Muziek, gezelligheid, drankjes én een goed doel

Centraal Team draait maar door

PEIZE – Gezelligheid kent geen tijd. Zeker niet in de laatste week van het jaar en als het gaat om Centraal Team in Peize. Aan de Rietweg. Achter op het erf van klusser Harm Bathoorn. Daar zorgde een groep van twintig vrijwilligers vanaf Eerste kerstdag tot en met 31 december voor muziek. 24 uur per dag werden er plaatjes gedraaid. De meest uiteenlopende liedjes. In de avonduren traden artiesten op. De drie stokoude kantoorunits fungeerden als bruine kroeg. Een café waar het vanaf het eerste liedje bijzonder gezellig was. Waar het soms zelfs zo druk was, dat de gasten letterlijk door de vloer gingen. Bovendien kost een consumptie er geen één of twee euro. Mensen die weggaan, laten wat achter in de bekende melkbus. De één ruim voldoende, een ander wat te weinig. Per saldo echter altijd genoeg. Er was een verloting en er werden oliebollen verkocht. En dat geld gaat, half januari wordt de cheque overhandigd, naar een goed doel: dit keer het dorpshuis in Peize.

Vraag tien willekeurige mensen het woord gezelligheid te omschrijven. Allemaal zullen ze met een verschillende verklaring komen. Wie bij Centraal Team binnenstapt, voelt gezelligheid. Vanaf de eerste stap over de drempel. Het is het stokoude gebouwtje. Het zijn de alleraardigste mensen. De muziek doet wat, iedereen komt er met de beste bedoelingen. Gezelligheid pur sang.  ‘Na het Millennium is dit begonnen. Vroeger had je heel veel geheime zenders in Peize. Vanaf 2000 is besloten dat rond deze periode te bundelen. Werd besloten centraal uit te zenden. Centraal Team – ze hebben de benodigde vergunningen-  is zo ontstaan. Wat we doen is simpel. We draaien de plaatjes die de mensen willen horen. Ze kunnen via de app aangeven wat ze willen horen en anders kiezen de DJ’s – die per twee een aantal uren per dag voor hun rekening nemen- zelf wat ze draaien. En nee, dat is niet alleen Manke Nelis. Dat is ook Engelstalige, hippe muziek. Alles kan, en je hoort dan ook alles’, zegt voorzitter José Douwes. In het bruine café staat een stamtafel. Er zitten mannen en vrouwen aan, kinderen rennen of buiten of door de kroeg. Iedereen kan komen, bang dat je geen aanspraak hebt, is zonde van je tijd. ‘En op bepaalde avonden hebben we live artiesten. Eltjo is dit jaar geweest, net als een aantal voormalige leden van Acapulco, voorheen onze huisband. Dan barst het hier echt uit de voegen hoor. Bomvol is het dan en super gezellig. Onze ploeg is sterk. IJzersterk zelfs. Je hebt het dan over een man of twintig, vijfentwintig. Want met alleen mensen die plaatjes draaien, ben je er niet. Denk maar eens aan de catering, bardiensten en dat soort dingen. Ja, het is best zwaar, maar geweldig om mee te maken. Ik zou het niet willen missen’, zegt José.

Aan de wand van de kroeg hangen kaartjes van de artiesten die er al eens waren. Peter en Sylvia bijvoorbeeld. Buiten staan dixies voor de dames, het herentoilet is ook al bijzonder: een half ontmantelde wagen met iets dat lijkt op een plasgoot. En anders? Dan doe je het maar buiten, waar de hond de wacht houdt en de paarden niet anders worden van weer een hit van Frans Bauer.  ‘Doorgaans slagen we er jaarlijks in een bedrag van rond de duizend euro op te halen voor het goede doel. Mooi toch? En anders doen we er zelf wel wat bij. Zo rond de Rodermarkt komen we als team bij elkaar en leggen we mogelijke goede doelen op tafel en maken we vervolgens een keuze.  En van de chequeoverhandiging maken we natuurlijk ook weer een feestje, want van een feestje zijn we niet vies.’

Wat opvalt: iedereen doet wat. Er klinkt geen gemor. Gat in de vloer? Er is al iemand bezig dat probleem te verhelpen. Klaar terwijl u wacht. Bier op? Hup, daar vliegt al iemand naar de winkel. ‘We zijn allemaal aanpakkers en inderdaad, best handig ook allemaal. Dat scheelt een hoop. Deze drie units zijn ook zo aan elkaar gezet, dat het een mooi, ruim geheel werd. En ja, het zou wat groter kunnen en nieuw is het al lang niet meer natuurlijk. Het is aftands zelfs. Maar goed; dan mag er ook een keer iets stuk gaan. Dat oude heeft ook wel z’n charme. In andere oorden heb je vergelijkbare initiatieven. Bij de één is het net als hier, bij een ander niet. Soms komt dat door een te mooi gebouw. Te steriel, te nieuw. Sfeer heb je niet zo maar. Dat zit in kleine dingen en zeker ook in de groep mensen die meewerken en aan de gasten die komen.’

Best riskant overigens. Je bestelt genoeg bier en je moet maar afwachten of mensen zich genegen voelen ook voldoende geld in de melkbus te gooien. ‘Doorgaans komt dat goed. En ja, ook hier heb je mensen die best wat nuttigen, en slechts een fooitje in de pot gooien. Aan de andere kant heb je ook mensen die veel te veel betalen. Onder de streep gaat het altijd goed. Mensen kijken er inderdaad wel eens vreemd van op. Die bestellen twee pilsjes en leggen geld op de bar. Doen we dus niet. Ze gooien maar wat in de melkbus.’

Jose ziet er ondanks de dagen die hij al op de been is – met af en toe een paar uurtjes slaap- nog goed uit. Nog geen wallen onder de ogen. Het enthousiasme spat er nog steeds van af. ‘We gaan nooit door tot de jaarwisseling. We stopen rond 18.00 uur en gaan vervolgens allemaal een kant op. Dan is het ook goed geweest hoor, want uiteindelijk ga je het wel merken natuurlijk. Maar echt, niemand van ons team die dit wil missen. Dit is de mooiste week van het jaar.’