Minikul (15.09.15)

Korte verhalen – stukjes van hooguit een stuk of tien boekpagina’s – zijn tot voor kort onder recensisten (waaronder veel zelf mislukte schrijvers!) een ondergeschoven kind geweest. Geen literatuur, was hun strenge oordeel. Want te makkelijk, te weinig diepgang en meer van dat soort in mijn ogen flauwekulmeningen. Maar opeens, patsboem!, zijn korte verhalen weer in. Er is zelfs een KorteVerhalenprijs met een ‘deskundige’ jury in het leven geroepen die jaarlijks de J.M.A.Biesheuvelprijs (vernoemd naar een van de tot nu toe wél ‘erkende’ korte verhalen schrijvers) uitreikt. En nóg sterker: Ook de Zéér Korte Verhalen – zeg maar van hooguit een paginaatje – zijn weer in trek. Daarvoor wordt nu jaarlijks de A.L.Snijderprijs, vernoemd naar een gevierd auteur in dit genre, beschikbaar gesteld. Het kan allemaal verkeren. We leven snel, sneller, snelst en een kilo’s dikke roman is voor veel mensen letterlijk en figuurlijk te zware kost geworden. Het moet nu allemaal kort, korter, kortst.

Mijn favoriete korte verhalen schrijver is nog altijd de veel te jong overleden Martin Bril. Zoals hij in een paar zinnen mensen, situaties en zijn gedachtenwereld kon verwoorden was meesterlijk en onovertroffen. Ik zou hartstikke blij zijn met, laat ik de lat niet té hoog leggen, tien procent van zijn schrijverschap. Maar ja, je moet roeien met de riemen die je hebt.

Laat ik maar weer teruggaan naar de huidige werkelijkheid. Die van de ‘emotie tv’. Heel af en toe krijg je namelijk ook op de tv letterlijk & figuurlijk gesproken sublieme korte verhalen gepresenteerd. Nog altijd staat mij de handelaar in curiosa helder voor de geest die in een programma ‘iets’ over een bijzondere curiositeit, een mandje van Makkummer aardewerk, mocht vertellen. Enthousiast ging de man van start met een monoloog over ‘een heel mooi mandje dat gebruikt werd als fruitmandje of tafelversiering en…’ Maar hij werd meteen onderbroken. ‘Veel te lang,’ riep de tv reporter treiterend. ‘Dat moet over.’ De man, een beetje aangeslagen, begon opnieuw, maar in de ogen en oren van de reporter nóg veel te uitvoerig. ‘Nóg korter,’ klonk het bijna geblafte bevel. Waarop de man, inmiddels rood aangelopen, het mandje naar de camera duwde en speekselspuwend schreeuwde: ‘Mandje!’ Sindsdien staat de man bekend als Meneer Mandje. Is dat geen prachtige titel voor een nog niet ‘ontdekt’ genre: het Ultra Korte Verhaal? Oftewel kort, korter, kortst. Ideetje, literatuurcritici?

Henk Hendriks