Maria’s Mooie Mensen

Het moest er eens van komen: buikgriep. En dan blijft het natuurlijk niet bij één slachtoffer. Onze dames blijken niet vaak ziek. Oudste dochterlief had al zelden een kinderziekte meegepakt en haar zusjes zetten die lijn lekker voort. Goede genen blijkbaar hier, want ook manlief en ik zijn zelden uit de running. We zijn bovendien ook wel van het type ‘niet piepen’. Dus toen één van onze dochters begon te klagen over buikpijn, waren wij nog niet echt gealarmeerd. We togen hup naar beste vriendin ergens op de Veluwe en meenden dat het uitje naar daar de boel wel op zou klaren. Toen ze aan het einde van het bezoek over de trampoline spuugde waren we nog niet per se gealarmeerd. Ze was vast te wild op de trampoline en de patat die we aten, was wellicht niet goed gebakken. De dag erna werd ze met het uur bleker en besloot zelf het rondje visite wat die dag gepland stond, even over te slaan. Ik zag er weer geen kwaad in, zelfs niet eens toen ze nogmaals alles eruit gooide. In de overtuiging dat het snel weer op zou knappen, nam ik de andere dames mee richting oude oma. Dat oudste dochterlief eerst alle hapjes die oude oma voorschotelde gretig weg at en daarna in de auto naar huis zich niet zo lekker voelde, vond ik ook niet vreemd. Als je wat worstjes, chips en chocoladepepernoten door elkaar eet en vervolgens tegen mijn rijstijl moet kunnen, kan je wat groen uit de auto komen. De volgende dag meende dit duo naar school te moeten, maar strandden ze op het ontbijt. Er volgden drie dagen waarin de ene afwisselend alle posities op de bank uit probeerde en de ander alleen maar plat op de vloer wilde liggen. Ze waren misselijk, moesten spugen en liepen om beurten naar het toilet. Droge crackers, mini-slokjes water; niks wilde erin blijven. Dag vier deed onze laatste dame ook mee. Ze was bleek, klaagde over buikpijn. Met het puin(of spuug)ruimen van deze week in ons hoofd besloten we direct haar ook thuis te houden; dit konden we juf niet aan doen. Gelukkig knapte het spul toch op. De jongste twee begonnen weer rond te scharrelen, rondden de ene na de andere puzzel af en op het punt dat ze elkaar weer konden pesten, wisten we zeker dat ze nog een dagje school mee konden pikken. Oudste dochterlief moest het van verder halen. Alle tranen ten spijt, – want ze wilde niks liever dan weer naar school –maar het eten bleef moeilijk en haar ‘papbenen’ konden haar niet meer dragen. Uiteindelijk wilde ze weer pizza, dus dolblij dat er weer wat in ging, reed manlief direct naar de supermarkt. ‘Zo, pizza-avondje’, zei de enthousiaste medewerkster bij de zelfscan. ‘Ja, mijn dochter wilde dit zo graag, dat ik het direct ben gaan halen’, deed manlief lekker mee. ‘Lekker papa-punten scoren’, concludeerde de medewerkster. Wij wisten wel beter. De drie muizenhapjes die ons meisje uiteindelijk nam, juichten we toe alsof ze een wereldprestatie neer zette. Er is niks erger dan kinderen die ziek zijn.