‘Nee, ik heb geen moment overwogen om te stoppen’

‘Charlotte Dieteren, You are Ironman’

RODEN – De uit Roden afkomstige Charlotte Dieteren nam onlangs deel aan Ironman, zo’n beetje de grootste sportieve uitdaging die er bestaat. Ze trainde heel lang en veel en maakte niet zelden gebruik van de wandel- en fietspaden in Roden. Charlotte slaagde in haar missie en dat is bijzonder knap. Verhaal over Iron Man, bepaald niet weggelegd voor iedereen.

‘Race Day. Het is 04.00 uur ’s morgens, de wekker gaat, het startschot voor een heel lange dag. Op het programma staat een zwaar ontbijt: een enorme bak havermout. Dat is mijn brandstof voor de dag, de dagen ervoor had ik al erg veel pasta gegeten dus ik liep over van de energie. Ik stuiterde rond in het appartement en tegelijkertijd liep ik alle laatste dingetjes door. Ook lakte ik nog even mijn nagels. Er komt behoorlijk wat kijken bij een triatlon. De meeste logistieke dingen – zoals de tassen voor de wissels en de fiets- moet je een dag voor de start al geregeld hebben. Dat scheelt namelijk weer op de dag zelf. Rond 05.00 uur gingen mijn vriend en ik op de geleende fiets op weg naar de Griend: het startgebied naast de Maas. De plek waar alles ging gebeuren: een soort Olympisch dorp maar dan voor de Ironman. Om 07.00 uur stond de start voor de professionals gepland en vervolgens vanaf 07.15 uur gingen de age-groupers te water. Het was een roling-start. Dat houdt in dat er iedere seconde een triatleet te water gaat en op het moment dat je te water gaat start je tijd. Dat is een stuk prettiger dan met tweeduizend mensen tegelijk van start gaan in het water. Toen ik bijna het water in ging, zag ik aan de overkant een grote groep vriendinnen staan met een waanzinnig spandoek. Al mijn zenuwen verdwenen als sneeuw voor de zon. Het plan was om rustig te zwemmen, een ontspannen ritme te vinden, zodat ik nog geheel fit op de fiets zou stappen. Vanaf de eerste slag had ik dit eigenlijk te pakken. En het was echt genieten. Op alle bruggen stond het vol met mensen. Heel Maastricht leek wel wakker op zondagmorgen. Na een uur en een kwartier – mijn exact geplande zwemtijd- kwam ik het water uit en het was rennen naar de wisselzone. Best een stuk nog, maar één en al sensatie. Je loopt namelijk over een rode loper. Je ziet overal Ironman staan en het staat zwart van de mensen. In de wisseltent snel de wetsuit uit en alles nalopen: fietsschoenen aan, helm op, startnummerband om en gaan, de fiets zoeken. In dit gebied stonden tweeduizend fietsen, dus je moest echt goed onthouden waar je je fiets had geparkeerd. Gelukkig stond een groot deel van mijn supportersschare al te schreeuwen bij mijn fiets. Fiets pakken, rennend met de fiets de wisselzone uit en op de fiets springen. Nu ging het langste onderdeel beginnen: 180,2 kilometer fietsen, maar ook mijn sterkste onderdeel. Ruim 1500 hoogtemeters met meer dan de helft door België. Het eerste half uur heb ik me goed ingehouden en riep ik continu tegen mezelf : ‘dit is je dag’.  Halverwege de eerste ronde ging het hard regenen en dat heeft lang aangehouden. Met als gevolg dus dat de wegen erg glad werden waardoor veel mensen zijn gevallen en veel mensen lekke banden kregen. Dit alles is mij bespaard gebleven. Tussen de 140 en 150 kilometer was ik wel even klaar met die stomme heuvels en werd ik oprecht boos: waarom was het niet gewoon vlak zodat ik mijn snelheid kon behouden? Toen ik de 150 kilometer voorbij was, wist ik dat ik er bijna was en was het dipje weer heel snel voorbij. Na 5 uur en 52 minuten mocht ik de fiets aan de kant zetten, dan het laatste onderdeel. Nog 42,2 kilometer rennen en ik mocht mezelf Ironman noemen. Ik voelde me nog heel fit toen ik van de fiets kwam. Toen ik ging lopen voelde ik meteen dat het goed zat. Het waren vier rondjes van 10.55 kilometer, en ook dit parcours was niet vlak. Er zat in het rondje een felle, gemene klim en verder wat vals plat en veel kinderkopjes. Het eerste rondje heb ik volgens schema gelopen. Toen ik voor de eerste keer de Markt op kwam, kreeg ik een onbeschrijfelijk gevoel. Kippenvel over mijn hele lichaam. Na anderhalve ronde merkte ik dat mijn tempo naar beneden ging. Ik voelde me verder fit en sterk, maar mijn benen konden niet meer heel snel. Iets hield mijn bovenbenen tegen. Het voelde als een soort van rem, terwijl mijn hartslag nog behoorlijk laag was. Gewoon maar doorgaan, dacht ik. Eten kreeg ik inmiddels niet echt meer weg en ik kreeg te maken met buikkrampen. Maar geen enkel moment heb ik gedacht om te stoppen. Overal stonden wel groepjes supporters voor mij wat me steeds weer een boost gaf. Ik kon de glimlach niet van mijn gezicht krijgen. Wat was ik aan het genieten. Dat kon ik overigens niet van veel andere deelnemers zeggen. Die zag ik letterlijk strompelen op het parcours. Ik liep rechtop en genoot, natuurlijk deden de bovenbenen pijn, maar ik kreeg vleugels. Ik was er gewoon. Al het gejuich om mij heen; ik draaide de rode loper op en zag de finish. Ik rende hard ineens. Ik voelde de grond niet meer. En daar waren de woorden na 11 uur, 49 minuten en 59 seconden non-stop sporten: Charlotte Dieteren, you are an Ironman. Deze woorden heb ik nauwelijks gehoord omdat iedereen zo hard aan het juichen was. Er werd gehuild, ik was zo blij, zo euforisch. Mijn tranen van blijdschap beleven uit. Ik was boven mezelf uitgestegen en leefde op een roze wolf. Deze wolk voel ik nu nog steeds een beetje, ik hoop dat gevoel lang vast te houden. Op naar de volgende Ironman.’

charlotte2charlotte3charlotte4