Maria’s Mooie Mensen 512

IJdel zou ik mezelf niet noemen. Maar feit is wel dat ik me beter voel als de krullen zitten zoals ik voor ogen had en ik een mascara’tje niet snel laat liggen. Als ik op vakantie ga, ben ik voor mijn gevoel kritisch, maar neem ik het liefst ook die ene extra paar schoenen mee die goed staan bij die ene jurk, zitten er in mijn koffer toch al snel vier of vijf bikini’s en kan ik elke weersomstandigheid aan, terwijl ik al jaren geen slecht weer heb meegemaakt op ons vakantieadres. Een artikel over perfectionisme leerde me laatst dat het inderdaad geen ijdelheid is, maar perfectionisme wat mij parten speelt. Zo schijnt de kapstok veel te vertellen over perfectionisten. Wie die vol heeft hangen met jassen, zodat er voor elke weersomstandigheid een goede keuze is, mag bij zichzelf te rade gaan. Voor mij hangen er hier in de gang een extra dun jasje, een bodywarmer, een warmere zomerjas, een leren stoerder jasje, een ‘hufterproof’ (ook wel hondenproof) winterjas, een lange nette winterjas en een korte winterjas. Ik denk dat het helder is dat ik wel onder de categorie perfectionist val. Het uiterlijk is één van die zaken die ernstig te ‘lijden’ heeft onder deze karaktertrek – of is het afwijking? Door tijdgebrek liggen de ochtenden dat ik maar af en aan kon wegen wat de beste outfit voor een dag was, wel achter me, maar nog altijd ben ik iemand die niet zoals manlief elke dag het bovenste van de stapel pakt. Met de weersvoorspelling per uur in de hand kan ik het niet laten in mijn hoofd een voors- en tegens-lijstje af te vinken om tot de juiste keuze te komen. Overigens is mij vroeger al geleerd: wie er goed uit ziet en ook zo over komt, heeft de eerste strijd al gewonnen. Mijn ouders beknibbelden nooit op kleding voor ons en leerden ons dat iets aantrekken waar je je écht goed in voelt een heel verschil maakt. En hoewel ik al jaren roep dat ik niet meer op vakantie ga om alleen maar zo bruin mogelijk te worden, voel ik me wel écht goed met dat bruine kleurtje. Van mezelf kan ik vrij bleek zijn, maar als ik eenmaal aan het verkleuren ben, kan ik écht lekker bruin worden. Het mooie aan twee weken in het buitenland is, dat je die tweede week hoe dan ook richting standje ‘vies bruin’ gaat. Die eerste week is opbouwen, maar daarna blend je vanzelf in tussen de Italianen. En op dat fantastische egale tintje doet de perfectionist in mij het natuurlijk ook erg goed. Vorige week hoorde ik mezelf tegen een andere moeder verkondigen dat het bruin worden echt geen doel op zich meer is voor mij. Ondertussen bekeek ik haar kleurtje – net een dagje terug – en die van mezelf nog eens goed. De verbaasde blik tegenover mij zei genoeg. Oké, oké, als je gebruind bent alsof je een zeilvakantie op de Antillen hebt gehad, moet je misschien maar niks meer zeggen. En hè, dat lukt die perfectionist in mij dus gewoon in Italië hè. Deze week gelukkig weer genoeg zonneschijn in de voorspelling. Kan ik nog even ‘perfect’ bijbruinen.