Noordenvelder – Iwe Hut

RODEN – Iwe Hut is schilder, gitarist, schaatsleraar, tuinier en regelaar. Da’s best veel voor één persoon. Hut woont samen met zijn vrouw Aly in Roden, waar hij zich met van alles bezig houdt. 72 jaar geleden werd hij in Roderesch geboren. Al snel bleek dat hij goed kon tekenen. Zijn moeder vond dat mooi, zijn vader ook, mits het wat op zou leveren.
‘Mijn leraar op school zag dat ik talent had. Hij stimuleerde dat, zo mocht ik als enige in de klas op zijn ezel schilderen, met olieverf. Hij schilderde zelf ook. Hij heeft me nooit het plezier eraan ontnomen, zoals we zo regelmatig bij kinderen doen door te zeggen wat ze niet goed doen en hoe het beter kan. Hij hielp me wel hoor, maar op een heel positieve manier. Zo mocht ik eens, toen de school verbouwd zou worden, een hele muur met bloemen beschilderen. Mijn moeder was er wel trots op. Ze vond dat ik mooi schilderde.’ Hut haalt een pentekening tevoorschijn, van een boerderijtje. ‘Dat heb ik gemaakt toen ik nog jong was, het is het huis van mijn grootouders in Terheijl.’
Ondanks dat hij graag naar de kunstacademie wilde, gebeurde dat niet. ‘Mijn vader wilde graag dat ik een baan zou hebben, en niet als vrije kunstenaar zou leven. En ik kon alleen aangenomen worden op de kunstacademie in de vrije tak. Dus dat ging niet door. Ik ging aan het werk bij Wolters-Noordhoff. Daar heb ik twee jaar gewerkt. Ik heb ook wel eens iets gemaakt voor een tekentijdschrift. En toen moest ik in dienst.’
Toen hij afzwaaide trouwde hij met Aly. Hij werkte als administratief medewerker bij een supermarkt in Leek, en bij een drukkerij op de print- en kopieerafdeling. ‘Daar kreeg ik wel eens een opdracht voor een poster of een collage. Weer later schreef ik manuals, handleidingen voor verschillende afdelingen van de supermarktketen waar ik toen voor werkte. Dan moet je denken aan richtlijnen, taakomschrijvingen, naslagwerken. Bijvoorbeeld hoe formulieren voor personeelszaken moesten worden gebruikt. Dat heb ik wel het grootste deel van mijn werkzame leven gedaan, denk ik.’
Toen hij net getrouwd was wees een collega hem op een teken- en schildergroep in Roden die net gestart was. ‘Dat moest nog helemaal opgezet worden, ik ben meteen in het bestuur gegaan. Ook volgde ik daar lessen. Die groep bestaat nog steeds en het loopt ook nog steeds goed, maar ze hebben dan ook goeie en professionele docenten, bijvoorbeeld van de Kunstacademie. Ik zit tegenwoordig niet meer in het bestuur.’
Naast schilderen had Hut nog veel meer liefdes. ‘Ik begon te schaatsen. Ik kon nog geen voetbalveld over lopen, maar ik wilde schaatsen. Dus ik begon conditie op te bouwen en schopte het uiteindelijk tot jeugdschaatsleider. Ik trainde naast jeugd ook volwassenen. Al onze kinderen, twee zoons en een dochter, schaatsten ook. Een van de kinderen is nog gescout, maar dat werd uiteindelijk niks.’
Naast schaatsen was er ook de muziek. ‘Ik ging bij een shantikoor en later bij het smartlappenkoor dat mijn vrouw had opgericht, de Rôner Singers. Daar heb ik zo’n 15 jaar bij gezeten, ik speelde gitaar. Dat doe ik trouwens al vanaf mijn jeugd, op school zat ik al in een bandje.’
Ook richtte Hut tien jaar geleden Kunstmonumenten Noordenveld op, waardoor kunstenaars elk jaar kunnen exposeren, en elke twee jaar een expositie in K38 gehouden wordt.
Maar zijn allergrootste hobby is niet de gitaar, niet de schaats, niet het schilderen en niet Kunstmonumenten Noordenveld. De allergrootste hobby van Iwe Hut is zijn tuin. ‘Sinds we verhuisd zijn is mijn tuin wel een stuk kleiner. Maar och, af en toe gaat er een tegel uit en dan pik ik er een stukje bij.’ Aly vult aan: ‘Hij staat van vroeg tot laat op zijn kop in de tuin. Zaaien, stekken… je kunt niet door de tuin lopen of hij trekt wel ergens een stukje onkruid uit.’
De tuin staat er dan ook tip top bij, met bloemen in alle kleuren. ‘Onze oudste zoon woont in Nieuw Zeeland en ik heb eens een perzikboomstekje meegenomen daarvandaan. Dat is nu een echte boom, vorig jaar hadden we 50 perziken. Ik vind het heerlijk om te planten. Ik ben ook nog vrijwilliger bij de Mensinghe, waar ik ook heb meegeholpen bij het planten van die 4000 rode tulpen die daar nu staan te stralen.’