Mycofielen

column-cees-mycofielen

In het algemeen kun je stellen dat Nederlanders niets moeten hebben van paddenstoelen die in het wild groeien. Leuk om te zien, maar plukken en opeten is er niet bij. Dat is in sommige streken nog heel anders en misschien kun je zeggen dat wij, uitzonderingen daargelaten, steeds verder van de natuur af zijn komen te staan. Dit in tegenstelling tot onze voorouders in de oertijd, die in (betrekkelijke) harmonie integraal deel uitmaakten van de hen omringende omgeving.

Voor de oermens betekende ’shoppen’ dat men in de strijd voor het dagelijkse bestaan gebruik maakte van hetgeen de natuur hen bood. Zij kenden de planten en dieren en gebruikten, met mate en respect, datgene wat ze nodig hadden. Toen kon dat nog, want zij waren met enkele miljoenen mensen, maar nu we met miljarden de aarde bevolken is dat niet meer mogelijk. Internationale regelgeving over hoe je met de natuur omgaat is dan ook noodzakelijk, maar helaas vindt er roofbouw op grote schaal plaats en is er steeds minder ruimte en respect voor ’Moeder Aarde’. Goed beschouwd zijn we in deze ’moderne’ tijd de nauwe band van weleer met de ons omringende natuur kwijtgeraakt. Daar past de vrees voor wilde paddenstoelen (mycofobie) bij, hetgeen niet geheel ten onrechte is. Ik heb hier wel eens gesteld dat een gemiddeld mens waarschijnlijk nog niet eens tien namen van (wilde) paddenstoelen kan noemen, terwijl er enkele duizenden soorten in Nederland voorkomen. Waarschijnlijk kent men wel de dodelijk giftige Groene knolamaniet en de tamelijk giftige Vliegenzwam. Wanneer je van die laatste iets van de hoedhuid proeft (het rode vliesje) kun je er van gaan braken, maar anderen ondervinden een hallucinerende werking en denken zelfs te kunnen vliegen. In dat geval kun je toch maar beter met beide beentjes op de grond staan en je niet op een (hogere) etage bevinden.

In de herfst is er altijd veel aandacht voor paddenstoelen en laatst las ik weer dat ze eigendom zijn van de terreineigenaar. Wil je ze plukken dan heb je volgens de regelgeving toestemming van de eigenaar nodig. Dat kan de gemeente zijn, natuurbeherende organisaties, maar ook particulieren. Afgelopen vrijdag waren we met de Paddenstoelenwerkgroep IVN Roden (met toestemming) actief in de Noorderduinen tussen Roderesch en Steenbergen. Voor mycofielen (liefhebbers van paddenstoelen) een fraai terrein waar we ruim 150 soorten vonden. Daarbij was (misschien) een nieuwe soort voor Nederland (hetgeen nog door een ’hogere’ autoriteit moet worden bevestigd) en troffen we het millimeter grote mini-zwammetje op de anderhalf centimeter brede hoed van een Melksteelmycena (foto: Henk Pras). Door gebruik te maken van een loep zagen we dat het de Kleine breedplaatmycena was. Het was voor het eerst dat we dit vrij algemeen voorkomende zwammetje gebruik zagen maken van een paddenstoel om als substraat te dienen. Aan het slap hangende hoedje zie je dat deze keus niet de juiste was. Overigens zijn er enkele soorten die wél van nature op hoeden van zwammen groeien, echt parasiterende zwammen zoals de Poederzwamgast en de Parasietbeurszwam.

Vaatje nooitgenoeg Aanstaande zaterdag vindt (van 10.00 tot ± 12.00 uur) weer de composteercursus plaats die de Werkgroep Milieu van IVN Roden in samenwerking met de gemeente Noordenveld organiseert. Plaats van handeling is het verenigingsgebouw van de Vrije Tijd Tuinders aan de Westeresch; ingang naast de brandweer. Cursusleider Gerard Borren vertelt op deze eendaagse cursus alles wat u moet weten over composteren. Zelf ben ik een verwoed composteerder en maak zeer regelmatig de gang naar ons (nooit stinkend) vat achter in onze tuin. Het is onvoorstelbaar zoveel als je er in kwijt kunt, vandaar de kop boven deze alinea. Het uiteindelijke resultaat is een prachtig product waar u uw eigen tuin mee kunt bemesten. Mest kopen in de winkel is dan helemaal niet nodig. Deelnemers aan deze kosteloze cursus komen in aanmerking voor een verhoogde subsidie bij aanschaf van een compostvat. Overigens kunt u ook op een andere wijze composteren, maar dat legt Borren u wel uit. Opgave is nog mogelijk bij Margriet van der Pol, tel: 050 5034574 of per email: margrietvanderpol@hotmail.com.