‘Met minder geld is onze missie nagenoeg onmogelijk’

Bestuurders Perdok en Driessen: zorgen én vertrouwen
RODEN – Een jaarlijkse subsidie van 350.000 euro. Dat is wat Landgoed Mensinge behoeft om alle culturele ballonnen in de lucht te kunnen houden. Nodig dus om zowel musea, als theater en bioscoop open te kunnen houden. De afgelopen jaren moest Landgoed Mensinge het doen met 125.000 euro op jaarbasis minder. Dat kan niet langer. De rek is er uit. De bestuurders Ton Driessen (voorzitter en topman van Resato) en Rieks Perdok spreken hun zorgen uit over de toekomst, al hebben beiden vertrouwen in de goede afloop.

Het is niet zo dat het handjevol betaalde krachten en manager Ids Dijkstra maar wat aan kunnen rommelen op Landgoed Mensinge. Integendeel. Het bestuur, dat behalve Perdok en Driessen bestaat uit Fred Beerling, Stefan Mak en Fokke-Jan van Veen, houdt nadrukkelijk de vinger aan de pols. ‘Zie ons als een soort van Raad van Bestuur. We geven Ids Dijkstra het kader waarbinnen hij aan de gang kan. Ons bestuur brengt kennis en kunde in de organisatie. We denken mee en discussiëren op inhoud. De veelal zakelijke achtergrond van de bestuursleden brengt bovendien met zich mee dat wij toch anders naar de materie kijken. Zonder kundig bestuur wordt het hobbyisme. Vaak wordt dan ook niet op de centen gelet. En centen zijn ontzettend belangrijk. Er is hier de afgelopen jaren ontzettend veel en goed werk verricht. We hebben ruimschoots voldaan aan de wens van onze opdrachtgever, de gemeente Noordenveld. De gemeente heeft haar zo gewenst cultureel centrum gekregen. En meer zelfs. Veelal met dank aan vrijwilligers. En let op hè, vrijwilliger zijn bij bijvoorbeeld het theater is toch iets heel anders dan bij een voetbalclub. Daar doe je het vaak voor een klein groepje, hier voor een klant die een product koopt. Die klant verwacht professionaliteit en dus ligt de lat best hoog voor vrijwilligers hier’, zeggen Perdok en Driessen.

De toon is gezet. Zowel Perdok als Driessen weten waarover ze praten. Gehard door het zakenleven. Intelligent, goed gedocumenteerd. Ze weten hoe de hazen lopen. ‘Wat hier de afgelopen jaren gebeurd is, grenst aan het onmogelijke. Kijk naar de Landskeuken, de cinema, het theater en ook de jeugd theaterschool. Daar staat wat hoor. We staan bovenaan als het gaat om zaken als bezettingsgraad en waardering, onderaan als het gaat om financiële steun. Op een bepaald moment gaat dat tegen je werken. Is de rek er helemaal uit. Komt er veel te veel druk op je betaalde krachten. Dat kan niet langer. Daarnaast willen we mooier en beter. Willen we het nóg aantrekkelijker maken om hier naar toe te komen. Dat kost de gemeente geld, maar wij zijn er van overtuigd dat het ook veel geld oplevert. Een bruisend cultureel leven is voor mensen een reden om hier te gaan wonen. Bedrijven die van plan zijn te verhuizen, kijken vaak ook naar wat een nieuwe vestigingsplaats voor het personeel te bieden heeft. Onderschat dat niet. ‘

Perdok kan zich de begin situatie nog heel aardig voorstellen. ‘ Een museum met een dorpshuis. Een zaal waar met dank aan de plaatselijke middenstand wat gordijnen hingen. Een zaal met een bar voor feestjes. Dat was het. En kijk nu eens wat er staat. Voor een dorp als Roden is dit uniek. Landgoed Mensinge geeft Roden uitstraling. Het maakt het interessanter als vestigingsplaats voor particulier en bedrijf. Een zwembad, een sporthal een stuk cultuur en sport. Dat is waar mensen naar kijken. Ik zeg niet dat mensen alleen om Landgoed Mensinge in Roden komen wonen, we dragen zeker wel bij. Dat blijkt uit alle onderzoeken. Dat zie je aan de bezettingsgraad van het theater. Dat zie je aan de toenemende belangstelling voor de Landskeuken. Die feiten liegen niet. Op Landgoed Mensinge bezuinigen, betekent dat je inlevert. Als dorp en gemeente. Je wordt minder aantrekkelijk. Het heeft dus bredere consequenties dan het feit dat je niet meer naar een museum zou kunnen gaan.’

Driessen stelt dat meer geld ook nodig is om de immense druk die nu op de ranke schouders van de betaalde krachten rust, te verminderen. ‘Ik zal je een voorbeeld geven. Stel je hebt een bedrijf en neemt afscheid van zeven fulltimers. Vervolgens ga je hun werkzaamheden invullen met vrijwilligers, die elk maar twee uur per dag kunnen. Probeer dat maar eens te organiseren. Hier lukt dat, omdat onze betaalde krachten 24 uur dag, zeven dagen per week met ‘hun’ Mensinge bezig zijn. En als er geen bezetting is, of iemand wordt ziek, dan staan ze er zelf. Maar hoe lang houden ze dat vol? Hoe lang kun je dat van die mensen vragen? Weet je, cultuur in ons land kan zichzelf nooit helemaal bedruipen. Natuurlijk zien we dat ook graag anders, er moet echter per definitie geld bij. De gemeente heeft dat zelf ook becijferd. De 3,5 ton die we vragen is zelfs door de gemeente voorgerekend. Dat bedrag was nodig om de boel draaiende te houden. Dat bedrag hebben we echter slechts één jaar gehad. Het werd vervolgens steeds minder. En weer minder. Desondanks zijn we gegroeid. En hoe. We staan nu echter op een kruispunt. We moeten echt naar die 350.000 euro toe. Andere scenario’s zijn er niet. Zaken afstoten kost ook geld. Bovendien hebben we alles uit en te na onderzocht en berekend. Het beleidsplan dat er nu ligt, dat is hét plan. Dat is dé leidraad. Daar valt niet aan te tornen. En bij dat plan hoort een jaarlijkse subsidie van 350.000 euro.’

Perdok zegt dat de politiek welwillend is. Begrip heeft. ‘Het gaat echter om resultaat. Iedereen kan het wel begrijpen, er moet echter extra geld komen. Zo simpel is het eigenlijk. In Nederland, en dus ook in onze gemeente, willen we vaak alles op de been houden. Het is een beetje de Olympische gedacht. Zo van ‘als we maar meedoen’. Volgens mij moeten we toe naar een andere mentaliteit. Moeten we veel meer uitgaan van speerpunten. Benoem je die en investeer je daar in, dan gaat de rest wel mee. Nu is het vaak een kwestie van pappen en nathouden en dat is mijns inziens niet de juiste weg.’

Met hetzelfde geld verder, is eigenlijk geen optie. ‘Dan boet je zoveel in. Dan hobbelt het allemaal zo achteruit dat het vanzelf weer dat museum met dorpshuis wordt. Misschien chargerend, maar die kant gaat het dan wel op. Ook wij als bestuursleden zullen goed naar onze posities kijken. We doen dit vrijwillig, maar zijn wel aansprakelijk. Er kleven dus nogal wat risico’s aan. Wat hier gerealiseerd is, kun je niet langer professioneel runnen met alleen parttimers en vrijwilligers. Mensen verwachten professionaliteit. Landgoed Mensinge is ook al een meer dan uitstekend opleidingscentrum gebleken de afgelopen jaren, voor zowel startende jongeren als ook herintreders. Misschien dat we zelfs wel aanspraak kunnen maken op geld uit het onderwijspotje, haha. Serieus, we gaan straks nogmaals met de fracties van de politieke partijen om tafel. We zullen ze dan nogmaals onze visie uit de doeken doen. We zullen inspreken bij een raadsvergadering. Misschien is het niet eens nodig, want eigenlijk heeft niemand iets tegen ons doortimmerde plan in te brengen. Maar alles draait om het eindresultaat, lees: extra geld. Alles draait om die hamerslag, die toekenning. En dan mag de weg daar naar toe best heel kronkelig zijn. De missie die we gekregen hebben, hebben we met verve ingevuld. Zonder structureel meer subsidie, is het onmogelijk het allemaal in de benen te houden. Let op hè. Je kunt hier zeven dagen per week, 24 uur per dag terecht. En dat 365 dagen. En dat allemaal met zo’n 12 betaalde parttime krachten, die omgerekend zeven voltijd functies vullen en circa 120 vrijwilligers. Voor ons is het duidelijk. Natuurlijk hebben we zorgen, natuurlijk houdt dit ons bezig. We denken echter dat het gezonde verstand zegeviert. Dat iedereen de waarde van Landgoed Mensinge zo langzamerhand kent. Wat dat betreft hebben we vertrouwen in de goede afloop. En nogmaals: alternatieven – ook als het gaat om elders geld vandaan te halen- zijn er niet.’