Minikul (voor 03.11.15)

Ik heb heel wat gebreken waaronder dat ik geen gezichten onthouden kan. Dat is onschuldig, maar wel hinderlijk. Hoewel, in dat opzicht slim als ik ben, probeer ik niet te laten blijken dat ik niet meer weet wat voor persoon achter het niet-door-mij-onthouden-gezicht zit. Meestal weet ik dat euvel te omzeilen door gesprekjes die dan met mij worden aangeknoopt vaag te houden. ‘Hoe gaat het met je?’ – wat in negen van de tien gevallen een spervuur aan persoonlijke moeilijkheden en frustraties aan de ‘tegenpartij’ ontlokt. Daarop borduur ik met nietszeggende oneliners als ‘wat erg’ of ‘en toen?’ verder. Met:’Het was weer leuk om weer met je te hebben gesproken, het allerbeste en tot ziens,’ sluit ik zo’n ontmoetinkje dan af. ‘Wie was dat?,’ vroeg mijn vrouw me regelmatig toen ik in de supermarkt, waar ik haar – noodgedwongen, waarover zo meteen meer – begeleidde, weer zo’n nietszeggend gesprekje heb gehad. ‘Ik zou het echt niet weten’, luidde dan mijn standaardantwoord. Waarna we verder de vakken langsliepen. Zij met spiedende blik naar de gewenste artikelen, ik slomerig het winkelwagentje duwend. Want ik háát boodschappen doen. En dan vooral in de supermarkt met zoveel mensen waar altijd wel een paar tussen lopen die mij met ‘Ha, hoe is het met je,’begroeten.

De supermarkt, laat ik het daar maar over hebben want dan hoef ik niet verder over mijn kwalijke gebrek te schrijven, was enkele maanden voor mij een nieuw werkterrein. Want door haar gebroken heup had mijn vrouw niet op tijd haar rijbewijs kunnen verlengen, waardoor ze even niet mocht rijden. Ik was toen haar chauffeur, die haar, niet altijd tot haar en mijn genoegen, overal naar toe reed. Zo ook naar de supermarkt. Waar ik stevig met de neus op het feit werd gedrukt dat ik het als ouwerwetse echtgenoot toch altijd wel erg gemakkelijk heb gehad. Veel mannen-anno-nu, maar toch ook veel senioren van het sterke (?) geslacht weten er wél goed de weg te vinden. Alleen vond ik dat veel van mijn leeftijdgenoten die samen met hun echtgenote de boodschappen deden – ja gezellig – haar vaak wel erg dwingende ‘adviezen’ omtrent de te kopen producten gaven.(‘Nee hoor, dit is te duur, neem dat maar dat is goedkoper’.) Inmiddels heeft mijn vrouw haar rijbewijs weer kunnen verlengen dus is het supermarkt-corvee voor mij weer verleden tijd geworden. Maar het geen-gezichten-kunnen-onthouden syndroom doemt overal voor mij op…..

Henk Hendriks