Maria’s Mooie Mensen

Ons prikschema was wat in de war, om het beestje maar bij de naam te noemen. Vorig jaar pikten we een rondje Corona mee net toen we aan de beurt waren voor vaccinatie, waardoor we onze prik later haalden dan leeftijdsgenoten. Een tweede was niet nodig, maar met het vizier op Italië na twee jaar geen vakantie, besloten we in oktober toch deze ook te halen. We hadden het zo uitgekiend dat we met een negen maanden geldigheid mooi richting pizza en strand zouden kunnen komende zomer, maar helaas voor ons ging die laatste prik naar zes maanden geldigheid. Italië is inmiddels geboekt, de aftelkalender is nog nét niet klaar, maar wat willen we allemaal graag weer op dat strand liggen deze zomer. Dus er zat niks anders op, er moest een booster gehaald worden. Manlief had bedacht dat, om Italië helemaal zeker te stellen, de booster pas in februari geprikt mocht worden. Als deze dan maar een half jaar geldig zou blijken, zouden wij goed – en bovenal in de Italiaanse zon – zitten. Het werd alleen nogal penibel. Op school van de dames woedde een ware Corona-storm. De ene klas na de andere ging ten onder aan tien, vijftien, twintig besmettingen per klas. En zonder die booster zouden manlief en ik direct in quarantaine moeten als onze dames een rondje Corona mee zouden pakken. Niet heel praktisch. Voor iemand die echt een hekel aan prikken heeft, zat ik er dan ook redelijk monter bij afgelopen week toen we eindelijk richting priklocatie reden. Dit prikken doen wij altijd samen; iets met gedeelde smart. Dit keer had ik een gouden idee: we pakken een locatie in een kleiner dorp, dan is er vast niks te doen. En inderdaad, leeg parkeerplaats, een beveiliger die met een zucht van verlichting en een grapje ons binnen liet en niemand voor ons. Het was zo stil dat zelfs de computersystemen in slaap gevallen waren. Manlief en ik, inmiddels half uitgekleed en met ontblote arm klaar om het zo snel mogelijk achter de rug te hebben, werden het hokje weer uitgezet; éérst de boel aan de praat. Voor de zenuwen niet zo geslaagd, maar oké. Vijf minuten later werden we met een ‘staan jullie er nog?’ dan toch binnen gehaald. En daar ging ie dan. Ik voelde de prik, en ik voelde de prik, en die bleef ik voelen. Een kleine paniek maakte zich langzaam van me meester, die naald moest er wel weer uit. ‘Gaat dit wel goed’ informeerde ik en al die tijd zat die naald er dus nog in. Manlief bleef verbaasd maar weinig geruststellend toekijken. Wat bleek; deze prikster had een tactiek en dat was zo langzaam mogelijk prikken. Minder pijnlijk aldus deze mevrouw aan de goede kant van de naald. Manlief en ik constateerden beiden anders. Thuis bleven we erover discussiëren en kort onderzoek op internet leerde ons dat ook wetenschappers nog anders concludeerden. We hebben er toch een mailtje aan gewaagd. Een klacht is het niet, want echt pijn doet zo’n naaldje niet. Maar ik bleef maar aan mijn kleine dames denken. Terwijl ik uit alle macht probeer ze niet beïnvloeden met mijn angst voor naalden weet ik zeker dat die na zo’n extra langzame prik voor het leven genezen zijn. En dan niet van Corona.