‘Mijn volgende schilderproject? Willem Alexander denk ik….’

Leek KC A Bos-Siegers

Schilderen geeft Anje Bos-Siegers rust en  afleiding

LEEK – Ze woont mooi, Anje Bos-Siegers (Roden, 1932), in haar appartement voor in de Tolberterstraat met vanuit de woonkamer een fraai uitzicht op de levendige Dam. De ex-uitbaatster van café De Oude Bank oftewel D’Olle Bank, dat nu door haar zoon Teun wordt geëxploiteerd, put na een periode van diepe neerslachtigheid – Jacob, haar man, steun en toeverlaat overleed in 2000 – weer levensvreugde in de hobby die ze sedert een paar jaar beoefent: Het schilderen. Dat geeft haar, zegt ze, ‘afleiding, rust en stabiliteit.’ “Maar ik heb eigenlijk maar weinig over mijn schilderkunst te vertellen; je bent wat dat betreft zo weer bij me weg,” kreeg de verslaggever bij het maken van de afspraak eerst van haar te horen. “Het zit eigenlijk heel simpel zo: Ik ben het drukke horeca-leven van kinds af aan gewend geweest en dan is het moeilijk daar afstand van te nemen. Maar ja, zo is het leven nu eenmaal. Dat heb je te accepteren en wil je er niet aan ten onder gaan dan moet je je zinnen weten te verzetten.…”
En dat deed ze. Via Vrouwen van Nu, de voormalige Bond van Plattelandsvrouwen waarvan ze al meer dan 25 jaar lid is, kreeg Anje in 2004 te horen dat schilderdocent Ada Velthuis voor een komende cursus nog een paar dames kon plaatsen. “Ik had dat nog nooit eerder gedaan, schilderen,” begint Anje op haar praatstoel te komen. “Daar heb ik het altijd veel te druk voor gehad, het caféleven slokte me van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat op. Maar waarom zou ik dat nu niet eens proberen? Sportief ben ik altijd geweest, tot mijn 47-ste handbalde ik bij Nileto maar daar moet je ook ‘eens’ een punt achter zetten. Dus schilderen? Ach ja, dat vond ik toch wel een nieuwe uitdaging. Ik ging naar de cursus en eerlijk: ik was meteen verloren. Ada was voor mij de perfecte docent die alles heel geleidelijk voor me opbouwde. Dat begon (lacht ze; red.) met het zetten van vier puntjes op papier waartussen ik moest schilderen. En vervolgens met het mengen van kleuren. Mijn eerste schilderij? Dat waren bloemetjes, geschilderd uit een plaatjesboek.”
Anje Bos kreeg er steeds meer plezier in. “Ik ben met acryl begonnen en zo schilder ik nu nog steeds. Niet meer op de cursus maar thuis. Op de tafel. Hoe ik aan mijn onderwerpen kom? Ik lees veel, vooral kranten en tijdschriften. Als ik dan een mooie foto daarin zie staan, knip ik die uit en bewaar hem in een map. Het is dan niet alleen de afbeelding die ik mooi vind of die me interesseert, ik wil me ook graag in de schilder, diens technieken en de betekenis of achtergrond van het door mij te schilderen object verdiepen. Zo heb ik heel wat onderwerpen in petto waar ik uit kan putten. Maar ik schilder ook wel stillevens, bijvoorbeeld een vaas bloemen die ik op tafel heb staan. Een ezel heb ik niet, ik gebruik gewoon de tafel als ondergrond. Eerst schets ik met potlood wat ik wil schilderen en dat verf ik daarna in. Ik héb een voorbeeld, maar daar geef ik altijd wel mijn eigen interpretatie aan. Leuk hoor. En zoals ik al eerder zei: het geeft me rust en afleiding.”
Kregen de schilderijen van Anje eerst enkel bewondering van familie, vrienden en kennissen, sedert ze af en toe exposeert komen ook veel ‘externe’ reacties los. Al na de eerste keer dat ze er mee in de openbaarheid trad, bij een expositie in het verzorgingscentrum De Schutse in Leek kwamen die er. Maar vooral haar huidige expositie, tot en met eind deze maand in het gemeentehuis van Leek, roept veel lovende kritieken op. “Tot ver over de landsgrenzen,”zegt Anje enthousiast. “Ik heb twaalf willekeurige schilderijen in het gemeentehuis mogen ophangen en er ligt een gastenboek. Hartverwarmend en een stimulans om door te gaan, echt dat overspoelt me allemaal. Nu weet ik zeker dat ik met schilderen moet doorgaan.”
Ook Bos’ appartement hangt vol met haar creaties, tot in de wc. Qua inspiratie is ze zeker nog niet uitgeput. “Ik ben nu bezig aan een portret van mijn kleindochter. De contouren heb ik al op papier getekend. Moeilijk hoor, een portret schilderen luistert heel nauw om het goed gelijkend te krijgen. Dat zie je ook wel aan de vele portretten die al van koning Willem Alexander zijn geschilderd. Sommigen gelijken goed, maar van vele denk ik, ‘is dát nou Willem Alexander?’ Maar ik heb uit de krant een grote foto van onze koning gescheurd. Die met mijn eigen interpretatie naschilderen wil ik binnenkort ook doen….”