Noordenvelders; Alfred Oosterman

Deel 33

Wie in de studio van Alfred aan de Groningerweg in Peize komt, is in voor een belevenis. Een foto maken moet haast voelen als een dagje uit, zo bepleit de fotograaf. In zijn studio spreekt hij honderduit over zijn werk en grote passie.

Het is geen straf om bij Alfred af te spreken. Als gast krijg je er goede koffie en kun je je ondertussen vergapen aan de vele fraaie prenten aan de muur. Sinds acht jaar zetelt Alfred met zijn studio in Peize. Daarvoor zat hij in Tolbert. ‘Ik ben in Veendam geboren en in Leek opgegroeid, dus ik dacht altijd dat ik een echte Groninger was. Mijn vrouw komt uit Roden, dus die is eerder een Noordenvelder dan ik. Maar nu we hier alweer zo’n acht jaar wonen, ben ik me steeds meer thuis gaan voelen in Noordenveld. Neem Peize als voorbeeld. Een dorp waar men nog veel samenwerkt en zich verenigd voelt. In een wereld waar men steeds verder weg gaat op vakantie, is dat best bijzonder.’

Naast fotografie is Alfred een redelijk fanatieke hardloper. En dat is opmerkelijk te noemen, gezien hij hardlopers vroeger voor gek verklaarde. ‘Ik had er helemaal niks mee. Waarom zou je gaan hardlopen, dacht ik. Maar toen ik in Peize kwam wonen, ben ik er zelf mee begonnen. Mijn conditie was waardeloos. Daar moest ik echt iets aan doen. Maar ik wilde niet afhankelijk zijn van anderen en bovendien mijn sport kunnen beoefenen wanneer ik wil. Ik kon kiezen uit wielrennen en hardlopen. En toen heb ik maar voor dat laatste gekozen.’ Door de jaren heen is zijn conditie sterk verbeterd, geeft Alfred aan. ‘Dit weekend liep ik nog 33 kilometer. Ik heb binnenkort nog een marathon, maar daarna wil ik het wat rustiger aan doen. Afstanden van twintig kilometer zijn eigenlijk veel fijner.’

Over dan naar zijn lust en zijn leven: fotografie. Dat hij zeventien jaar geleden voor zichzelf kon beginnen, was overigens nog niet zo vanzelfsprekend. Lange tijd werkte Alfred namelijk als opticien. ‘Na de middelbare school ben ik de opticiensopleiding gaan doen in Rotterdam. Eigenlijk was ik er op mijn zeventiende al wel uit dat ik iets met fotografie wilde, maar mijn ouders dachten dat ik meer baanzekerheid zou hebben als opticien. Dat hebben ze overigens niet verkeerd gezien, want als opticien was er genoeg werk’, herinnert Alfred zich. Tijdens zijn studie in Rotterdam bleef Alfred fotograferen. ‘Ik begon daar ooit mee toen ik een fototoestel kreeg van de nicht van mijn vader. Dat was een oude Praktica. Met die camera begon het allemaal.’

Inmiddels is Alfred dus allang geen opticien meer en slijt hij zijn dagen als fotograaf.  ‘Geen dag is voor mij hetzelfde. Dat vind ik ook prettig trouwens’, zegt hij. De fotograaf doet (familie)portretten, maar ook opdrachten voor bedrijven en op shoots op locatie. Het afwisselende spreekt hem aan. ‘Natuurlijk zijn er wel eens dingen waar je minder affiniteit mee hebt, maar ik neem in ieder geval nooit klussen aan waar ik echt niks mee heb. Ik doe bijvoorbeeld geen huwelijken meer. Heb ik jaren gedaan hoor, maar dat wil ik niet meer. Dan verwijs ik mensen graag door naar mijn collega’s.’

Alfred is een leergierig mens. Kijkt om zich heen. Bij collega’s of op beurzen, symposia en manifestaties. Laatst nog toog hij naar Amsterdam voor een manifestatie. Uiteraard ging de camera mee. Het resultaat laat hij zien op zijn laptop. Beelden van ‘het gewone leven’. Straatbeelden waarin ogenschijnlijk niets gebeurt, maar ondertussen ook zoveel juist wél. Wanneer hij door de stad wandelt, hoeft hij slechts zijn ogen open te houden om tegen een fraai tafereel aan te lopen. ‘Soms voelt op pad gaan voor mij als buitenspelen’, zegt Alfred. Een mooie metafoor voor zijn werk, is de plaat die hij ooit schoot in Den Bosch. Terwijl hij met zijn familie in een bootje voer, zag hij een kind aan een lang touw over het water heen en weer zwiepen. ‘Dat legde ik direct vast. In die plaat zit voor mij álles wat buitenspelen moet zijn’, zegt Alfred. ‘Ik vind het een prachtige plaat. Het is écht buitenspelen. Voor mij een voorbeeld van hoe mooi het gewone leven is.’ En wat een geluk dat Alfred die dag zijn camera niet thuis had laten liggen. ‘Dan was het moment voorbij. Tegen zulke taferelen moet je aanlopen. Soms heb je dan geluk.’