Noordenvelders; Egbert de Rink

Volksvermaker Egbert de Rink mag dan officieel niet in Roden wonen, toch beschouwt hij zichzelf als een echte Roner. En dat terwijl de paardenman pur sang ooit vijf jaar voor de voetbalvereniging Peize speelde. ‘Tja, dat krijg ik nog steeds af en toe te horen’, lacht hij. ‘Maar één ding scheelt: tijdens de derby verlies ik nooit.’

We spreken Egbert op de vrijdagochtend van de Rodermarkt. Het is half elf en de Volksvermaker staat in zijn tuin het terras te vegen. Op zijn lip brandt een sigaartje. Zo heel laat is het gisteren bij de officieuze opening niet geworden. ‘Eén uur was ik thuis’, zegt hij. ‘Maar er waren sommigen bij die om half vijf het licht hebben uitgedaan. Wie? Dat zeg ik niet.’

Als er even later een kop koffie voor zijn neus staat, praat Egbert over deze hectische Rodermarktperiode. Of hij het druk heeft? ‘Toch wel. Het zijn trouwens vooral de kleine dingetjes die niet beschreven staan waar je tegenaan loopt.’ Als voorbeeld neemt hij Volksvermakencollega Albertus Lieffering. ‘Als zo iemand wegvalt, door ziekte bijvoorbeeld, moet je dat opvangen. Dan merk je hoeveel zo iemand doet. Ook buiten de beschreven taken om. Wij doen bijvoorbeeld samen de paardenmarkt, maar daar komt heel veel bij kijken.’

Egbert groeide op in Foxwolde. Steekt hij de weg over, dan is hij in Roden. De basisschool volgde hij in Roderwolde. In zijn ouderlijk huis woont hij nog steeds. ‘Ik heb een grote familie’, zegt hij. Dat merkt hij ieder jaar weer op de Rodermarkt. ‘Ik kom altijd familieleden tegen. Heel gezellig.’ Net als zijn vader dat vroeger deed, gaat Egbert trouw iedere dag heen. ‘Met mijn vader en mijn oom ging ik ook altijd naar de paardenmarkt. Dan mocht ik als jong ventje mee om hen te helpen. Later mocht ik zelf ook wat handel drijven. De kick die je krijgt als je een veulen verkoopt, dat is echt mooi.’

Vroeger was het vanzelfsprekend dat Egbert met een aantal veulens naar de markt kwam. ‘We kochten die op van boeren uit de buurt. De nieuwe generatie boer heeft lang niet altijd een paard, waardoor dat steeds minder werd. Jammer, want het was leuk om te doen.’ Inmiddels staat Egbert al zo’n tien jaar zelf niet meer op de markt. Als man uit een echte paardenfamilie, vindt hij dat ergens wel zonde. ‘Natuurlijk. De markt was jaarlijks een leuke bijverdienste. Daarnaast was het gewoon erg gezellig. Dat merk je aan de handelaren die komen ook. Zij komen juist voor een stukje gezelligheid. En ja, ook omdat er blijkbaar nog wat te verdienen valt.’

Dat er tevens kritiek klinkt over de jaarlijkse paardenmarkt, is volgens Egbert te wijten aan het feit dat er steeds minder ‘paardenmensen’ zijn. ‘Tegenwoordig heb je mensen met een paard, in plaats van paardenmensen. Er is een groot verschil. Zo kregen we vorig jaar kritiek omdat er een foto opdook waarop ik een handelaar help zijn veulen onder controle te houden. Dat gaat op een bepaalde manier waarbij je de staart van zo’n veulen vasthoudt. In de paardenwereld niets raars, maar op internet kwam er een storm aan kritiek. Erg vervelend, zeker omdat ik er met mijn Volksvermakenjas op stond.’

De 52-jarige Teamleider Technische Dienst van Zorggroep Drenthe heeft voor de rest overigens alleen maar warme gevoelens bij de Rodermarkt. ‘Dat heb ik al een week van tevoren. Dan zie ik aan het eind van de dag een bepaalde gloed over het land vallen, wanneer ik buiten een sigaartje rook. Ik zweer: dan ruik je de Rodermarkt al. Het hangt in de lucht.’

Een mooie herinnering is voor Egbert die keer dat hij als jonge vent een nacht doorhaalde. ‘Die maandagnacht was natuurlijk het mooist. Toen ik ’s ochtends naar school in Groningen zou moeten, was ik nog niet thuis. Dus mijn ouders meldden me maar ziek. Maar die dinsdag gingen we ook de hele dag door. Stond ik om half negen een patatje te halen, tikt mijn vader mij plots op m’n rug. Of ik nog van plan was thuis te komen.’ Nog steeds tovert deze anekdote een lach op het gezicht van Egbert. ‘Eigenlijk zou iedereen eens een avond moeten doorhalen. Ik kan het zeker aanraden.’

Dat Egbert nu al vijf jaar onderdeel is van Volksvermaken en derhalve mede organisator is van de Rodermarkt, vindt hij een eer. ‘Je doet het voor de mensen. Zelf vind ik de Rodermarkt hét feest van het jaar. Als anderen dat ook zo ervaren, dan is dat te gek.’