Noordenvelders: Annemiek van Veen

Moeder Janet van Veen trekt haar wandelschoenen aan voor een stevige lunchwandeling. Een must van haar werkgever Menzis. Veel bewegen in coronatijd is essentieel, vindt de zorgverzekeraar. Dat die wandeling op het tijdstip van het interview met dochter Annemiek van Veen plaatsvindt is geen toeval. Het is niet de bedoeling dat ze bij het gesprek aanwezig is. Beide dames zijn verbaal nogal uit hetzelfde hout gesneden en kletsen er flink op los als ze eenmaal op stoom zijn. Als moeders de deur uit is gaat de energieke en ambitieuze nu nog Noordenvelder los.

Vorig jaar toen we haar spraken voor een interview in deze krant vloog Annemiek van Veen (25) een paar dagen daarna naar Thailand. Daarna zou ze beginnen aan haar nieuwe job bij het Hilton in Amsterdam. Dat avontuur duurde door corona slechts anderhalve maand. Niet erg. De hyarchische cultuur van de Amerikaanse hotelketen paste niet bij haar. De meeste mensen kennen de vrolijke krullenbol van de horeca. Jarenlang was ze hét gezicht van Theater de Winsinghhof in Roden. Ook serveerde ze regelmatig de hapjes en de drankjes bij Het Wapen van Drenthe. Afgelopen februari studeerde ze af op de opleiding Internationale Hospitality Management en in april begon ze aan een baan bij Brunel, één van de grootste detacheerders van Nederland . Als sales consultant moet ze ervoor zorgen dat ze de juiste mensen vindt om projecten in de bouw- en infrawereld uit te voeren. Een goeie baan met doorgroeimogelijkheden. En dan te bedenken dat ze op de basisschool moeite had met leren. ‘Ik had een pittige start op de basisschool. Had veel bijles. Door leerkrachten werd er getwijfeld: heeft ze het niveau wel? Zelf had ik het allemaal niet zo door.’

Uiteindelijk belande Annemiek op het VMBO op de Ronerborg. In het tweede jaar had ze het gezien. ‘Ik kon moeilijk wennen. Voelde me niet thuis. Ik kom uit een ruimdenkend gezin, dat miste ik daar, het was allemaal zo normaal, zo gewoon. Ik zat bij twee mensen uit Lieveren in de klas en bij de halve Marke. Ik wou juist nieuwe mensen ontmoeten. Wat doe ik hier, dacht ik. Mijn broer deed gymnasium op het Willem Lodewijk in Groningen. Groningen was wat ik ook wilde. In de tussenuren de stad in, leuke mensen om me heen. Mijn ouders reageerden prima. Samen gingen we naar de open dag van het Zernike.’ Het roer ging om. Op de fiets van Roden naar Groningen en weer terug. ‘De eerste maand was een drama. Ik was totaal buiten mijn comfortzone en dat hele stuk fietsen. Ik kwam mezelf behoorlijk tegen. Mijn ouders zeiden: dit is wat je wou Annemiek, je gaat het maar doen. Gelukkig veranderde dat na en paar maanden, ik voelde me steeds meer thuis. De laatste twee jaar van het VMBO heb ik afgemaakt en mijn diploma gehaald.’ Daarna slaagde ze met twee vingers in de neus voor de mbo-opleiding marketing en communicatie. ‘Een verademing was dat. Lekker kletsen, dat past heel erg bij me. Een heerlijke tijd was het. Naast mijn opleiding werkte ik, paste op en deed nog een heleboel andere dingen.’ Ondertussen rondde ze de Ondernemers Academy af. Al heeft ze daar nooit iets meegedaan. Maar soi, allemaal skills voor later. Na de mbo volgde een avontuur naar Amerika. ‘Ik vond het spannend om Engels te spreken. Mijn ouders leek het een goed idee om naar Amerika te gaan om daar de taal onder de knie te krijgen. Anderhalve maand heb ik daar gezeten. Nog nooit eerder was ik alleen weggeweest. Je bent compleet op jezelf aangewezen. Dat leer je veel van. Ik kan het iedereen aanraden.’

Terug in Nederland meldde ze zich aan voor de hbo-opleiding Hospitality Management (de Hogere Hotelschool) in Leeuwarden. Tijdens haar studie stond ze achter de bar van het foyer in de Winsinghhof, trok het theater voort in crisistijd en bediende de gasten aan tafel bij het wapen van Drenthe. Annemiek was een graag geziene dame in de Roder horeca. Goedlachs, iemand die de boel regelde, aanstuurde en ervoor zorgde dat het goed kwam. Dan een tikkeltje bescheiden: ‘dat typeert me ook wel. Als ik iets niet wil, zorg ik ervoor dat het anders gaat. Dat was vroeger zo en zo is het nu nog steeds.’ Nu is ze volledig uit de horeca. ‘In april ben ik begonnen met mijn nieuwe baan bij Brunel. Ik ben helemaal op mijn plek: de doelgroep is interessant, ik ben prestatiegericht, heb mensen om me heen met wie ik kan sparren en houd van competitie. Het plafond is nog lang niet bereikt. Ik kan doorgroeien in dit bedrijf. Voor het eerst ben ik trots op mezelf. Ik heb een vaste baan, in mijn eentje een huis gekocht en kan mijn eigen boontjes doppen.’ Verder wil ze vooral een hoop leuke dingen doen. ‘Ik heb een druk sociaal leven, zit in veel clubjes en ik kook graag. Leuke dingen doen maakt het leven dragelijker.’