Met de camper van Peize naar Noord-Korea: wat bezielt het echtpaar Lascaris?

‘Zaten we opeens bij de minister van Bhutan aan tafel’

PEIZE – Verre reizen maken met de camper. Voor menig pensionado is het een droom. Kroatië, italië, Slovenië, Portugal: het zijn één voor één immens populaire camperbestemmingen. Maar Gerard en Thea Lascaris uit Peize pakken het nog groter aan. Zij maken zich op voor een reis naar onder meer Noord-Korea. Daarmee wordt het Peizer echtpaar één van de weinigen die per camper naar de dictatoriale staat zullen afreizen. ‘Toen we hoorden dat er een reis naar Noord-Korea werd georganiseerd, wisten wij genoeg: daar moeten we bij zijn!’

We bezoeken Gerard en Thea in hun huis in Peize. Naast het huis staat hun camper, waarmee ze vele avonturen beleven. Dat doen ze overigens al jaren, al waren de reizen vroeger korter. Aanzienlijk korter. ‘Toen we beiden nog in loondienst waren, gingen we eens in de vijf jaar een aantal weken met de camper erop uit. Veel vaker kon niet, want het moest met werk geregeld worden’, zegt Gerard. Toen Thea in 2012 haar bedrijf echter verkocht, was er de mogelijkheid om langere en verdere reizen te maken.

 Allereerst werd Amerika aangedaan. ‘Zowel Noord- als Zuid-Amerika’, zegt Thea. ‘We zijn een jaar lang wezen reizen. Dat was een fantastisch begin.’ De camper laten ze telkens verschepen. ‘Dat is een prachtige ontdekking’, zegt Gerard. ‘Voor niet al teveel geld kun je je camper overal ter wereld naartoe laten sturen. Dat maakt het reizen dan zó relaxed. Zo zijn we vanaf Nederland naar Singapore gereden en vervolgens teruggevlogen. De camper kwam enkele weken later weer in Nederland aan.’

Dat het verschepen niet áltijd van een leien dakje gaat, bleek toen de camper naar Buenos Aires moest. ‘Dat lieten we vanaf Antwerpen doen’, zegt Thea. ‘Nou, eens en nooit meer. Het is daar een chaos in de haven. Toen we aankwamen, bleken veel van onze kleren gestolen. Ze hadden het zo uit de camper gehaald. Vervelend, maar geen ramp. Andere reizigers waren kabels van laptops, waaronder opladers kwijt. Dan ben je verder van huis. Kleren koop je overal, die kabels niet.’

De reis naar Singapore, die van september 2014 tot en met mei 2015 werd afgelegd, liep door landen als Iran. Spannend? ‘Op zich wel, maar Nederlanders worden in veel landen gerespecteerd’, merkt Gerard op. ‘Wij konden bijvoorbeeld zo doorrijden bij de grens van Iran, terwijl er een Frans echtpaar werd aangehouden. Die kunnen er bij wijze van spreken nog staan, omdat de band tussen Iran en Frankrijk niet zo goed is.’ In Bhutan kreeg het Peizer echtpaar zelfs een VIP- behandeling. ‘Omdat ons Koningshuis blijkbaar bevriend is met dat land’, zegt Thea zo’n zes jaar na dato nog steeds lichtverbaasd. ‘”Your king is our friend”, zeiden ze.  Zaten we opeens bij een minister aan tafel te dineren. Heel bizar.’

Gerard en Thea reisden naar Singapore met een reisorganisatie, zoals ze dat straks ook naar Noord-Korea gaan doen. Samen met een aantal andere echtparen (voornamelijk Duitsers) wordt de reis in etappes afgelegd. ‘We zien ze dan vaak alleen bij het eindpunt. Dan hebben we even contact met de rest.’ Een enkele keer moesten alle reizigers zelfs in konvooi rijden. ‘Dat was in Pakistan. Stoppen mocht niet, men was bang dat ons iets zou overkomen. Als je dan in zo’n colonne rijdt, ben je er snel klaar mee’, zegt Thea.

De derde reis ging naar Nieuw-Zeeland, alwaar ze met de camper door de binnenlanden trokken. Langer dan acht maanden achter elkaar kan het echtpaar overigens niet op vakantie. ‘In Nederland is een regel dat je officieel niet langer dan acht maanden achtereen vakantie mag vieren. Dat maakt dat wij soms een paar dagen terug gaan naar Nederland, om dan later weer naar op pad te gaan’, zegt Gerard. Contact met het thuisfront is er ondertussen via Skype. ‘We weten van tevoren waar we een Mc Donald’s en een Starbucks kunnen vinden. Plekken waar je gratis WiFi hebt en dus contact kunt maken met het thuisfront’, zegt Thea. Het echtpaar heeft immers drie kinderen en zes kleinkinderen. ‘Skype is een ideale manier om elkaar op de hoogte te houden.’

Door de vele en lange reizen, mogen Gerard en Thea zich inmiddels ervaren reizigers noemen. Ze weten dat men in Colombia minutieus wordt gecontroleerd en dat je zomaar bij vier à vijf dagen kan uittrekken voor de grenscontrole bij China. ‘Geduld is bij al onze reizen het toverwoord’, zegt Gerard. ‘Als je het geduld niet kunt opbrengen, moet je zulke reizen niet maken.’ Een vraag die het echtpaar vaak krijgt, is of ze het nog met elkaar kunnen uithouden als ze zolang met elkaar zitten opgescheept. ‘Haha, dat horen we inderdaad vaak’, zegt Thea. ‘Bij ons is het zo: als we eenmaal maar onderweg zijn, dan wil het steeds beter. Aan het begin zijn er de zenuwen, waardoor je misschien wat meer op elkaar let. Maar dat is zo weg. Vanaf dan houden we het eenvoudig met elkaar uit.’

Over vakantie hebben de twee het niet wanneer ze weer op pad gaan. ‘Nee, vakantie is het niet. Reizen is een way of life, dat moet in je zitten. Mijn vader had het ook altijd, wanneer hij vroeger in de auto door Nederland reed. Het was in de tijd voor de TomTom en de makkelijke navigatie. Als hij ergens drie keer heen moest, reed hij drie keer een andere route. Dat zat er gewoon in.’ Ook Thea heeft dat van nature. ‘Ik zeg wel eens dat ik zigeunerbloed bezit. Dat kan haast niet anders.’

Bovendien beleven de twee avonturen die de gemiddelde vakantieganger niet voor mogelijk houdt. Zoals de keer dat er zes mannen met geweren in witte gewaden op de camper van het echtpaar af kwam lopen, in de buurt van de Ganges in India. ‘Toen ben ik weggereden’, zegt Gerard. ‘Ze achtervolgden ons nog een tijdje, maar gaven het na tien kilometer op.’ Of hij toen bang was? ‘Nee, bang ben ik op de reizen nooit geweest. Voorzichtig wel, maar dat is logisch.’ Veiligheid, meent Gerard, is sowieso een relatief begrip. ‘Als je op de verkeerde plek op het verkeerde tijdstip bent, dan ben je de pineut. Maar we bereiden ons goed voor en hebben bovendien een reisorganisatie achter ons staan, die ons uit de brand kunnen helpen. Dat is fijn om te weten.’

Dat het anders is geregeld in landen die in Nederland gauw als ‘bananenrepublieken’ zouden worden weggezet, moge duidelijk zijn. ‘Dat heb ik wel geleerd van onze reizen: overal is corruptie. Of je nou in Bolivia of in Myanmar bent, men ziet je als een rijdende pinautomaat. In sommige landen heb je mensen die uit het niets een blokkade opwerpen, om je er pas weer langs te laten als je betaald hebt.’

Het zijn minpuntjes aan wonderschone reizen, zo vinden Gerard en Thea. ‘De schoonheid van de landschappen, de gebouwen: dat maakt de reizen zo leuk’, vindt Thea. Gerard houdt vooral van de vrijheid in andere landen. ‘In Nederland mag je zo weinig, je hebt als kampeerder met veel regeltjes te maken. In het buitenland is het primitiever, het is nog echt kamperen. Denk ook maar niet dat wij dagelijks kunnen douchen. Je hebt soms twintig liter water tot je beschikking en weet dan niet waar je dat kunt bijvullen. Dan ga je er op letten. Ga je rantsoeneren. Het is nog echt een avontuur.’ Een voordeel daarbij is de medische kennis van Thea en de handigheid van Gerard. ‘We vullen elkaar goed aan.’

‘Daar ga je toch niet heen?’

Vanaf 21 maart zit het echtpaar Lascaris weer in de camper, op  weg naar Noord-Korea. Het is de eerste keer dat men met campers door de gedemilitariseerde zone van het land komt. Uiteraard lezen de deelnemers zich al flink in. Zo weten Thea en Gerard dat ze wél het standbeeld van Kim Jong-Un mogen fotograferen, maar dat dat enkel in zijn geheel mag. Dus niet alleen het hoofd met de romp. ‘Eén van onze kinderen zei nog: “daar ga je toch niet heen, naar dat land?”. Maar toen we lazen dat er een camperreis naar Noord-Korea ging, wisten we dat we mee wilden. We moesten simpelweg wel mee.’

Coronavirus

De relatief korte reis van het echtpaar (‘slechts’ zeven à acht maanden) kan nog deels in het water vallen. ‘We weten nog niet of we China wel in komen’, zegt Thea. ‘Dat heeft natuurlijk alles te maken met het coronavirus. Het kan zijn dat we een omweg maken, maar dat zou wel jammer zijn. We willen graag de Chinese Muur zien bijvoorbeeld.’

Bang voor het virus is het echtpaar in ieder geval niet. ‘Nee, zeker niet. Maar het zou jammer zijn als de grens dicht blijft. We gaan het zien.’

KADER: ‘De kleine dingen’

Uren kunnen ze praten over hun avonturen. Over die bergpas tussen Chili en Argentinië, waar ze zó het ravijn in keken. Of over de Indiase mevrouw die Thea per se haar wc wilde laten zien. ‘Het was het enige toilet van het dorp. Ze was er gewoon trots op.’ Tóch blijven de ‘kleine dingen’ het mooist. Kleine geluksmomentjes, die zich iedere dag weer op een ander moment aandienen. Juist die kleine dingen maken het leven mooi. Daarom kunnen de wereldreizigers zich ook nog prima vermaken aan de Nederlandse kust. ‘Natuurlijk!’, zegt Gerard. ‘Dat blijft ook hartstikke leuk. Daar genieten we net zo van als van het verre buitenland!’