Minikul Week 49

Technostress. Dat was een voor mij – halve digibeet – volstrekt onbekend woord. Ik kwam het onlangs tegen in een artikel over smartphones. Dat zijn mobiele telefoons met uitgebreide mogelijkheden. Het zijn handcomputers die tegelijk telefoon zijn. Ikzelf heb al meer dan tien jaar dezelfde mobiele telefoon, model koelkast dus, waarmee ik amper bel – sms-en is er helemaal niet bij – en die ik, behalve als ik op pad ben, altijd uitgeschakeld heb. Da’s allemaal hartstikke ouderwets, noem het oubollig, maar ik voel me er goed bij. Geef wat dat betreft mijn portie maar aan fikkie. Hoewel, ik moet eerlijk bekennen dat de computer weliswaar niet mijn grootste vriend is, maar wel hartstikke handig als ik ‘iets’ wil opzoeken waarvoor ik vroeger het woordenboek of de encyclopedie nodig had.

Technostress houdt verband met ‘het nieuwe werken’ dat sterk in opkomst is. Dat wil zeggen dat vooral werknemers geen vaste werkplek meer hebben maar dat ze overal, thuis, ’s avonds, tijdens de vakantie, noem maar op, hun werk kunnen doen, terwijl ze dag-en-nacht bereikbaar moeten kunnen zijn. De negen-tot-vijf-werk-cultuur loopt op zijn end. Smartphones zijn en worden daarbij iemands linker- en rechterhand. En dat kan opbreken. Want je hebt behalve je e-mail ook nog Skype. En Whatsapp. En Facebook. En wat nog allemaal méér. Die ‘moet’ je allemaal bijhouden. Dan is de kans op technostress groot. Het is wat vroeger een ‘burn-out’ werd genoemd. Het is je allemaal teveel geworden, je hebt, denk je, geen seconde meer voor jezelf of je gezin. Je bent ‘op’.

Technostress zou wel eens het grootste gezondheidbedreigende probleem van de komende jaren kunnen worden, las ik. Omdat de grens om ‘jezelf te zijn’ steeds verder opschuift. Er zijn al bedrijven die hun werknemers beperkingen opleggen en afspraken met hen maken over de tijdstippen waarop ze via smartphones kunnen werken en daarop bereikbaar zijn of informatie kunnen vinden.

Infobesitas oftewel overinformatie is ook een nieuw woord. Vroeger had je het ‘leugenbankje’ op het dorpsplein waarop allerlei informatie werd uitgewisseld. Nu heeft de moderne mens die informatie met de smartphone altijd bij zich. In zijn broekzak of in zijn hand.

Dit stukje mail ik via de computer naar de redactie. Want de voordelen van moderne technieken zie ik wel degelijk in. Maar overdaad schaadt, is een ouderwets gezegde. En dat geldt nu zéker voor de geestelijke gezondheid. Zeg ik, want ik ben u vóór, als inderdáád ouwe lul.

Henk Hendriks