Naaktstrand

Minikul (voor 08.12.15)

Ik kan slecht gezichten onthouden. Stemmen blijven me echter ook na jaren bij. Toen ik vorige week in de bieb naar een paar boeken zocht, herkende ik niet het gezicht van de man die me op de schouder tikte met: “Hé Henk, hoe is het? Ga je nog steeds naar Zuid-Frankrijk?” Nou is ‘steeds’ te veel gezegd, maar de laatste kwart eeuw brengen we vaak onze vakanties aan de Côte d’Azur door. Altijd in hetzelfde hotel: Van der Vlak in Saint Aygulf, tussen aan de ene kant Saint Tropez en de andere kant Cannes. Je hebt er mooie zandstranden, meestal lekker weer, een gevarieerd en rustig achterland en het hotel hanteert niet die voor de Jan Modaal die ik ben jetsetterige prijzen. Onze vakanties zijn echter weinig avontuurlijk, d’r zit ook weinig ‘internationaals’ aan want zo’n negentig procent van de gasten is Nederlander. En bijna elk jaar dezelfden. Nogmaals: niks avontuurlijks, maar dat vind ik prettig. Thuis is er nog steeds hektiek genoeg. Ieder nieuw seizoen constateer je wél dat er vanwege ouderdom, ziekte & dood weer een paar stamgasten zijn weggevallen……

Maar ter zake. Waar zou ik de man die me zojuist zo joviaal begroette van moeten kennen?, bleef ik me afvragen. Niet van het hotel, want zó gezichtendebiel ben ik ook weer niet. Opeens: van het naaktstrand bij Saint Tropez, schoot het door me heen. Niet, dat ik daar vaak vertoefde, maar één keer – geloof me: echt één keer – was ik er. We vierden vakantie met een bevriend echtpaar; een bezoekje aan het jetsetstrand van Saint Tropez behoorde daar ook bij. Terwijl de dames op het terras van een dure strandtent met een wit wijntje à (omgerekend naar nu) zo’n vijftien euro per glas neerstreken, vroeg mijn vriend of wij mannen niet even een wandelingetje langs het strand zouden maken. Leuk. We liepen een heel eind gezellig te keuvelen en te kijken, tot we bij het bord ‘Plage de Nudisme’ (naaktstrand dus) kwamen. “Gaan we nog verder?,” vroeg ik wat janlullerig. “Natuurlijk,” zei mijn vriend. “Maar ik houd wel mijn broek aan,”deed ik scheiterig. We liepen door maar al na tien meter sprong plots een in zijn totale nakie zonnende man voor me. Enthousiast riep hij: ”Ha Henk, ik herken je van jouw foto (die toen steeds in de krant stond.) Kom er gezellig bij, dan kun je een mooie reportage maken.” Dat deden we maar niet. Die man in toen al zijn glorie was het, die me in de bieb zo joviaal begroette. Nu uiteraard gekleed, dus was herkenning so wie so moeilijk geweest.

Henk Hendriks