Noordenvelders: Bert de Groot

Wie een afspraak heeft met Bert de Groot weet het: in het fitnesscentrum moet je zijn. Z’n bed staat er nog net niet, verder is hij er nagenoeg altijd te vinden. De sportschool is zijn leven. Iedere dag opnieuw haalt hij er zijn energie uit, geniet van de dynamiek van jong en oud die in zijn fitnesscentrum trainen om fit te blijven. Een sportschool runnen is topsport. Vernieuwingen volgen elkaar in rap tempo op, weet De Groot die alles uit de kast trekt om het zijn klanten naar de zin te maken. ‘Als mensen enthousiast zijn, zijn het ambassadeurs voor je.’

De eerste twintig minuten gaat het alleen maar over auto’s. Geen wonder met fotograaf en autofanaat Erik Veenstra aan tafel. Beide delen ze de liefde voor snelle auto’s met in het bijzonder Porsche. Wat ze gemeen hebben is dat ze beide VW rijden. Nog niet zo lang geleden schoof Bert de Groot (56) zijn witte BMW station aan de kant voor een elektrische ID3. Makkelijk hoor, voor van woon naar werk. En bovendien spotgoedkoop, verklaart Bert zijn keuze. Het gas opentrekken doet –ie wel in z’n spaarzame vrije tijd. Het ritje in zijn Porsche 911 S kwam hem onlangs nog duur te staan. Dankzij een ijverige diender met een lasergun was –ie er gloeiend bij op de weg tussen Norg en Een. Een beste prent op de deurmat was het gevolg. Van auto’s naar fitness. Het was 1983 toen zijn ouders Luut en Dinie de Groot een fitnesszaak in Roden startten in de voormalige Melkfabriek, dat leegstond. ‘De kantine van de fabrieksarbeiders werd de fitnesszaal.  Een totale investering van wat nu één loopband kost’, lacht de ondernemer. ‘Niet voor te stellen. Inmiddels zijn we tien keer zo groot. En de doelgroep is zo anders dan in het begin. Kijk wat hier rondloopt. Mensen van alle leeftijden. Een grote groep is tussen de veertig en de zeventig, die worden op hun wenken bediend met een maatwerkprogramma. En dan al die jonge gasten die hier trainen. Die dynamiek is fantastisch.’ Wie het pand verlaat, groet Bert. Al is het maar te zeggen omdat ze fijn getraind hebben. Of hem te bedanken voor het boeket dat ze ontvingen vanwege tien jaar lidmaatschap. ‘Als we er een potje van maken zijn mensen snel weg. We willen vooruit. Vernieuwingen volgen elkaar razendsnel op. Wat is echt blijvend of een korte hype? En: wat bieden we onze klanten aan? Daar moet je voelsprieten voor hebben.’

Een jaar later (1984) trad Bert de Groot toe tot de VOF van zijn ouders. Het was de tijd van Jane Fonda, beenwarmers en aerobic dancing. Dat vormde samen met fitness en taekwondo (de sport van Luut) de drie pijlers van het Fitnesscentrum Roden. In 1998 kocht Bert het pand van de landbouwvereniging. Op dat moment stapten zijn ouders uit de VOF. ‘Mijn vader is degelijk en behoudend, hij vond het spannend, zo’n grote investering. Maar er was al zoveel geïnvesteerd. Er zat een zwembad in en we hadden nog veel meer plannen. Mijn ouders bleven meehelpen. Later deden ze een stap terug. Maar wel altijd: denk hierom of denk daar om. Nu sport mijn vader hier nog zo’n drie keer in de week.  Hij is 85, mijn moeder 80. Zij komt hier omdat ze weet wat het haar brengt, niet per se omdat ze sporten nou zo leuk vindt.’

Inmiddels werken de beide dochters van Bert en zijn vrouw Inge (verantwoordelijk voor de boekhouding) in de zaak. Jongste dochter Elle verzorgt zwem- en fitnesslessen, Iris geeft yin yoga en bemoeit zich met de ledenadministratie. ‘Iris heeft rechten gestudeerd, ze werkte op verschillende grote kantoren. Op een gegeven moment kregen we een open sollicitatie van I.V. de Groot. Onze dochter! Ze had er helemaal niets over gezegd. Ze wilde graag uit de juridische hoek, wilde weer met mensen omgaan. Ze had voor haarzelf een functie bedacht. We besloten het te proberen. Van tevoren maakten we duidelijke afspraken: als het niet lukt kijken we in alle rust naar een nieuwe oplossing.’ Het bleek uitstekend te werken. ‘Werk en privé houden we gescheiden. Hebben het niet over de sores van de zaak als we bij elkaar zitten. Het is ‘maar’ werk.  Het is wel je leven, maar niet hét leven. Kijk, voor mij ligt dat anders. Maar dat betekent niet dat ik daar iedereen in mee kan trekken. Alles in mijn leven draait om de sportschool. Daarom wil ik er ook geen drie of vier. Je kunt maar op één plek tegelijk zijn. We willen op ieder onderdeel een specialist zijn en geen vergaarbak van allerlei activiteiten. Dat is topsport. Alleen dan creëer je dat mensen hier met plezier komen. Welk cijfer ik mijn leven geef? Een 9. Wetende, om tot een 10 te komen er misschien iets meer tijd voor andere dingen moet komen. Maar daar zit de spagaat. Daar heb ik ook weer geen goed gevoel bij.’