‘Mijn grootste zorg is dat niet-kwetsbare gezinnen ook kwetsbaar worden’

Thuisonderwijs is voor kinderen in het speciaal onderwijs extra lastig, erkent Nicolle Jaarsma van sbo ’t hoge Holt

RODEN – Dat de scholen als gevolg van het coronavirus gesloten zijn hakt er flink in. Voor niemand een pretje, maar voor leerlingen in het speciaal basisonderwijs misschien nog wel ingewikkelder. Sommige kinderen met stoornissen als ADHD of autisme lopen helemaal vast nu ze thuis zelfstandig aan de slag moeten. Ze missen de structuur en houvast die ze op school hebben. Bovendien moeten ouders naast hun baan ook nog hun kind begeleiden met schoolwerk. Dat kan voor spanningen zorgen binnen gezinnen. Nicolle Jaarsma, directeur van sbo ‘t Hoge Holt in Roden erkent de lastige situatie waarin het speciaal onderwijs zich bevindt. ‘Het is continu balanceren tussen gezondheid en sociale gezondheid en veiligheid.’

‘In algemene zin zijn structuur en veiligheid goed voor kinderen. Dat geldt helemaal voor onze groep’, begint Nicolle Jaarsma. ‘Die heeft baat bij doorgang. Daar zijn we ons goed van bewust. We proberen deze lockdown zo goed mogelijk uit te voeren en in te richten. We hebben voor alle leerlingen aandacht. Het digitale onderwijs loopt, leerlingen zijn daar deelgenoot van. Maar ideaal is het niet. Natuurlijk speelt het in mijn hoofd om helemaal open te gaan, ook bij collega’s wel. Maar het is lastig. Het raakt zoveel meer. We hebben te maken met collega’s, maar ook met taxichauffeurs. Veel van onze leerlingen worden met de taxi gebracht. Moeten we van een taxichauffeur vragen om uit de lockdown te komen? En op een bepaalde oppervlakte met 200 man, is dat goed?  We moeten een balans zien te vinden. De noodopvang is op onze school groter dan op andere basisscholen. We hebben een noodopvang voor kinderen van ouders die werken in vitale beroepen en daarnaast een noodopvang voor kwetsbare kinderen. De laatste groep doen we in samenwerking met jeugdzorg. Ook kinderen van wie Nederlands niet de moedertaal is komen naar de opvang (dat is niet op alle scholen binnen OPON zo. Graag deze zin verwijderen). De noodopvang hebben we als school zelf ingericht, met eigen collega’s. Daarvoor hebben we een rooster gemaakt. Enerzijds is er opvang, anderzijds is er onderwijs’, zegt Nicolle die de problematiek van ouders ook goed begrijpt. ‘Er gebeurt zoveel: werken of niet werken, de kinderen thuis. Ze hebben zoveel ballen in de lucht te houden. Spanningen kunnen daardoor oplopen. En niet alleen in kwetsbare gezinnen. Mijn grootste zorg is misschien wel dat de niet-kwetsbare gezinnen ook kwetsbaar worden door de lockdown’, zegt Jaarsma die ouders beslist geen hoop wil geven dat de school weer open gaat. ‘We wachten de persconferentie van dinsdag af. Daarna komen we bij elkaar met OPO Noordenveld en het schoolteam en beslissen hoe we verder gaan. In het belang van iedereen moeten we het beste doen.’

De zoon van Therese de Boer uit Roden zit op ’t Hoge holt in Roden. Ingmar (12) heeft ADHD en autisme. Voor hem was het moeilijk te accepteren dat het niet zo gaat als hij gewend was, vertelt zijn moeder. ‘Ik werk drie dagen per week bij de Poiesz. Daarom kon Ingmar gebruik maken van de noodopvang. Toen dat tijdens de eerste lockdown inging, ging het niet goed met hem. Alles structuur was ineens weg. Andere leerkrachten en hij zat niet bij zijn eigen klasgenoten. Dat viel hem zwaar. ’t Hoge Holt heeft alles goed voor elkaar, daar ligt het niet aan. Maar Ingmar miste zijn vertrouwde omgeving. Hij zit in Aqua, de groep van Stephan Bouwes. Daar is hij helemaal op zijn plek’, zegt Therese die haar zoon zo goed en zo kwaad mogelijk begeleidt met schoolwerk. ‘In de pauze zie ik de mailtjes voorbij komen  wat er thuis allemaal moet gebeuren. Zo moeten we bijvoorbeeld nog een quiz doen. Het is allemaal een beetje passen en meten om alles uit te voeren omdat je ook nog je werk hebt.’ Uit zichzelf doet Ingmar niets, zegt zijn moeder. Het liefst zit hij de hele dag op zijn spelcomputer. ‘Een tijd afspreken werkt het beste bij Ingmar. Dan zeg ik: om tien uur gaan we samen achter de computer om schoolwerk te doen. Dan hoef je er echt niet om kwart voor tien mee aan te komen. Tien uur zit in zijn hoofd. En zo gaat het met alles. Over het algemeen gaat het heel behoorlijk. Maar als de spanning oploopt, houd ik ermee op. Ik wil geen boos kind en ik wil geen boze moeder zijn. We proberen zoveel mogelijk te doen, maar wel in ons eigen tempo. Ik heb begrip voor de situatie, maar het moet niet te lang duren.