‘Nee, ik denk niet dat ik me ga vervelen’

Gerard Douwes 2016

Gerard Douwes: man van het eerste uur

RODEN – Vanaf de allereerste editie van de Krant – vijftien jaar geleden dus- was hij er bij. Werkte hij er aan mee. Afgelopen donderdag werkte hij aan zijn laatste krant. Het is mooi geweest. Gerard Douwes (68) hoeft de wekker voortaan niet meer te zetten. Bang voor het zwarte gat is hij niet. Hij kan wat vaker in de tuin bezig en nog vaker een boek pakken. ‘Ik werk al vanaf mijn 21e levensjaar. Ik heb mijn uurtjes wel gemaakt’, zegt de (ex) advertentieverkoper.
Advertentieverkoper. Zo noemde hij zichzelf. Vijftien jaar lang. Commercieel medewerker heet dat tegenwoordig. Of acquisiteur. Als geen ander kent Gerard Douwes het klappen van de zweep als het gaat om het binnenhalen van klanten en dus advertenties. Het was zijn baan. Zijn vak. Het was hem op het lijf geschreven. ‘ Ruim vijftien jaar geleden verkocht ik cd’s. Die handel liep sterk terug en op een receptie kwam ik Henk Hendriks tegen. ‘Wat doe jij tegenwoordig?’ vroeg hij. Toen ik vertelde dat ik cd’s verkocht en die handel niet echt meer liep, zei hij me dat ik Henk Hovingh maar moest bellen. ‘Laat Henk mij maar bellen’ was mijn antwoord, en niet veel later belde Henk dus inderdaad. Daarna ben ik bij Henk en Janet op de koffie geweest aan de Vredelaan in Roden en was ik aangenomen. Voor de eerste editie van de Krant hadden we een week of drie de tijd om advertenties te verkopen. Dat was lastig, want je had niets om te laten zien. Er was immers nog geen de Krant. Voordeel was wel dat ik vrijwel overal gemakkelijk binnenkwam. Veel mensen kende me als ondernemer en als bestuurslid en voorzitter van Zakenkring Roden. Dat maakte het wel wat gemakkelijker allemaal. Bovendien: er was dan weliswaar nog geen krant, de knowhow was er natuurlijk wél. Dat wisten de mensen ook en die hadden daar vertrouwen in. Hoewel het in het begin echt een strijd om te overleven was, ging het allengs beter en beter’, vertelt Douwes.
Dat het beter en beter ging, kwam niet in de laatste plaats door Gerard zelf, al weigert hij categorisch elk compliment. ‘Ik was geen negen-tot-vijf type. Ook op zaterdagmorgen ging ik nog wel eens op pad. Als Wim Liewes of Jannes Bezu nog iets hadden, ging ik heen. Maar dat deed ik graag.’ Aanvankelijk was Gerard op papier de enige advertentieverkoper, in de praktijk probeerde elke medewerker destijds ook commercieel te scoren. ‘Na een paar maanden kwam John Douwes de gelederen versteken. John mag oom tegen me zeggen en was als verkoper werkzaam bij de Regiobode. Die hebben we daar dus weggekaapt. Dat waren inderdaad twee vliegen in één klap. Wij werden beter en de concurrent minder, haha.’
Vanaf de eerste editie was de Krant onderscheidend. Zeker ook op commercieel vlak. Zo werden er themapagina’s bedacht. ‘Horeca, Uit Eten en Huis en Raad bijvoorbeeld. Dat had niemand. Wij dus wel. Tot op de laatste dag heb ik die themapagina’s in mijn portefeuille gehad. Het is achteraf slim geweest dergelijke pagina’s te introduceren. Later zag je het ook bij de concurrenten terug’, vertelt Gerard. Door de jaren heen zag Gerard heel veel veranderen. ‘Internet werd bijvoorbeeld steeds belangrijker. Net als zaken als Facebook. Ik ben echter van mening dat kleinschalige winkels niet zonder advertenties in een krant kunnen. Daar geloof ik helemaal niets van. De klant is wel kritischer geworden. Dat mag ook, vind ik. Wat mij vooral aansprak was het contact met de klanten. Tot de laatste dag.’

Gerard Douwes werd geboren in Nietap, maar verhuisde in 1950 naar Roden. De Kastanjelaan om precies te zijn, tegenover de Landbouwschool. Hij ging voetballen. Talent had hij zeker. Jarenlang speelde hij in de hoofdmacht van Roden. Eerst als snelle en behendige rechterspits, later als linksback. ‘Iedere vleugelspits is om te turnen tot back’, zegt Gerard, die al snel de bepaald niet kinderachtige bijnaam Pele kreeg. Nog steeds wordt hij zo genoemd. ‘Ach’, zegt hij (weer) bescheiden, ‘ik kon aardig voetballen. Was snel en had een goede voorzet. Ik bezoek tegenwoordig elke thuiswedstrijd van Roden 1 en train Roden 5. Dat team dreigde een aantal jaren geleden uiteen te vallen. Samen met wat andere mensen ben ik ze toen maar gaan trainen. En het elftal bestaat gelukkig nog steeds. De mannen hebben er plezier in. En daar gaat het uiteindelijk vooral om.’
Nog iets. Jarenlang deed Gerard zaken met de kermisexploitanten in Roden. ‘ Ik kreeg een lijst van Henk Halsema, belde ze en ging later bij die mensen op bezoek. Je moet die mensen op waarde schatten, zoals je in dit vak toch over mensenkennis moet beschikken. Ik heb altijd een prima contact met de mensen van de kermis gehad. En soms dacht ik helemaal niet commercieel, dat kan ik nu wel zeggen. Ik kwam ooit bij een ondernemer met de vraag of hij wilde adverteren. ‘Ik wil wel, maar mijn vrouw wil op vakantie’, liet hij weten. Ik heb hem toen geadviseerd om vanwege de lieve vrede maar te bewaren niet te adverteren, de winkel een week dicht te doen en eerst met zijn vrouw op vakantie te gaan. Dat deed hij. Uiteraard stond ik na de vakantie wél meteen weer op de stoep, want uiteindelijk moet je als verkoper wel scoren. Elke dag weer. De Krant heeft een sterke marktpositie opgebouwd. Ik zie de toekomst voor mijn collega’s dan ook rooskleurig tegemoet. Wel is er sprake van overbevissing, zoals ik dat noem. Iedereen vist in dezelfde vijver. En omdat het winkelbestand afneemt, wordt die vijver steeds wat kleiner.’
KADER 1
John Douwes over collega (en oom) Gerard
‘Ik herinner me de begintijd nog goed, een tijd waarin er op kantoor nog gewoon gerookt mocht worden. Daar maakte Gerard gretig gebruik van. Hij rookte zelfs op het toilet, er lagen brandende peuken in de la en hij stak de één met de ander aan. Op Gerard kon je altijd een beroep doen. Zelfs in het weekend, ‘Dat wil ik wel even doen’, is een bekende uitspraak van Gerard, de man ook die ons elke vrijdag voorzag van snacks. Niemand wilde de voettocht naar Alida’s Smulpaleis maken, hij wel. Verder reed hij vanaf de start in een opvallende paars/blauwe Honda Civic, want iedereen reed Honda bij Gerard in de straat. Gerard is iemand die zich niet al te snel druk maakt. Het komt zoals het komt. Bovendien was hij de man van de schuine moppen. Dat Gerard heel belangrijk voor de Krant geweest is, dat staat echter als een paal boven water.’

Collega Frens Sikkema over Gerard
‘Ik heb Gerard ervaren als een fijne collega en iemand met oprechte interesse voor collega’s. Gerard is een ‘goedzak’. Iemand ook die nog steeds met lijm, kleurpotloden en arceerstift een advertentie opmaakt. Gerard is iemand met een groot netwerk, iedereen kent hem. Gerard was zeker niet iemand met een negen-tot-vijf mentaliteit. Hij heeft vijftien jaar lang voor de Krant geleefd.’