Noordenvelders – Alida van Dellen

Beroemd in eigen buurt is ze. Met haar blonde bos krullen een verschijning ook.  Op haar achttiende zat Alida van Dellen al achter het stuur van haar eigen snackwagen.  Dat ze een hoop bekijks trok, zal u niet verbazen. Het ondernemerschap zat er al vroeg in.  Gedreven door haar Jan, met wie ze vanaf haar vijftiende samen is. ‘Jan heeft een plan en ik voer het uit. Zo is het altijd gegaan en zo gaat het nog steeds’, zegt Alida terwijl ze de runderstoof bereidt bij Piepers & Paupers in Veenhuizen.

Alles wat Alida van Dellen (45) en Jan Willems aanraken lijkt in goud te veranderen. Alida’s Smulpaleis in Roden is zo’n beetje bekend in heel Nederland.  Met haar cafetaria sleepte ze de ene na de andere prijs binnen. Met Piepers & Paupers, het nieuwe avontuur van het ondernemersduo, lijkt het dezelfde kant op te gaan. Alida zinspeelt nu op het predicaat ‘Beste terras van Drenthe.’ Terug naar het begin. Alida kent Jan van fietscross. ‘Ik croste in Zevenhuizen, hij in Assen. Tijdens wedstrijden kwamen we elkaar tegen.  Een match was er niet, we konden totaal niet met elkaar opschieten. We hebben elkaar vaak in de haren gezeten. Er was altijd competitie tussen ons.’ Alida schiet in de lach: ‘dat is nog steeds zo. Wij kunnen niet normaal fietsen. We moeten elkaar eruit rijden. Op gewone fietsen dan. We zijn het strijden met elkaar niet verleerd. Met skiën gaat dat net zo.’

Alida’s ouders vonden het maar niks dat ze met Jan omging. ‘Ze vonden Jan een kwajongen die altijd streken uithaalde. We zaten aan tafel toen mijn vader mij aansprak over Jan. Hij wilde niet dat ik een relatie met hem zou nemen. Ik schoot vreselijk in de lach. We waren al een mooi poosje bij elkaar.  Als je vader zegt ‘dat is geen goeie jongen voor jou’ is de uitdaging alleen maar groter.’ Jan werkte in Steenbergen, in Smulhuis Bos en Duin, de cafetaria met een boom in de serre. ‘Ik hielp hem vaak mee. Toen we een keer vrij waren stelde Jan voor om een ijsje te halen bij de snackwagen tegenover de Vrijbuiter. Zo ineens vroeg Jan aan de jongen die in de wagen stond of hij de kar misschien wilde verkopen. Ik keek hem verbaasd aan. Vroeg hem wat dat voor flauwekul was. ‘Net een plekje voor jou’, zei hij. Jan liet zijn kaartje achter en tien minuten later hing die jongen aan de telefoon. Hij was de zoon van een marktkoopman, een avonturier. Zij vader kocht de kar om zijn zoon in het gareel te krijgen. Maar dat paste helemaal niet bij hem. Hij was een backpacker, helemaal niet toe aan zo’n leven. Wij kochten de wagen, je kon destijds met hulp van de gemeente een lening krijgen. Toen we de wagen hadden betaald is hij in het vliegtuig naar Australië gestapt.’

De wagen werd gestript, opgelapt en voorzien van de welbekende knalgele kleur. ‘Het was de kleur van Motta, een ijsmerk dat toen opkwam. Die kleur vonden we beide fantastisch. We vroegen hen om de wagen te spuiten en ons logo (het fameuze portret van Alida met een zakje friet in haar hand) erop te zetten. In ruil daarvoor wilden wij hun ijs verkopen. Daar gingen ze mee akkoord.’ Op 1 maart 1996 draaide Alida haar allereerste dag in de snackwagen. ‘Aan het einde van de dag had ik vijfentwintig gulden verdiend. Ik voelde me de koningin van de straat. Trots als ik was vertelde ik het aan mijn ouders. Die zeiden: meisje, meisje, waar ben je aan begonnen? Gewerkt van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat voor vijfentwintig gulden.’  Dat veranderde snel. Binnen een jaar ging het crescendo met Alida’s Smulpaleis. In een loods van Cor Bok had ze de opslag van haar wagen, de koeling en de diepvries. ‘Ik wist niet wat me overkwam, zó druk had ik het.  Uiteindelijk hebben mijn ouders mij achttien jaar geholpen met opstarten en afbouwen. Het was wel eens zo koud in de kar, dat de schoonmaakdoekjes bevroren waren.’ In 2000 kochten Alida en Jan hun eigen loods op de Noordhoek in Roden. ‘Jan had het steeds vaker over een vaste plek. Hij wilde de wagen verruilen voor een gebouw.  Maar we moesten eerst geld verdienen. Jan voerde ondertussen gesprekken met de gemeente.’  Op 1 februari 2011 stond het pand er. Een cafetaria met de uitstraling van een restaurant.  En Alida staat –inmiddels vergezeld door een team van zo’n vijftien man- achter de frituur. ‘Zo gaat het altijd. Jan bedenkt wat, ik voer het uit. We zijn elkaars aanvulling. Ik vertrouw hem blindelings. We maakten weken van tachtig uur. Topsport.’

In Veenhuizen gingen de twee een jaar geleden een nieuw avontuur aan. Eerst met z’n tweeën, ondertussen met een heel team. Want de goudgele piepers en Alida’s zelfgemaakte stoofvlees zijn inmiddels ontdekt door heel veel lekkerbekken in de regio. ‘Als ik lekker kan knallen, sta ik op scherp, dat is leuk.’