Nog vier weken spanning rond Mensinge

Wordt het dan toch weer pappen en nat houden?

RODEN – Woensdag werd tijdens de raadscommissie ingegaan op het rapport van BMC over de situatie rond (de stichting) Landgoed Mensinge. Eerder al liet het college weten naar aanleiding van de getrokken conclusies te willen saneren, herorganiseren en ontvlechten, waardoor de havezate losgekoppeld wordt van het theater. Maar: niet iedereen is daarvan overtuigd, zo bleek woensdag. Er was kritiek op wethouder, college én stichtingsbestuur. Van moddergooien was geen sprake, hoewel veel mensen dat wel hadden verwacht. Wat rest zijn vier weken. In die periode moet elke politieke partij een definitief standpunt bepalen. Pas dan zullen spijkers met koppen worden geslagen. Welke kant het op gaat? Het is maar net hoe de wind waait.

Dat er gesaneerd moet worden en dat de organisatie van de stichting onder de loep genomen moet worden, daar is iedereen het eigenlijk wel over eens. Over het zogenaamde ontvlechten is echter wat meningsverschil ontstaan. De gemeente wil de havezate rigoureus scheiden van theater, het stichtingsbestuur denkt aan een ontvlechting van gebouw en ‘inhoud’. Een nieuwe exploitant zou in dat geval staan voor onderhoud van het gebouw en zou de stichting of een andere partij in kunnen huren voor de ‘inhoud’. Een verschil van opvatting dus, vooral ook veroorzaakt door het toch wat slappe rapport van BMC. Het rapport zegt veel, maar ook weinig. Je kunt het op tal van verschillend manieren lezen en interpreteren. Je kunt er alle kanten mee op, hoewel het door wethouder Wekema wél als leidend wordt beschouwd. Of is dat die bekende politieke truc? Dat als je zelf geen richting wenst te geven, je je gewoon conformeert aan die externe deskundige of aan dat rapport.

Welke kant het op zal gaan, daar valt na woensdag niets van te zeggen. Wat blijft zijn vragen. Zijn losse eindjes. Wie gedacht had dat wethouder Wekema in elk geval zou proberen met hand en tand het standpunt van het college te verdedigen of zijn visie op de acute problemen en de toekomst zou geven, kwam ook al bedrogen uit. Wat dat betreft zou Wekema eens moeten kijken naar collega Auwema. Die wilde met fietsen aan de slag, die wilde fietsroutes. Die vroeg dat aan niemand, die deelde dat mede en legde vervolgens uiterst bevlogen uit waarom. Resultaat: iedereen in de gemeente heeft het nu over fietsen en die routes komen dus ‘gewoon’. Auwema had zijn tanden er nadrukkelijk ingezet. Wat Wekema nou eigenlijk met cultuur wil, is nog steeds niet bekend bij het publiek. Wil hij dat bruisende culturele centrum inperken of uitbreiden of wil hij er van af? Wat is de ambitie? Natuurlijk: de raad beslist. De raad vroeg om een rapport. Maar soms is het wel eens prettig de mening van een wethouder te horen. Te zien en te horen hoe een wethouder iedereen probeert een bepaalde kant op te krijgen. Nu is het vooral verschuilen geblazen, achter raad en achter rapport. Het is gekend politiek gedrag.

Het ging woensdag over oneigenlijk gebruik van gelden. De stichting zou geld van Mensinge Events hebben gebruikt om personeel aan te stellen. Voorzitter Ton Driessen kon dat echter met een briefje van een gemeenteambtenaar ontkrachten. Het ging over de hoogte van de subsidie. Zoals ook opgemerkt werd lijkt de 228.00 euro die de stichting krijgt ineens de standaard is, terwijl nog niet heel lang geleden 3,5 ton normaal was en nota bene BMC in een eerder rapport liet optekenen dat een subsidie van tenminste 290.000 euro nodig was. Let wet; dat concludeerde BMC jaren geleden, toen Roden cultureel nog niet bruiste, maar pas net bezig was bruisend te worden. Bijzonder is toch ook wel dat in het rapport de Menkemaborg als voorbeeld genoemd wordt. Gek eigenlijk, want het kleine museum – iets groter dan de havezate, maar ‘alleen museum- krijgt alleen al 3,5 ton subsidie en heeft bovendien meer dan tien (!) mensen aan het werk. Over de hoogte van de subsidie zou dus best wat inhoudelijker gediscussieerd mogen worden.

Anne Doornbos van de PvdA merkte op dat Roden een theater behoeft, passend bij de omvang van het dorp. Niet te gek dus. ‘In de nabije regio heb je vijf, zes grotere theaters’, zei Doornbos. Een sympathisant van het bestuur merkte op dat er dan ook wel wat voetbalclubs in de gemeente kunnen worden opgeheven, zoals ook de bibliotheek wel kan sluiten. Er zijn in de omgeving immers genoeg grotere clubs en betere leeszalen. En zo had elke partij wel een antwoord op een stelling van een ander. Daarom ook was het mooi geweest als Wekema met een vlammend betoog de richting had bepaald. Of in elk geval een poging had gedaan. Aan de andere kant: het viel ook allemaal niet mee. Wekema wil ook écht de goede kant op met alle betrokken partijen en bovendien bewaarde hij wél de rust woensdagavond. Maar; een afdeling pappen en nathouden is er niet en het klopte wat interim-wethouder Huizinga woensdag toevoegde: ‘beslis, en draai niet langer om de hete brei heen. Want anders zitten we hier over een jaar weer.’
Duidelijk werd ook dat veel politieke partijen het opnieuw inschakelen van een peperdure externe adviseur niet zagen zitten én werd de havezate alom geprezen. ‘De parel van Roden’, zei Doornbos  bijvoorbeeld, terwijl ook talloze andere politici het belang, de waarde en de schoonheid van de havezate benadrukten. Vrijwilligers van Mensinge op de publieke tribune – heb je ze weer- zuchtten eens diep. Waarom? Omdat ze vrijwel niemand hebben gezien bij de heropening rond Kerst bijvoorbeeld, en ook al niet rond de paasdagen. De liefde voor de havezate zit kennelijk vooral van binnen.

Tenslotte: de snelheid – of het gebrek aan tempo- van handelen. Wekema hoopt eind dit jaar de ontvlechting en alle andere zaken op orde te hebben, de vrijwilligers en het personeel hopen veel eerder op actie. Het is lastig plannen voor personeel en vrijwilligers van de stichting als je niet weet wat er gaat gebeuren, zoals ook de motivatie onder de vrijwilligers afneemt. Dat is een zekerheid: laat mensen in het ongewisse en de animo neemt af. Tenslotte (2): gezien de meningen, verhalen en opvattingen van alle belanghebbenden en betrokkenen, kan gesteld worden dat de handelswijze van wethouder Wekema naar aanleiding van de grieven van een zeer beperkt groepje ontevreden vrijwilligers van de havezate wat ‘to much’ was. Hun klachten achter gesloten deuren aanhoren, de grootte van deze groep ten opzichte van de wel tevreden  en goed functionerende vrijwilligers en het feit dat er in eerste instantie ook nog zoiets bestaat als loyaliteit – lees: in principe achter het door jezelf aangestelde bestuur staan- maakt het dat deze kleine groep teveel schade heeft aangericht en wellicht te zwaar is getild aan hun mening. Kortom: iedereen die sprak woensdag had wel een punt. Zat wel wat in. En dus kan slechts één conclusie getrokken worden na woensdag: het kan heel hard gaan vriezen, en nóg harder gaan dooien. Tot over vier weken.