Noordenvelders – Geert Oosterloo

Meer dan veertig jaar zat Geert in het Roner onderwijs. Daarnaast werd hij een bekende binnen VV Roden. Eerst als speler, later als vrijwilliger. In zijn woning aan de Larixlaan vertelt Geert over het onderwijs, de voetballerij en over zijn kijk op het leven. Dat doet hij allemaal op zijn eigen manier. Op zijn Oosterloo’s, zou je kunnen zeggen.

Het is twee uur ’s middags, maar het ruikt al lekker in huize Oosterloo. Op het vuur staan sudderlapjes. ‘Die moeten best lang op staan, dus ik ben maar vast begonnen.’ De aardappels zijn inmiddels ook al gekookt. ‘Opperdoezen’, zegt Geert. ‘Dat zijn speciale aardappelen uit het Noord-Hollandse Opperdoes. Ze zijn wat kleiner dan de meeste aardappels. Sommige mensen vinden het helemaal niks, maar ik vind ze heerlijk.’ Even later neemt Geert aan de keukentafel, alwaar De Krant en het Dagblad naast een vaas met zonnebloem liggen. Koffie heeft hij ook. ‘Net een nieuw apparaat gekregen, kijk maar even of het wat is.’

Geert Oosterloo is geen onbekende in de regio. Wat wil je ook, als je 41 jaar onderwijzer bent geweest. Hij begon aan de Cornelis Jetsesschool in Roden. ‘Ik liep er stage, en dat beviel blijkbaar. Op den duur belde Thomas Speerstra, de toenmalige directeur, of ik niet aan het werk wilde gaan op die school. Dat wilde ik wel.’ Geert kwam van Beilen, al groeide hij vooral op in Westerbork bij zijn opa en oma. Vader hield zich bezig met de ruilverkaveling tussen Peize en Bunne, en besloot daarom dichterbij te wonen. ‘Waar wil je heen?’, vroeg hij aan Geert. Die wilde graag naar Vries, omdat VAKO destijds hoger voetbalde dan Roden. ‘Waarom het toch Roden is geworden, weet ik eigenlijk niet. Maar ik ben er niet rouwig om.’

Geert ging bij Roden voetballen, alwaar hij al gauw in de A1 kwam. Ondertussen bleef hij zitten in de tweede klas van ULO. ‘Met kerst wist de docent al dat het mis ging. Hij kreeg geen ongelijk’, lacht Geert. Later zou Geert nooit meer blijven zitten. Na de ULO wou hij het liefst naar de Middelbare Landbouwschool. Toch werd het de Kweekschool. Waarom? ‘Dat weet ik eigenlijk niet meer. Het gerucht gaat dat er een wichie uit Peize naar de Kweekschool ging, waardoor ik daar ook heen wilde. Maar dat is een gerucht wat ik niet kan bevestigen.’

Na de Kweekschool ging hij dus aan de slag op de Cornelis Jetsesschool. Na een jaar verhuisde die school naar een ander gebouw. ‘In 1971 was het geld rond en in 1972 gingen we naar dat andere gebouw. Omdat iemand connecties had bij de PTT, regelde hij dat het telefoonnummer van de school eindigde in 7172. OBS de Tandem heeft dat nummer nu nog steeds. Grappig hè?’ Het is overigens niet het enige telefoonnummer wat Geert nog uit zijn hoofd kent. ‘Die van VV Roden ook. Dat komt omdat zij het oude nummer van mijn ouderlijk huis hebben. Zo onthoud ik dat.’

We treffen Geert vandaag op een dinsdag en dat komt eigenlijk wel goed uit. Het is vandaag een rustdag in de Tour de France. ‘Ik vind het heerlijk dat de Tour weer begonnen is. Ik ben heel breed geïnteresseerd in sport. Zo ook de TT. Vroeger keek ik als klein jochie hoe de auto’s en motoren door Beilen reden en kregen we snoep van de bestuurders. Later fietste ik zelf naar het TT-circuit. Ook mijn vrouw Korrie is gek van de TT. Nog ieder jaar gaan we naar de trainingen toe. De herrie is schitterend. En vroeger had je nog een bepaalde geur. Tegenwoordig niet meer. Ik weet niet precies wat het is, maar die geur was voor mij de TT. Heerlijk.’

Ook zijn cluppie VV Roden volgt hij op de voet. ‘Veel leuker dan de Eredivisie. Dat geldt bijna voor al het amateurvoetbal. Geef nou toe: hoeveel wedstrijden in de Eredivisie zijn écht leuk om naar te kijken?’

Als onderwijzer heeft Geert altijd met plezier voor de klas gestaan. Toch is er één minpunt te noemen: ‘Ouders die het beter meenden te weten. Dat is iets van deze tijd blijkbaar. Ouders meenden het altijd beter te weten dan mensen die opvoedkunde hadden gestudeerd. Als ik naar de huisarts ga, dan weet ik dat hij ervoor gestudeerd heeft en vertrouw ik hem blindelings. Waarom ook niet? Hij heeft er immers voor gestudeerd. Dat vind ik ook altijd met mensen die zeuren op de gemeente. De gemeente, dat ben je zelf. We mogen wel wat meer vertrouwen hebben in mensen. We doen het allemaal namelijk niet zo verkeerd als iedereen altijd zegt.’