Noordenvelders: Geranda de Haan

Wie in het onderwijs zit, moet wel een sociaal hart hebben. In dat opzicht is het niet vreemd dat Geranda de Haan zich graag inzet voor haar naaste omgeving en de kerk. Als intern begeleider – na jaren zelf voor de klas te hebben gestaan –  werkt ze nog steeds met veel plezier in het onderwijs, met als doel de kracht en kwaliteiten van kinderen te ontdekken. Want: ‘Ieder kind verdient een kans.’

Het is een instelling die onder andere werd versterkt door haar tijd in het speciaal basisonderwijs. De laatste jaren neemt het aantal leerlingen op deze ‘speciale scholen’ een vlucht. ‘Dat komt omdat leerlingen die speciale aandacht nodig hebben eerder zoveel mogelijk op reguliere basisscholen werden gehouden. Dat gaf druk op die scholen, want het vergt extra kennis van de onderwijzers. Destijds zag je het aantal leerlingen op speciale scholen afnemen, totdat werd besloten toch meer kinderen naar het speciaal onderwijs te sturen’, weet Geranda. Een goede zaak, vindt zij. ‘Sommige kinderen bloeien helemaal op. Op reguliere basisscholen voelen zij zich dikwijls anders dan de rest, opeens was dat niet meer het geval. Toen ik in het speciaal onderwijs werkte, kreeg ik vaak te horen van ouders dat hun kinderen eindelijk weer gelukkig waren. Je kunt pas leren als je goed in je vel zit.’

De in Slochteren geboren Geranda studeerde in Zwolle, waarna ze trouwde en in Amersfoort kwam te wonen. Terugkeren naar het noorden stond nooit vast, totdat haar man – eveneens werkzaam in het onderwijs – ging werken bij het Gomaruscollege te Groningen. Zeventien jaar geleden kwam het gezin naar Roden, op fietsafstand van de stad. En dat is belangrijk, want het zijn fervente fietsers. Volgend jaar staat zelfs de Elfstedentocht op het programma. ‘De bedoeling is om die te gaan fietsen. In twee dagen, dat dan weer wel’, lacht Geranda, die niet geheel toevallig nu ook een digitale Elfstedentocht wandelt. ‘Ik vind het ontspannend om buiten te zijn’, verklaart ze.

Naast hun vier kinderen, namen Geranda en haar man een pleegzoon in huis. ‘Het is mooi om iemand die het thuis niet makkelijk heeft een plek te gunnen.’  Het is dezelfde sociale inborst die maakt dat Geranda zich, samen met Joke Korsaan, inzet in de strijd tegen eenzaamheid. De twee zijn lid van de ChristenUnie-fractie in Noordenveld en vonden elkaar in hun ambitie om eenzaamheid tegen te gaan. Een groeiend probleem, niet alleen onder ouderen. ‘In april van dit jaar zouden we een werkconferentie organiseren over eenzaamheid onder jongeren. Na de zomer hopen we dat nu op te kunnen pakken. Het is lastig om de eenzame jongere te bereiken, dat beseffen wij ons. Maar het is heel belangrijk, want het is een bestaand probleem. Een onderliggend probleem vaak, wat soms resulteert in drankgebruik of ander gedrag. We willen iedereen mee laten doen en dan is de aanpak van eenzaamheid belangrijk.’

Geranda houdt van dynamiek. Dat is waarom ze zo verknocht is aan het onderwijs. ‘Er gebeurt altijd wat’, zegt ze. ‘Je kunt je lang niet altijd aan je eigen planning houden. Het onderwijs is steeds in ontwikkeling, dat maakt het voor mij uitdagend.’ Die uitdaging vindt Geranda ook in de politiek. Het is niet heel verrassend dat iemand die opgroeit met de kerk en de bijbel, zich aansluit bij de ChristenUnie. ‘De ChristenUnie spreekt zich altijd uit voor waarden. Het geloof is mijn basis en dat zag ik terug in de partij. Bovendien spreekt het sociale mij aan. Het omzien naar elkaar, dat zit verankerd in de ChristenUnie.’

Omzien naar elkaar was ook de laatste tijd heel belangrijk. ‘Gelukkig zag je hoe veel mensen dit oppikten. Maar ik ken ook de verhalen van ouderen die eenzamer werden, zich opgesloten voelden. Het doet pijn om te zien hoe zij in een sociaal isolement vallen.’

Niemand kan het gewicht van de wereld op zijn schouders nemen, maar dat betekent niet dat de bewoners van deze wereld alleen voor zichzelf leven. Geranda bewijst het. ‘We kunnen vaak niet de problemen voor een ander oplossen’, weet zij. ‘Maar we kunnen mensen vaak op pad helpen. Een duwtje in de juiste richting geven. En dat is al heel wat.’