Noordenvelders; Abel Mulder

De in Alteveer woonachtige Abel Mulder is vooral bekend van zijn rol als voorzitter van IJsvereniging RAS. Maar nog veel meer dan dat, blijkt Abel een verbinder. Iemand die mensen wil leren kennen, connecties wil maken en mensen in hun kracht wil laten staan. De Krant zocht hem op voor een kop koffie.

Het is knus in de keuken van de familie Mulder. In de woonkamer wordt vloerverwarming aangebracht, waardoor het in de rest van het huis wat krapjes is. De koffie smaakt er desondanks niet minder om. Allereerst gaat het over vrijwilligers en hoe je die kunt binden aan je vereniging. De vrijwilligersaantallen lopen namelijk terug, zo merken veel verenigingen. ‘Wij hebben daar eerlijk gezegd geen problemen mee’, zegt Abel. ‘Onlangs nog trommelden we op zaterdag twintig vrijwilligers op. Hoe dat kan? Ik denk dat het vooral met persoonlijk contact te maken heeft. Tegenwoordig gaat veel via een appje of een mailtje. Maar dat is niet vragen, vind ik. Vragen doe je persoonlijk. De uitspraak dat vrijwilligers niet meer te vinden, die bestrijd ik. Het gaat om de manier waarop je ze vraagt. De persoonlijke noot, die is belangrijk. Mensen willen namelijk best wat doen voor hun leefomgeving.’

Zo is Abel zelf al 23 jaar voorzitter van de ijsvereniging. 25 jaar geleden kwam hij in Alteveer wonen. ‘Mijn vrouw Sieny en ik komen van oorsprong van het Groningerland. In 1980 kreeg ik werk in Roden, bij Sissing Elektrotechniek. Later kwamen wij in  Nieuw-Roden te wonen. Uiteindelijk konden we hier naar Alteveer. Sieny en ik komen beide van de boerderij, dus dit huis trok ons wel.’ Geen wonder ook. Het is een prachtige plek aan de doorgaande weg tussen Norg en Roden. Op een steenworpafstand van de door hem zo geliefde ijsbaan. Dat Abel bij de ijsbaan aan de slag ging, komt overigens niet omdat hij zo’n groot schaatsliefhebber is. ‘Helemaal niet. Maar ik heb altijd wat voor het verenigingsleven gedaan. Dat heeft mij altijd geboeid. Niet aan de zijkant blijven staan, maar aan de slag.’

En als je dan toch in het verenigingsleven zit, kun je maar het beste proberen ook te blijven vernieuwen. ‘Dat is voor iedere vereniging noodzaak’, meent Abel. ‘Sommige mensen bieden weerstand om te veranderen, maar dan kom je nooit ergens. Als voorzitter heb ik geleerd dat wanneer je de boel op orde hebt, het morgen alweer over is. Iedere dag moet je opnieuw. Dat is net als bij De Krant. Wanneer jullie een editie hebben uitgebracht, zijn jullie alweer met de volgende bezig.’

In 2012 werd de ijsbaan in Roderesch door RadioNL uitgeroepen tot de leukste van Nederland. Dat heeft er ook mee te maken dat de ijsvereniging veel meer is dan dat korte schaatsseizoen. ‘Er zijn veel meer mensen die van onze accommodatie gebruik maken’, zegt Abel. ‘Dat moet ook. Je moet het met elkaar doen. In de RAS-dorpen hebben we dat goed begrepen.’

Daarmee doelt hij op de nauwe samenhang tussen de drie RAS-dorpen. ‘Het is best bijzonder. De dorpen werken goed samen, maar zijn toch allemaal uniek. Ieder dorp heeft wel wat te bieden en de onderlinge binding is groot. Dat had te maken met de school die eerder in Roderesch stond. Hier kwamen alle kinderen uit de drie dorpen tezamen. Iedereen kende elkaar dus.’

De grote vraag die natuurlijk aan een ijsmeester wordt gesteld in januari, is of er nog geschaatst kan worden. Abel is daarvan overtuigd. ‘Ja, zeker. Ik verwacht zeker dat we in januari of februari open kunnen.’ Daarbij geeft hij direct aan dat Roderesch altijd pas open gaat, wanneer Roden en Nieuw-Roden ook al los zijn. ‘Anders wordt het te druk. Wanneer wij open zijn, maar Roden en Nieuw-Roden zijn dat nog niet, dan wordt het hier te druk. Dan stuurt men elkaar een berichtje en loopt het hier storm. Daarom gaan we nooit eerder dan hen open.’

Maar Abel ziet het zeker zitten. Hij vermoedt dat er binnen een paar weken kan worden geschaatst. Opmerkingen dat men vroeger veel vaker op de ijzers stond, slaat hij in de wind. ‘Onzin. Maar sommige mensen hebben dat gevoel gewoon. Als je de grafieken er bij pakt, zal je zien dat de winters nou niet veel minder streng zijn dan vroeger. Dat is gewoon een bepaald gevoel dat leest bij de mensen, maar het klopt niet.’

Sowieso heeft een schaatswinter van twee maanden geen zin, meent hij. ‘Na 1,5 week is de sjeu eraf. Zie je dat mensen niet meer naar de kleinere ijsbanen komen, maar juist naar het Leekstermeer gaan te schaatsen. Twee weekjes, dat zou een ideale lengte voor een schaatswinter zijn.’