijden, schoven ons bed opzij en inderdaad daar achter zat de hamster badend in onschuld en een stofallergie te kweken. Eind goed, al goed, zullen we maar zeggen. ‘Nou het is niet de eerste keer’, mopperde manlief. ‘En vast niet de laatste’, voegde ik lachend toe. ‘Ik ben benieuwd hoe Funny dáár is gekomen’, tetterde oudste dochterlief opgelucht. ‘Wat dacht je van lopend, opgejaagd door de kat’, merkte ik droogjes op. Wat een geluk dat deze kat geen sterke jager is. Ze had ondertussen weer haar vaste plekje voor het kooitje ingenomen. Funny zat weer achter slot en grendel. Voor zolang het duurt.