Maria’s Mooie Mensen

Nu oudste dochterlief alweer aan groep vijf is begonnen, werd het helaas tijd het grote geheim van vijf december te onthullen. Met haar zeven jaar is ze een vroege leerling en komt er wel heel snel een eind aan dit tijdperk. Twijfels heeft ze genoeg, maar aan de andere kant kan ze er ook zó van genieten. Met toch de overtuiging dat ze het geheim beter van ons kan horen dan van iemand op het schoolplein, moest het afgelopen zomervakantie maar gebeuren. Vóór de hele pret alweer losgebarsten is en ze er toch weer in dit verhaal zit. Er was wel wat te regelen: haar jonge zusjes moesten onder de pannen zijn en niet per ongeluk kunnen binnen lopen. Toen die samen een dagje naar opa en oma gingen, moest het er van komen. Oudste dochterlief had een gezellig dagje met mij; dat zou de pijn wel wat verzachten. We gingen samen op pad om leuke dingen te doen en te winkelen en als we dan terug waren, zou manlief gebak meenemen en zouden we het er rustig over hebben. Het was een topdag; we liepen door het museum, we aten tosti’s in een café, we winkelden, we zongen in de auto en reden langs de dierenwinkel voor botten voor ons hondje. Daar aaiden we nog uitgebreid de konijntjes en ze lachte de hele dag. Eenmaal thuis waren we bekaf en dus keken we samen haar favoriete paardenfilm. Met moeite zette ik wat zinnigs te eten op tafel. Manlief nam inderdaad gebak mee, we aten er smakelijk van als toetje en nergens rinkelde een belletje. Pas toen haar zusjes weer thuis gebracht werden en mijn moeder in de gang siste ‘hoe ging het?’, bedacht ik me wat we vergeten waren. En zo ging de dag voorbij, lag er een dolgelukkig en doodmoe meisje in bed, maar wel eentje die nog heilig geloofde in het bestaan van die Goedheiligman. De dagen erna hing het hele verhaal als een molensteen om mijn nek. Zal je altijd zien dat ze juist dan opeens de pietenpakken uit de verkleedkist trekken en de pepernoten in de schappen zien liggen. Toen manlief druk met de kleine dames in de tuin bezig was, troonde ik haar met een smoesje mee naar boven. Onder het mom van ‘help me de badkamer poetsen’ vertelde ik haar daar op de badrand hét grote geheim. Even bleef het stil; ik zag de radartjes draaien. ‘Ik heb nog zoveel vragen’, begon ze en vervolgens checkte ze alles wat ze laatste jaren had meegemaakt. ‘Hoe kan het dat we Piet op het raam hoorden kloppen?’, ‘wie stopt er wat in onze schoenen?’, ‘Wie ís dan Sinterklaas?’. Over het algemeen kon ze er wel om lachen, alhoewel schijn soms ook bedriegt. ‘Ik wil eigenlijk ook wel huilen’, verzuchtte ze toen alle vragen op waren. Ik drukte haar en mezelf op het hart er vooral van te genieten dit jaar; geloof wat je wil, wees alleen niet teleurgesteld als je anders hoort op school. Kinderen zijn maar hard, het laatste wat ik wil, is dat ze gepest wordt hier om. Maar alles in mij hoopt dat ze toch weer dat pietenpak aantrekt en soms nog even twijfelt.