Nieuwe zaken


Zo’n aanhef klinkt een beetje gewichtig, maar u bent hier, in principe, gewoontegetrouw vrij lichte kost gewend. Over het onderwerp dat te maken heeft met hetgeen u op de foto ziet valt overigens best een ’moeilijk’ verhaal te vertellen, maar zoals reeds opgemerkt moet de kost hier licht te verteren zijn. Daar houd ik me deze keer dan ook maar aan.

Op de foto ziet u een Herderstasje, een lid van de zeer grote familie van de Kruisbloemigen. Die zijn vrijwel alle redelijk gemakkelijk als zodanig te herkennen en er zijn haast geen soorten uit andere families die er mee te verwarren zijn. Wat opvalt is dat de bloemen in trossen staan die uitgroeien en daardoor het grootste deel van de hoogte van de plant in beslag nemen. Een topbloem is er niet, want uiteindelijk verkommeren de laatste bloemknoppen. Over de bouw van de bloem zal ik hier niet te veel uitwijden, behalve dat er vier kelkbladen en vier kroonbladen zijn die afwisselend van elkaar in een kruis staan. Vandaar de naam, Kruisbloemigen. Elke bloem, in zo’n tros staan er vele, heeft een bovenstandig vruchtbeginsel en door de bouw van de vrucht onderscheiden deze Kruisbloemigen zich, ondanks de grote verscheidenheid, onmiskenbaar van andere families. De vruchten worden hauwtjes genoemd. U kent ongetwijfeld veel vertegenwoordigers van deze familie, denk daarbij aan Koolzaad, Look-zonder-look, Pinksterbloem en Judaspenning. Er zullen ook soorten bij zijn waar u wellicht nog nooit van hebt gehoord: Bunias, Doorgroeide boerenkers, Eenjarige rapistrum, Hongerbloempje en Wede, om er maar een paar te noemen. En wel eens van Barbarakruid gehoord? Daarvan zijn er drie vertegenwoordigers en één ervan is het Stijf barbarakruid (in het Latijns Barbarea stricta) dat vrijwel jaarlijks spontaan in mijn tuin opkomt. Omdat de zaden heel lang hun kiemkracht behouden kan het rustig een paar jaartjes, of nog (veel) langer, wachten tot de omstandigheden gunstig genoeg zijn om te kiemen.

Het Herderstasje, zo genoemd vanwege de vorm van de vrucht, kom je vrijwel het hele jaar door tegen. Samen met mijn vogelvriend Erick Turksema zag ik tijdens één van onze vogelstruintochten er vele op de kaden van De Onlanden staan. Normaal gesproken kijken we voornamelijk naar de vogels, maar deze viel op door de witte aanslag op de stengel. Als paddenstoelenman ben ik er dan op getriggerd, want dan vermoed je dat het een aantasting door een schimmel is. Lang niet altijd schenk ik er aandacht aan en mompel dan dat het een lagere schimmel is en dat ik daar niet aan doe. Maar omdat ik het wel eens vaker had gezien en even later deze aantasting ook zag op de bloeiwijze van een grassoort achtte ik het deze keer de moeite waard om me er in te verdiepen. Via enkele omwegen kwam ik aan de weet dat het inderdaad een soort schimmel is en dat hij behoort tot de oömyceten, oftewel een waterschimmel. Om daarvan de leefwijze te benoemen worden termen gebruikt als hyfen, gametangium, antheridium en spermatozoïden. Dat zijn van die moeilijke woorden waar u niet veel aan heeft, hoewel de laatste wél bekend zal zijn. In dit geval hebben we het over Witte roest (Albugo candicans), maar dat is weer een beetje misleidend, want roesten, waar wij als mycologen geacht worden ons wel mee bezig te houden, behoren weer tot een andere groep van schimmels. Een beetje lastig allemaal, maar omdat het een vrij veel voorkomende ’kwaal’ is, ook op tal van koolsoorten, is het mooi om te weten wat het is.

Het weekeinde hiervoor mocht ik een groep personeelsleden van Albert Heijn Roden in De Onlanden rondleiden. Het was toen nog behoorlijk koud (vooral door de straffe wind) maar behalve op vogels kon ik ze ook nog regelmatig op bloeiende planten wijzen, waaronder kruisbloemigen als het Koolzaad en de Pinksterbloem. Bij die laatste merkte ik op dat de naam behoorlijk misleidend is, want ga maar na, het is nog niet eens Pasen en de plant bloeit al. Ik zag hem zelfs al ruim een week eerder (begin april) ergens bloeien. Tegen de tijd dat het Pinksteren is zie je ze nog maar nauwelijks. Ik hield het erop dat in de tijd dat de naam eraan werd gegeven de winters kouder waren en langer duurden en dat toen de hoofdbloei samenviel met Pinksteren. Een gevalletje van klimaatverandering dus. De Pinksterbloem wordt trouwens regelmatig bezocht door een dagvlinder, het Oranjetipje. Ook andere Kruisbloemigen zoals Judaspenning en Look-zonder-look mogen zich op de belangstelling van dit alleraardigst vlindertje verheugen. Het zijn waardplanten waarop de eitjes worden afgezet.