Noordenvelder – Johan Baard

RODEN – ‘Aan het eind van het jaar hoop ik 98 te worden,’ zegt hij en hij gniffelt. Huh? Maar… dat klopt toch niet? ‘Ik zei toch niet welk jaar!’ lacht hij. Johan Baard mag dan dit jaar 88 worden, hij heeft nog steeds iets kwajongensachtigs. Dat hij deze leeftijd heeft gehaald is best bijzonder. Want twintig jaar geleden kreeg hij pijn. In het ziekenhuis liet de echo een gescheurde aorta zien. ‘Een aneurysma. Ik werd meteen geopereerd. En dat was niet alles, twee jaar geleden kreeg ik buikpijn. Ik ging weer naar het ziekenhuis en bij een echo van de onderbuik zagen ze dat er weer een zwakke plek op de aorta zat. Ik ben toen twee keer achter elkaar geopereerd. De ene dag aan de aorta, de andere dag aan een darm. En nu sta ik elk jaar onder controle. Maar zoals het nu lijkt, is het goed.’
Johan vertelt er vrij luchtig over. ‘Ik heb wel vaker iets gehad. Als jongen had ik eens mijn tong in tweeën. We sprongen van bovenaf het hooi in en ik beet per ongeluk op mijn tong. De dokter hechtte mijn tong. Dat was zo weer genezen.’

Hij werd geboren in Surhuisterveen. Zijn vader had een aardappelhandel. Zijn moeder was hoedenmaakster voor ze trouwde. ‘Toen mijn vader op 47-jarige leeftijd overleed was het niet zoals nu. Je kreeg geen uitkering. Dus pakte mijn moeder haar vak weer op en begon ze een hoedenwinkel. Dat liep goed. In die tijd werden hoeden veel gedragen.’
Johan ging in die tijd in de leer bij een loodgieter. ‘Ik verdiende 2,50 per week. Guldens hè! En dan werkte je ook nog op zaterdag. Dan kreeg je ietsje meer.’
Later ging hij bij Philips aan het werk, in de centrale verwarmingen. ‘Ik werd op Vlieland op de Vliehors aan het werk gezet. En op Schiermonnikoog. Prachtig vond ik dat. Dat is misschien het mooiste wat ik qua werk heb meegemaakt. ’s Avond ging ik dan over de Vliehors lopen, dat gebied heeft me altijd getrokken. Ook heb ik in Westerbork tussen de Ambonezen gewerkt. Een hele mooie tijd.’
Eieren zoeken is altijd een rode draad in zijn leven geweest. ‘Vroeger al. Dan ging ik met een vriend eieren zoeken bij een boer in het land. We kwamen dan ’s morgens vroeg aan, de boer haalde de polsstok onder het afdak vandaan en dan stond ook de koffie al klaar. Er waren jaren bij dat ik wel 600 eieren vond. Waarom ik dat zo mooi vind? Waarom gaat een visser vissen? De rust, het buiten zijn, ik vind dat fijn. Mijn geheim is kijken en wachten. Kijken naar het gedrag van de vogels. En de meeste mensen die eieren zoeken gaan door het hek de wei in. Maar die vogels zijn natuurlijk ook niet gek. Die gaan op de rustiger plekken broeden. Dus ik ga de wei van de achterkant in. En dan kijk ik en wacht ik.’
De vrouw van Johan komt uit Lieveren. ‘Ik leerde haar in de horeca kennen, bij Onder de Linden. Ik heb zelf ook nog een tijd in de horeca gewerkt, maar dat deed ik ernaast. Zo heb ik wel geoberd in het Olympisch Stadion, in de VIP lounge tijdens een interlandwedstrijd. Dan kwam ik de Alberti’s tegen, Ron Brandsteder en dat soort bekende mensen. Daar was het oberen wel anders dan bij ons. Die obers hadden een grote mond! Die zouden in onze omgeving nog geen vijf minuten werk hebben.’
Johan is altijd cv’s blijven aanleggen. ‘Eerst bij van Mal en Rump, later ging dat over in Cordis. Ik heb daar zo’n 40 jaar gewerkt. En toen ik 60 of 61 was mocht ik in de VUT. Daarna ben ik door blijven klussen. Maar dat was niet het enige wat ik deed, ik was vrijwilliger bij de ijsbaan in Roden, jeugdleider bij de voetbalclub in Roden, Ik was coördinator bij Landschapsbeheer Drenthe, ik werkte in de horeca en was lid van Volksvermaken. Nu doe ik daar niets meer voor, ik ben het oudste erelid.’
De tijden zijn wel veranderd, vindt hij. ‘Saamhorigheid zoals dat er vroeger was, dat is er niet meer. Inn een wat kleiner dorp zoals Lieveren is dat er nog steeds, maar Roden is daar misschien wat te groot voor.’ Dan haalt hij zijn schouder op. ‘Ach ja, zo verandert alles uiteindelijk.’