Meta Bernardus hanteert al jaren een scherpe schaar bij de Noorderkroon

‘De mensen vertrouwen me van alles toe en ik ben dankbaar voor dat vertrouwen’

RODEN – Ze is al geruime tijd een bekend gezicht in de Noorderkroon in Roden. Kapster Meta Bernardus laat bewoners en omwonenden van de Noorderkroon er tiptop bij lopen. En als de mensen niet naar haar kapsalon kunnen komen, komt ‘de berg natuurlijk naar Mohammed’.
‘Maar ik knip ook het personeel en al wie er maar geknipt wil worden, hoor!’ In de belangstelling staan hoeft voor Meta niet zo nodig, maar ze wil wel een uitzondering maken voor deze keer. ‘Ik werkte rond mijn 22ste bij een kapsalon in Assen. De eigenaar hield ermee op, dus speelde ik met de gedachte de kapsalon over te nemen. Maar de bank was niet erg enthousiast. En achteraf ben ik daar ook wel blij om. Mijn moeder was net overleden, wat een zware tijd was. En ik was nog piepjong. Uiteindelijk kwam ik bij Cordis terecht. Dat vond ik best leuk werken, maar mijn hart lag bij het kappersvak.’ Meta’s man stimuleerde haar om voor zichzelf te beginnen, als ambulant kapster. ‘Ik was één van de eersten. Er waren al thuiskappers, maar vaak gebeurde dat zwart. Dat wilde ik beslist niet, ik wilde het officieel doen.’ Jarenlang reisde Meta van klant naar klant, onder de naam Meta’s Morfose. Tot ze uiteindelijk neerstreek in de Noorderkroon. ‘Dit is het beste wat me is overkomen,’ zegt ze uit de grond van haar hart. ‘Ik vind het heerlijk om met mensen te werken. En oudere mensen zitten zo vol verhalen over vroeger. Ze vertrouwen me van alles toe en ik ben dankbaar voor dat vertrouwen.’
Haar liefde voor de klanten maakt haar werk niet altijd makkelijk. ‘Ik zie ze ouder worden en uiteindelijk overlijden. En ik heb het daar soms erg zwaar mee. Een paar jaar geleden kwam er een mevrouw met een gebroken been, die tijdelijk in de Noorderkroon zat. Ze wilde wel door mij gekapt worden. Dat klikte zo goed, dat ze, toen ze weer naar huis ging, vroeg of ik bij haar thuis wilde komen voor haar haar. Dat vond ik geen probleem. Uiteindelijk ging ik haar ook helpen met haar boodschappen en andere klusjes. En dat doe ik nog steeds, drie keer in de week. Ze is echt mijn bonusmoeder geworden. Ze is onderdeel van mijn familie geworden. Inmiddels is ze 93 en praten we over het naderende einde. We mogen van haar dan niet huilen, maar ik zie er vreselijk tegenop.’
Mevrouw Dijk komt binnen. Ze loopt voorzichtig achter haar rollator. ‘Ik ben bijna 96. Vroeger was ik een echte sportvrouw en moet je me nu eens zien! Een rollator laat je smeren, maar ik moet het hier maar mee doen!’ Ze laat zich voorzichtig op een stoel zakken en wil best even iets over Meta zeggen. ‘Ik kom hier om de week. En voor Meta hier zat kwam ik al bij haar. En later kwam ze bij mij. Soms nam ze haar baby mee. Ik woonde tot een paar jaar geleden op mezelf, maar wel al heel lang alleen. En als je dan wat krijgt, wie moet er dan voor je zorgen?’ Ze vertelt dat Meta heel vriendelijk is. ‘Ze fladdert overal heen, doet voor allerlei mensen boodschappen en als ik een cadeautje moet hebben dan haalt ze dat voor mij.’
Meta schiet in de lach. ‘Weet je nog dat we samen gingen winkelen? Naar Gorredijk? We verdwaalden hopeloos.’ Ze giechelen als meisjes.
Ook personeelslid Greet Noordhof is blij met Meta. ‘Ze overlegt regelmatig over bewoners en staat altijd voor ze klaar. Voor ons ook, trouwens. Veel van mijn collega’s laten zich ook door haar knippen. Ik niet, maar dat komt omdat mijn dochter kapster is.’

Meta denkt nog niet aan stoppen. ‘Ik vind de band die ik met mensen opbouw veel te bijzonder. Dat wil ik niet kwijt. Maar als ik niet meer zou kunnen knippen, dan ga ik in de verzorging. Desnoods vrijwillig. Dat doe ik nu toch ook al.’