Noordenvelders: Dolf Venhuizen

PEIZE – Hij groeide op in Wagenborgen, woonde een tijdje in de stad, maar vond in Peize z’n plekje. Inmiddels is en voelt hij zich al meer dan 30 jaar Peizenaar en is hij als volksvermaker de grote organisator van vele activiteiten voor menig dorpsgenoot. We hebben het over Dolf Venhuizen die in dit dorp op latere leeftijd ook nog eens gekoppeld werd aan de liefde van zijn leven.

Die liefde van zijn leven, zijn Grietje, kwam regelmatig op bezoek bij haar broer die naast Dolf woonde. Het waren de kinderen van die broer die het zagen gebeuren. Met een opmerking als: ‘Je liefje is er niet hoor’, werd Grietje door hen gekscherend aangesproken. Ze werden samen naar het toneel gestuurd. ‘Een spraakzame avond hoor, als er iemand de hele avond met de rug naar je toe zit’, lacht Dolf, ‘maar hoe bijzonder is het dat je je liefde op latere leeftijd ontmoet.’ En zo trouwt Dolf met Grietje, nog net voor z’n 40ste.

Dolf behaalt in Delfzijl z’n atheneumdiploma en begint aan de studie geografie in Groningen. Maar dat is geen lang leven beschoren en de dienstplicht roept. Daarna begint hij aan z’n werkzame leven bij een woningcorporatie in de stad. ‘Ik begon heel basic met het inschrijven van mensen en het toewijzen van woningen.’ Maar in 40 jaar werkte hij zich op tot manager wonen. Z’n eerste opdracht zal hij nooit vergeten. Een wijk bij het station moest gesloopt en hij was de boodschapper van het slechte nieuws dat mensen hun huis uit moesten. Dolf kon dit. Hij bood mensen altijd een luisterend oor en was de man van consensus.

Inmiddels is Dolf met pensioen en heeft hij nog meer tijd gekregen voor z’n ‘tweede baan’ bij de vereniging voor Volksvermaken. Maar ging hij ook op pianoles. En na twee jaar les kan hij inmiddels goed ‘stille nacht’ spelen. ‘Het is best moeilijk hoor, op oudere leeftijd valt het nog niet mee.’

Dolf, die destijds een woning om Groningen heen zocht, vond die woning in Peize via z’n zus die daar ook woonde. Z’n eerste stappen in het dorpse leven zette hij in de kerk. Daar deed hij de ontvangst van bezoekers voor de dienst en zorgde hij voor de koffie erna. Daarna maakte hij kennis met het toneel en werd hij in 2005 gevraagd om het bestuur van volksvermaken te komen versterken. Daarmee is hij nu bijna de nestor van deze vereniging.

‘Het heeft me veel gebracht. Je leert het dorp, veel mensen, de verbindingen en de samenhang kennen. Peize is voor mij een warm bad, wáár ik ook kom.’ Hij vindt dat je ervoor moet waken dat je het karakter van het dorp en van volksvermaken in stand probeert te houden. Z’n opvolger staat al klaar om er over twee jaar aan bij te dragen die cohesie te behouden. Dolf houdt van alle activiteiten, maar het organiseren ervan geeft hem altijd de meeste voldoening. ‘Tijdens een activiteit hoef ik niet op de voorgrond, maar is mijn eerste doel altijd dat het organisatorisch goed verloopt.’

Wie jaren geleden met de auto naar Groningen reed hoefde zich er niet over te verbazen om Dolf op het naastgelegen fietspad te zien. Wandelend wel te verstaan. Hij maakte in de vroege ochtend naar z’n werk de kilometers om te trainen voor de Nijmeegse vierdaagse. Hij en Grietje begonnen met 30 kilometer, gingen daarna over op de 40 en wandelden zelfs de 50 kilometer. Vanwege het massale was hij er na zeven keer wel klaar mee. ‘Maar in aanvang ben ik voetballer hoor.’ Hij speelde in het eerste van de Wagenborger Boys en bracht als trainer de skills ook over op anderen. Toen hij een blessure kreeg werden de voetbalschoenen ingeruild voor hardloopschoenen. En nu worden bijna dagelijks de wandelschoenen nog aantrokken. ‘Heerlijk om naar buiten te gaan en door ontspanning toch inspanning te kunnen plegen.’

Dolf vindt dat je dingen in je privéleven en in het sociale gebeuren moet koesteren. Dat geldt ook voor een dorp als Peize. ‘Maar Peize verandert, er komen bijvoorbeeld veel jonge mensen wonen. Koester het, maar kijk ook om je heen, sta open voor veranderingen en ga erin mee of loop er zelfs op vooruit.’

Het is tijd om te gaan want valparkiet Joepie laat van zich horen. ‘Hij staat bij Grietje op één en dan kom ik’, lacht Dolf. Maar hij zegt er inmiddels ook wijs mee te zijn. Net zoals hij dat is met de pony’s, die ook naar hém uitkijken als hij met oud brood z’n straatje oversteekt.