Noordenvelders – Bart Spandaw

Noordenvelders

Deel 72

Bart Spandaw

Nog niet zo lang geleden volgde Bart Spandaw in de voetsporen van zijn vader Jan en nam hij de zaak over in hartje Roden. Ondernemen is in de huidige coronacrisis een avontuur, maar voor Bart is dat niks nieuws. De geboren Fries belandde via Defensie (waar hij onder meer in de BSB in de terreurbestrijding werkte) in het beveiligingswerk. Tussendoor beleefde hij veel en werd hij door schade en schande wijs. Na zeventien verhuizingen lijkt hij nu op zijn plek aan de Nieuweweg te Roden. Gezeten in de zomerzon overdenkt Bart het leven.

Een broekie was Bart toen hij in dienst moest. Een jaar lang zat hij in Brabant, alwaar hij zijn ogen uitkeek. ‘Ik kwam samen te wonen en te werken met mafkezen. Ik kon goed met die jongens over weg, maar ze waren echt gek. Het waren jongens uit Zeeland, Oost-Groningen en natuurlijk uit Brabant zelf. Niet iedereen was zo gek hoor, maar van sommige jongens wist ik niet dat ze überhaupt bestonden.’ En toch zou Bart pleiten voor een herintrede van de dienstplicht. ‘Misschien niet meer zoals het vroeger ging, maar wel op een andere manier. Dat je kan kiezen voor een sociale dienstplicht en bijvoorbeeld in de verpleging of bij openbare werken actief bent. Dan draag je je steentje bij aan de maatschappij en leer je allerlei mensen kennen. Ik heb dat als heel waardevol ervaren.’

Dat Bart later wederom bij Defensie zou gaan, was vrij verrassend. ‘In mijn familie komt het eigenlijk niet voor, al schijnt er in de periode rondom de Eerste Wereldoorlog ene Gerard Spandaw te zijn geweest die bij de Koninklijke Marechaussee zat en de Willemsorde ontving. Hij stortte neer bij Soesterberg.’ Het is veelzeggend dat Bart zulke kennis paraat heeft. De geboren Fries weigert zijn afkomst te verloochenen. ‘Ook al voelt Roden als mijn thuis, ik voel mij nog steeds Fries.’

Terug dan naar Defensie, alwaar Bart bij de Marechaussee kwam. Hij werd plaatsvervangend groepscommandant op Schiphol, liep nog een half jaar in Zoutkamp en belandde uiteindelijk bij de BSB. Terrorismebestrijding dus. ‘Het is een vrij kleine club, bestaande uit zo’n zestig tot zeventig man. We zaten veel in het buitenland, helemaal als er iets gebeurd was. Ik weet nog goed hoe alle alarmbellen gingen op 11 september 2001 en we maakten als eenheid de Nacht van Wiegel mee. Wij beveiligden premier Wim Kok en zagen van dichtbij hoe dat ging. Dat was heel bijzonder om zo mee te maken, je zit heel dicht bij het vuur.’

Dankzij zijn tijd bij de BSB kwam Bart in Algerije, de gehele Balkan, Kroatië, Griekenland en nog veel meer landen. ‘Bijzondere opdrachten werden dat genoemd. Eigenlijk gingen we overal heen waar de Nederlandse belangen geschonden dreigden te worden. Een hele mooie tijd.’

Na zeven jaar vertrok Bart bij de BSB. Via omzwervingen kwam hij met een oud-collega in contact die een beveiligingsbedrijf had. ‘Het bedrijf was gespecialiseerd in Quote-families: steenrijke families die doorgaans uit de lijst van de Quote 500 kwamen. Voor dit bedrijf zat ik nog een tijdje in Moskou.’

In 2006 belde FC Groningen. ‘FC Groningen had een intern beveiligingsbedrijf wat geld moest gaan verdienen met externe klussen. Zo ben ik in de voetballerij beland, ondanks dat ik helemaal niets van die wereld wist. Ook dat was weer een hele bijzondere tijd.’

In 2010 richtte Bart zijn eigen beveiligingsbedrijf op en nog steeds is hij in die wereld actief, zij het minder actief dan hij als ondernemer is. ‘Ik heb uitdaging enorm nodig’, zegt hij. ‘Een bepaald soort spanning, al is mijn honger naar avontuur nu redelijk gestild. Ik zit momenteel in een transformatie. Waar ik eerst een leven op de achtergrond had, moet ik nu als ondernemer meer op de voorgrond treden. Ik wilde de zaak van mijn vader voortzetten, omdat anders een familiebedrijf zou stoppen. Ik ben daarin volledig vrij gelaten, maar heb gemeend dat dit de juiste keuze is.’

Het ondernemerschap bevalt goed en ideeën over het bruisend houden van Roden heeft Bart genoeg. Zo ziet hij een citymanager wel zitten, iemand die als ambassadeur van Roden gaat proberen grote bedrijven naar het dorp te halen. ‘Iemand als Alfred Welink lijkt me daar zeer geschikt voor.’

In zijn eerste 49 jaar van zijn leven, heeft Bart het leven leren waarderen. ‘Zeker in gevaarlijke situaties tijdens mijn werk voor Defensie. Achteraf besef je dan hoe mooi het leven is en dat je uit iedere dag alles moet halen. Iedereen heeft een bepaalde kracht en energie gekregen, daar moet je iets mee doen. Wees niet bang, maar hoopvol.’