Noordenvelders: Gerard Kremer

Deel 2

Pas wanneer het leeg staat, merk je hoe immens het voormalige pand van De Vrijbuiter is. Op de middag dat we hebben afgesproken met Gerard Kremer lopen er zo’n twintig werknemers rond. Ze zijn druk bezig om alles op tijd af te krijgen. ‘We lopen prima op schema’, zegt Gerard. Om dan te zeggen dat 30 maart (de beoogde openingsdatum) makkelijk gaat lukken, is hem nog te voorbarig. ‘Dat zeg ik niet, maar het gaat de goede kant op.’
Gerard Kremer dus. Woonachtig in het mooiste huis van Roden. Met één opmerking: het ligt in Nietap. ‘Zo voel ik dat helemaal niet. Het ligt ook maar nét buiten Roden.’ In ’92 kwam Gerard vanuit Stad richting Roden. Hij vond er snel zijn draai, ging voetballen bij ONR en bouwde een vriendenkring op. Sindsdien is hij – voor z’n gevoel – nooit meer uit Roden vertrokken, ondanks dat zijn laatste twee adressen Nieuw-Roden en nu dus Nietap zijn.
We spreken Gerard uiteraard in het pand van de voormalige Vrijbuiter. Samen met Ate van der Veen nam hij het initiatief van de nieuwe Kampeerhal. Nu nog is hij er dagelijks bezig, maar uiteindelijk wordt dit minder. Vanaf 30 maart heeft zoon Richard samen met Harmjan Poel de touwtjes in handen. ‘De jongens mogen dan laten zien dat ze het kunnen. Als ze dat hebben aangetoond, worden ze medeaandeelhouder.’
Gerard denkt terug aan het moment dat hij hoorde dat de Vrijbuiter failliet was. Van 2004 tot en met 2013 waren hij en Ate eigenaar van de Vrijbuiter. ‘Toen we hoorden dat de Vrijbuiter failliet was, hebben we eerst uit emotie gehandeld. We dachten: het kan toch niet dat dit pand straks leeg komt te staan? Daarna zijn we naar de curator gegaan, die liet zien dat de cijfers nog niet eens zó slecht waren. Er viel best een boterham mee te verdienen, maar dan moest je het anders gaan aanpakken. Het pand heeft een andere look en feel nodig’, stelt Gerard. Hoe dan ook, samen met Ate dook hij er weer in. En zo kan het dat er eind maart weer een levendige Kampeerhal gevestigd is aan de Kanaalstraat.
Even over Gerard zelf. In het bedrijfsleven is hij een bekende. Hij was de grote man bij AGZ (voorloper FeederOne), is nog steeds voorzitter van MKB Noord en was commissaris bij SC Heerenveen. Bij die laatste club ontdekte hij de kracht van marketing. ‘Ga maar na: een stadion waar meer mensen zitten dan in Groningen, terwijl het dorp Heerenveen veel kleiner is dan Groningen. Het is bizar hoe dat marketingtechnisch werkt. Heel interessant.’
Naast de ondernemer Gerard, is er de familieman. Hij heeft drie zoons en één kleindochter. Hij hoopt in de toekomst nog vaker opa te mogen worden. Thuis mag hij graag tuinieren, met de paarden bezig zijn of klussen in het algemeen. Reizen met zijn vrouw vindt hij ook prachtig.
Maar wie met Gerard praat, praat al gauw over business. En dus duurt het niet lang of het gaat weer over de Kampeerhal. Is er wel een toekomst voor een dergelijke winkel, nu men massaal via internet inkoopt? Gerard antwoordt met een wedervraag: ‘Wat is de grootste winkelketen van Nederland? Geen idee? De Action. Hebben die een webwinkel? Nee. Zij hebben een assortiment wat vaak wisselt en waar de prijzen goed zijn. Daarom denk ik zeker dat een Kampeerhal toekomst heeft. Maar dan moet je goede prijzen en beleving bieden.’ Van dure merken neemt de Kampeerhal afscheid. ‘Mensen komen hier écht geen jas van zeshonderd euro kopen’, redeneert Gerard. Hij vindt dat het personeel op de vloer hét gezicht moet vormen van de Kampeerhal. ‘Zij zijn het belangrijkst. We hebben korte en rechtstreekse lijntjes nodig. Geen overbodige managerposities. Klanten moeten ook mij iets kunnen vragen.’
De bevlogen ondernemer gaat nog even door. Over het dorp Roden bijvoorbeeld. Er mag wel iets aan de uitstraling gebeuren. ‘Als je vanaf de ring bij de Gamma Roden in komt rijden, heb je niet het idee dat je in een dorp bent. Het had net zo goed Groningen kunnen zijn. Het moet veel dorpser. Plant grote bomen, voeg groen toe. Dan hoor je mensen dat het allemaal niet zo makkelijk is, maar dat is het wél.’ Uitkijkend op het Bike Park naast BikeLife, borrelen er al gauw meer ideeën op. Wat hem betreft wordt er gebouwd op het terrein grenzend aan de Vrijetijdsboulevard. ‘Er moeten huizen voor jonge mensen komen. Het is natuurlijk belachelijk dat er momenteel een flink tekort is.’ Laat ondernemen maar aan een ondernemer over.