Noordenveld wil samen met inwoners processierups aanpakken

Eikenprocessierups rukt op: ‘Moeilijk nesten te vinden’

NOORDENVELD – De eikenprocessierups laat zich alweer flink zien. Ook in de gemeente Noordenveld is de rups bezig aan een opmars. De gemeente vraagt nu inwoners om mee te helpen bij de bestrijding van de rups. Zo kreeg een tiental inwoners een spoedcursus hoe zij nesten van de eikenprocessierups kunnen opsporen. Eén van hen is gemeenteraadslid Anita van der Noord, die de cursus twee weken geleden doorliep. ‘Het is nog vrij moeilijk om nesten te vinden’, stelt zij. ‘Daarom hoopt de gemeente dat steeds meer inwoners meehelpen met de bestrijding van de rups.’

We ontmoeten Van der Noord in Roderesch, alwaar het raadslid ook woonachtig is. Twee weken geleden volgde ze de cursus die Noordenveld aanbood, inmiddels maakt ze iedere dag een ommetje waarbij ze speciale aandacht heeft voor tekenen van de eikenprocessierups. En dat valt nog niet mee. ‘Je moet goed kijken’, zegt ze beslist. ‘Eikenprocessierupsen doen zich het liefst tegoed aan bladeren van jonge eikenbomen. Daarbij laten ze de nerven met rust.’

De afgelopen tijd ziet Van der Noord steeds vaker eikenprocessierupsen in haar dorp. ‘Gisteravond wandelde ik langs het fietspad hier en zag ik een nest zitten’, zegt ze. Vanaf Herberg van Es lopen we het fietspad op richting Roden. ‘In Veenhuizen en Peize zijn al veel nesten ontdekt’, vertelt Van der Noord ondertussen. ‘Nesten zijn te herkennen aan een soort van velletjes op de bomen. Soms zie je wat glinsteren en neem je opeens een nest waar.’

Van der Noord is bewapend met een verrekijker. ‘De meeste nesten zitten hoog in de boom. ’s Nachts gaan de beesten in processie op pad, dat moet een heel mooi gezicht zijn’, weet zij. De eikenprocessierups is schadelijk voor de natuur, omdat er een overschot aan de beestjes is. De natuurlijke vijand van de rups, de koolmees, heeft het daarnaast lastig. Om de beestjes nu toch te bestrijden, is mankracht nodig. Inwoners die nesten weten te detecteren en dit vervolgens doorgeven aan de gemeente Noordenveld. ‘Zij komen dan met een soort van stofzuiger bij de bomen’, zegt Van der Noord. ‘Wij hangen een lint om de bomen, zodat men weet waar ze moeten zijn.’

Een paar meter verderop is het al raak. Een nest op nog geen meter hoogte. ‘Meestal zijn ze beter verstopt’, zegt Van der Noord, die met het lint aan de gang gaat. Niet zo verwonderlijk dat ze juist vandaag lange mouwen heeft aangetrokken. ‘Zeker als de wind jouw kant op staat, kun je als mens last krijgen van het diertje. De rups laat zijn haren dan vallen en je kunt verschrikkelijk jeuk krijgen van die haartjes.’ Wat helpt? ‘Er zijn meerdere remedies, maar ik heb een pot uienzalf gekocht’, zegt Van der Noord. ‘Dat is zo’n ouderwets middeltje dat heel goed helpt.’

Onderweg houdt Van der Noord vaak stil en legt ze haar hoofd in haar nek. ‘Je merkt nou pas hoe rijk Noordenveld is aan eikenbomen’, zegt ze terwijl ze naar de toppen tuurt. ‘Aan de Kaatsweg zijn er al een aantal bomen waar je duidelijk sporen van de eikenprocessierups ziet. De bomen staan daar dicht langs het fietspad, dus de kans is groot dat er vroeg of laat fietsers last krijgen van de rups.’

Even later zien we twee nestjes op een vrij jonge boom. ‘De nesten begeven zich regelmatig in de “oksel” van een boom’, weet Van der Noord. ‘De nesten kunnen zich vrij snel verplaatsen. En als één boom eenmaal last van de rups heeft, kan het maar zo zijn dat de overige bomen binnen no-time ook aan de beurt zijn. Het zijn eigenlijk hartstikke boeiende beestjes, heel bijzonder om ze zo bezig te zien.’

Terwijl Van der Noord lint om de bomen doet waar ze een nest heeft gezien, vertelt ze dat de gemeente Noordenveld het liefst nog meer mensen als ‘verkenners’ zien. ‘Het zou mooi zijn als meer mensen tijdens hun wandeling actief zoeken naar de rupsen’, zegt Van der Noord. ‘Samen kunnen we de plaag dan enigszins indammen. Dat zou toch mooi zijn?’