Noordenvelders; Gerard Boersma

Het leven is vallen en opstaan. Dat weet Gerard Boersma als geen ander. De eigenaar van Hit It had tien jaar geleden nog niet kunnen bevroeden dat hij ‘drumplezier’ zou verkopen. De chronisch goed gehumeurde Gerard wil inmiddels niet anders en haalt voldoening uit zijn werk. Een gesprek en een kop koffie met de goedlachse drumgoeroe.

 Terwijl hij achterover leunend in een comfortabele stoel aan zijn koffie nipt, gaan de gedachten even terug naar zijn jeugd. Gerard (officieel Geert) groeide op in Aduard. Van huis uit was men gereformeerd, al is de ondernemer inmiddels van zijn geloof afgestapt. ‘Ik las ooit een boek van Paul Verhoeven, waar hij de vloer aanveegt met het geloof. Dat was voor mij de laatste stap’, zegt Gerard. Niet dat Gerard zich niet met dergelijke thema’s wil bezighouden. Integendeel zelfs. ‘Ik ben een denker. Dat mag ik graag doen. Misschien dat ik als ondernemer soms teveel nadacht en minder aanpakte.’

Gerard kwam als musicus van de hogeschool. Hij wilde drummer worden van het Metropoolorkest, maar was realist genoeg om te zien dat hij daarvoor het talent ontbeerde. Daarna is hij begonnen aan een ontdekkingsreis door het ondernemerslandschap. ‘Een opleiding tot ondernemer heb ik nooit gehad. Ik wist hoe ik muziek moest maken, maar voor de rest…’

Door de jaren heen ontdekte Gerard zijn talenten, maar dat ging met vallen en opstaan. Nog maar net kon hij een faillissement voorkomen, maar inmiddels is hij er weer bovenop. ‘Het gaat de goede kant op. Ik heb ontzettend leuk werk en zou het voor geen goud willen missen. Het is fantastisch. En ik word er ook steeds beter in. Dat klinkt misschien arrogant, maar dat merk je.’ Het is juist zijn vrolijke karakter dat Gerard altijd op de been heeft gehouden. ‘Ik zou niet weten hoeveel burn-outs ik heb gehad, maar ik ben altijd doorgegaan. Mijn karakter, het feit dat ik altijd lach: het hield me op de been.’ Sowieso vindt de drumgoeroe dat er te weinig gelachen wordt. ‘Zeker weten! En dat heeft er ook mee te maken met wat je binnenlaat. Als jij het journaal kijkt en je alles aantrekt, denk ik dat je niet gelukkig wordt.’

De drumsessies van Hit It zijn er niet op gericht om deelnemers beter te leren drummen. ‘Dat zou mooi meegenomen zijn, maar het gaat om plezier. De meeste mensen kunnen het niet zo goed en dat maakt ook niks uit. Je hoort vaak dat mensen na tijd zeggen: “ik vond het moeilijk, maar wel leuk”. En dat is iets wat ik ze ook probeer mee te geven. Dat waar je moeite voor moet doen, uiteindelijk loont. Nee, drummen is – zeker voor de eerste keer – helemaal niet makkelijk. Maar dat is het leven ook niet!’

Tijdens zijn drumsessies hoopt Gerard zijn klanten wat  mee te geven. Dat kan een simpele levensles zijn of juist iets diepers. ‘Ter afsluiting spreek ik altijd nog een paar woorden. Maar de juiste zin om onder woorden te brengen wat ik de mensen wil meegeven, heb ik nog niet gevonden. Of ik die ooit zal vinden? Waarschijnlijk niet’, lacht Gerard. Hij haalt z’n schouders op. ‘De vraag is ook of iedereen op een boodschap van mij zit te wachten. Ik heb wel eens dat mensen mij aankijken met een blik van “ja, en?” als ik ze een boodschap wil meegeven. Dan denk ik: waar maak ik me eigenlijk ook druk om?’

Gerard is een levensgenieter en twijfelaar in één. Aan de ene kant heilig overtuigd over de manier waarop hij in het leven staat, aan de andere kant niet wetende wat het leven nog gaat brengen en wat de antwoorden zijn. Vroeger zocht hij zijn heil in het boeddhisme en zelfs het non-dualisme. ‘Maar wie heeft het antwoord? Het is uiteindelijk aan je zelf hoe je met het leven omgaat. Daarom denk ik dat veel mensen ook in een God geloven. Als je niks hebt om je aan vast te houden, dan wordt het lastig.’

Resumerend is Gerard ontzettend blij met hetgeen hij nu doet. ‘Ik ben een bofkont, zo voelt het.’ En bovendien merkt hij dat mensen erg genieten van de drumsessies. Sterker nog: FC Groningen heeft veel aan Gerard te danken. In het jaar dat de FC de beker pakte, kwamen ze daarvoor in Roden drummen. ‘Toen ze hier kwamen, zaten ze in een dipje. Later wonnen ze de beker’, lacht Gerard. Toeval?