Micro’s en macro’s

column-cees-3-purpermotje

Je kunt je niet voorstellen dat er veel mensen zijn met een uitgesproken hekel aan vlinders. Wel aan de rupsen, het larvestadium van vlinders, want die kunnen soms behoorlijke schade aanrichten. Vooral die van de koolwitjes zien tuinders liever niet op hun gewassen en dus zien zij de vlinders, die de eitjes op de koolplanten leggen, liever hun tuintje voorbij vliegen. Maar van al die andere krijg je alleen maar een vrolijk gevoel.

Wat we vooral zien zijn dagvlinders. Daar komen er niet echt veel soorten van voor in Nederland (ruim 50) en in Drenthe (en het Westerkwartier) zijn het er een stuk of dertig die je met enige regelmaat te zien kunt krijgen. Nachtvlinders zijn er des te meer en in heel Europa zelfs meer dan 10.000 tegenover ruim 500 soorten dagvlinders. In Nederland kennen we ruim 2400 soorten nachtvlinders, waarvan er meer dan 900 tot de macro’s worden gerekend en pakweg 1500 tot de micro’s. Het formaat is weliswaar van belang, maar niet waterdicht. Zo kan de grootste micro, de Rietsnuitmot met een spanwijdte van wel 35 mm, groter zijn dan de kleinste macrovlinder. De kleinste micro, de Berkenmineermot, is echt heel klein en meet slechts 3,5 mm. Om het onderscheid te maken kun je letten op de voelsprieten die bij de macro’s over de vleugels worden gelegd en bij de micro’s worden ze eronder gelegd. Maar ook hier geldt dat er uitzonderingen zijn.

Er zijn nogal wat mensen die bij nachtvlinders vooral aan motten denken en ze ook zo noemen. Die zijn er dus wel, genoeg zelfs, maar dat heeft toch een ietwat negatieve klank. En dat terwijl er werkelijk prachtige nachtvlinders zijn, qua kleur, maar vaak ook qua tekening. Je komt de meest fraaie en bijzondere patronen tegen. Vaak genoeg zien we, zonder het misschien goed te beseffen, overdag ook nachtvlinders. In Nederland zijn er wel honderd van en ze worden daarom dagactieve nachtvlinders genoemd. De Gamma-uil is een bekende soort en een andere algemene verschijning is het Muntvlindertje. Die zie je inderdaad veel op allerlei verschillende muntplanten. Van Marleen Riegman uit Peize ontving ik een foto met de vraag: ”Weet jij welke vlinder dit is?” Ik moest direct denken aan dit Muntvlindertje, maar Marleen had erbij geschreven dat de spanwijdte wel 3 cm was. Er is een soort die erop lijkt, het Purpermotje, en controle leerde dat dit de vlinder is waarvan ze me een foto stuurde. Op de foto (van internet) ziet u dit fraaie vlindertje, die net als het Muntvlindertje tot de micro’s wordt gerekend. De Gamma-uil is een macro.

Beekrombout

Wanneer je veel in het veld bent, zoals natuurfotograaf Bertus van der Velde, kom je geregeld zaken tegen waar je hart sneller van gaat kloppen. Of dat zo was bij de Beekrombout (een libel) weet ik niet, maar Bertus wist toen hij er een foto van maakte dat het iets bijzonders was, zonder de naam te kennen. Minko van der Veen, de vlinderspecialist (en libellenkenner) van IVN Roden benoemde hem, hoewel ik hier eigenlijk moet zeggen haar, want het was een vrouwtje. Het is een erg zeldzame soort in Drenthe (en in Nederland) die Bertus in de buurt van Tynaarlo zag. Voor 2000 was deze rombout van slechts één plek bekend en dat was zelfs een waarneming van voor 1950. Frappant genoeg was dat op dezelfde plek als nu! Deze foto, en andere van Bertus, zijn te zien op de website (waarnemingen) van IVN Roden. Daarop staat ook een serie prachtige foto’s van Pia Zomer.

Hommelkast

De familie Van der Laan (bekend van de fijne vleeswaren op de vrijdagse markt in Roden) vroeg mij om advies voor het plaatsen van nestkastjes. Ze zien graag vogels rondom hun huis, hoewel Ria zich wel af en toe ergert aan een Merel die nogal eens rommel veroorzaakt. Ik heb ze op een aantal plekken gewezen waar nestkasten tot een goed resultaat kunnen leiden, maar bij één was dat niet nodig. Die hangt daar op een puik plekje en was in bezit genomen door een goedaardig (Akker)hommelvolkje. Dat gebeurt wel vaker. Mooie natuur en zo dichtbij!