Noordenvelders – Astrid Nijboer

Deel 60

Astrid Nijboer

Het zijn drukke dagen voor Astrid Nijboer. De Rodense werkt stug door bij de Jumbo, alwaar het iedere dag zeker druk is. ‘De grootste drukte neemt wat af, maar er is zeker nog genoeg te doen.’ Ondertussen houdt ze de Spelweek Noordenveld natuurlijk in haar achterhoofd. ‘Het zijn onzekere tijden. Meestal beginnen we in april met de voorbereidingen op de Spelweek, maar nu zijn we wat terughoudender. Het is afwachten.’

Al elf jaar is Astrid bij de Spelweek betrokken. ‘Dankzij mijn zus Elisa ben ik er bij betrokken geraakt’, vertelt ze. ‘Als kind heb ik wel eens meegedaan aan de Spelweek, al was ik dat zelf alweer vergeten. Dat was destijds nog bij De Dobbe. In die tijd was het wat kleinschaliger dan nu. Nu hebben we al jaren achter elkaar 250 deelnemers, maar dat liet de locatie De Dobbe niet toe.’

Astrid, die pal tegenover OBS Het Palet woont, is in die elf jaar verknocht geraakt aan de Spelweek. ‘Vooral het doel achter de Spelweek sprak me vanaf het begin aan. We willen kinderen die niet op vakantie kunnen, toch even een paar dagen in een vakantieomgeving zetten. Dat geeft zoveel vrolijkheid en energie!’

Ondertussen staat er een hechte groep begeleiders. ‘Dat zijn er nu zo’n zestig. We zijn door de jaren flink gegroeid. Dat maakte ook dat we uiteindelijk een stichting hebben moeten vormen’, weet Astrid. ‘Maar de groep is zeer hecht. We hebben nauw contact en de groepsapp gaat het hele jaar door. We zien begeleiders komen die een paar jaar eerder nog zelf meededen aan de Spelweek. Veel jeugd blijft hangen vanwege de gezellige sfeer.’ Omdat de groep zo groot is, is men bezig om subcommissies te vormen. ‘Dat is nodig want we worden echt wat te groot. Om alles goed te laten verlopen, moet je de taken verdelen.’

De Spelweek is in Noordenveld echt een begrip. ‘Al sinds 1979 wordt het georganiseerd. Toen nog in samenwerking met Welzijn in Noordenveld. Omdat we al jaren bestaan en veel naamsbekendheid hebben, is het de laatste jaren niet lastig gebleken om 250 inschrijvingen te krijgen. En we kijken of het mogelijk is om nóg meer kinderen zich in te laten schrijven.’

Zelf zat Astrid eerst op de Jetsesschool, wat later opging in OBS de Tandem. ‘Ik kon me herinneren dat we in de zomer bezig waren met het bouwen  van hutten van bouwplastic. Dat wist ik nog van mijn eigen Spelweek’, lacht ze.

Haar jarenlange inzet voor de Spelweek gaat niet onopgemerkt. ‘Als ik achter de balie van de Jumbo sta, word ik er wel eens op aangesproken. Zeker in de aanloop naar de Spelweek en in de weken daaropvolgend. Dan zeggen ze: “Dat is Astrid van de Spelweek”. Mijn collega’s staan me dan soms verbaasd aan te kijken.’

Dit jaar is er al een thema voor de Spelweek gekozen. ‘De magische wereld van Harry Potter’, zegt Astrid. ‘Ouders en kinderen konden op dit thema stemmen. We kregen vanuit de ouders vragen of Harry Potter niet wat te eng zou zijn. Maar wij focussen juist op de magische wereld en niet per se op de verhaallijn. We maken het niet te eng. Het gaat ons om de tovenarij, de kleding en spellen gebaseerd op de film.’

Daarbij is het natuurlijk maar zeer de vraag of de Spelweek doorgang kan vinden. ‘We hopen het natuurlijk van harte. Vanaf 1 juni kan men zich weer inschrijven. Het is dan een kwestie van afwachten of alles door kan gaan en hoe het eruit gaat zien. Wat zijn de mogelijkheden? Voor ons is dat nu nog gissen.’

De saamhorigheid, de gezelligheid en het teamgevoel: dát is voor Astrid de drijfveer om zich ook dit jaar weer in te zetten voor de Spelweek. ‘Het is een vrij intensieve week’, lacht ze. ‘Ik heb vaak nog een week nodig om bij te komen, maar het is het meer dan waard. Op de vrijdag, na de feestavond, wordt er vaak een traantje weggepinkt. Ja, ook bij mij. Daar ontkom ik niet aan.’

De Spelweek kijkt ook naar de toekomst. Want waarom alleen in de zomer een activiteit organiseren? Kijk bijvoorbeeld naar de geslaagde Spokentocht van vorig jaar. ‘We willen meer doen en hebben het team om meer te kunnen. We houden onderling de paadjes warm en je ziet dat veel vrijwilligers bereid zijn te helpen. Wie weet wat we straks nog kunnen organiseren?’